Pérez -Reverte

Arturo Pérez-Reverte: Het paneel van Vlaanderen. Vert. Jean Schalekamp. Uitg. De Prom. 384 blz., Prijs ƒ 45,-

Arturo Pérez-Reverte schrijft geen diepzinnige literatuur, eerder light novels, ingenieus van plot en goed gedocumenteerd en met een speurderselement voor de nodige spanning. 'Erg Engels' vindt men dat in Spanje en daarvoor neemt men een enige oppervlakkigheid graag op de koop toe. Bleek zijn debuutroman De huzaar nog voor de vergetelheid voorbestemd, zijn vierde en meest recente roman De club Dumas was dé grote sensatie van de laatste Madrileense boekenmarkt. Met het nu vertaalde Het paneel van Vlaanderen brak hij nationaal en internationaal door, nadat zijn eerdere historische thriller De schermmeester al goed genoeg bevonden was om te worden verfilmd.

Pérez-Reverte, journalist en oorlogsverslaggever bij de Spaanse televisie,weet hoe je een mysterie moet opbouwen en dat vervolgens zo gewiekst moet ontraadselen dat de lezer het boek niet graag opzij legt. De ontknoping stelt soms wat teleur en het cliché wordt niet altijd geschuwd, maar zijn boeken zijn voldoende erudiet om ook de intellectuele lezers te blijven behagen.

In Het paneel van Vlaanderen worden het schaakspel en de schilderkunst met elkaar verweven. Een jonge restauratrice ontdekt op een paneel een verborgen tekst: de sleutel voor de moord op een van de afgebeelde personen. Kort daarna beginnen in haar eigen omgeving doden te vallen, volgens een patroon dat met behulp van een analyse van het op het paneel afgebeelde schaakspel langzaam tot ontknoping wordt gebracht. Met evident plezier geschreven, levert het boek, waarvan de verfilming inmiddels is aangekondigd, een paar zeer genoeglijke uren op. Meer niet, maar meer was waarschijnlijk ook niet de bedoeling.