Oeso: dit jaar geen groei van economie Japan

ROTTERDAM, 3 DEC. De economische groei in Japan zal dit jaar beneden nul uitkomen en volgend jaar zal er minder dan 1 procent groei zijn. Dat voorspelt de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) in haar jongste vooruitzicht voor de Japanse economie.

De prognose betekent een belangrijke bijstelling naar beneden van eerdere voorspellingen. Bij de vorige raming, in juli dit jaar, verwachtte de Oeso voor 1993 nog een groei voor Japan van 1 procent terwijl voor 1994 zelfs een groei van maar liefst 3,3 procent was voorzien. De Oeso zegt dat de krimp van het bruto binnenlands produkt in het tweede kwartaal - 0,6 procent - in het derde kwartaal is doorgegaan. Vooral de industriële produktie en de consumptie lieten het afweten.

De verslechtering dit jaar heeft volgens de Oeso tijdelijke en seizoensgebonden oorzaken. waaronder een tegenvallende zomer en de scherpe koersstijging van de yen. “Dit zijn factoren die extra hard aankomen bij een economie met sterke onevenwichtigheden op de kapitaalmarkten, in de vastgoedsector en in het bedrijfsleven”, aldus het rapport.

De Japanse economie staat volgens de Oeso op een kruispunt en ziet zich daarbij geconfronteerd met een groot aantal “uitdagingen”. Het meest noodzakelijke is dat het land zich weet te herstellen van de zeepbel-economie uit de jaren tachtig. “Pas dan kan de de weg naar een geleidelijke economische groei weer worden ingeslagen.”

De Oeso vraagt zich af of de drie stimuleringspakketten voor de Japanse economie - in augustus vorig jaar en in juni en september van dit jaar - wel zo effectief zijn. De uitvoering van die plannen hangt af van de medewerking van lokale autoriteiten die, aldus de Oeso, de extra middelen te vaak gebruiken voor eigen behoeften.

Een van de knelpunten waarmee Japan volgens de Oeso worstelt is de vergrijzing. Om de toekomstige kosten die daarmee gemoeid zijn te kunnen voldoen, moeten de huidige hoge besparingen worden afgeroomd door middel van belastingverhogingen en die moeten worden gebruikt voor investeringen in de sociale en industriële infrastructuur.

Ook moet een eind worden gemaakt aan beperkingen aan de groei van de niet-industriële nijverheid. Hoge kosten voor nieuwkomens moeten verdwijnen. De Oeso pleit voor verdere liberalisering van de markten voor grond, landbouw en bouwnijverheid en voor meer directe investeringen in de dienstensector.