Niet de staat is schuldig maar de mens; De schuldbekentenis van Vasili Grossman

Vasili Grossman: Alles stroomt. Vert. Anne Stoffel. Uitg. de Geus, 222 blz. Prijs ƒ 32,90.

Het optimisme van de marxisten was gestoeld op de overtuiging dat de werkelijkheid in voortdurende ontwikkeling is. Niemand hoeft somber te zijn over het bestaan van een of andere verwerpelijke maatschappijvorm als hij weet dat die een onvermijdelijke fase is op weg naar het onvermijdelijke paradijs. Voor het probleem waar bij al dat onvermijdelijke dan de menselijke vrijheid blijft vond men de volgende oplossing: vrijheid is het besef van historische noodzakelijkheid en de mogelijkheid om naar dat besef te handelen. Iedereen die van die mogelijkheid geen gebruik wenste te maken hield de ontwikkeling tegen en werd geëlimineerd.

Voor een aantal personages in de roman Alles stroomt van Vasili Grossman (1905-1964) heeft het heraclytische beginsel een directe en praktische betekenis. Conformisme was tijdens de Stalinterreur dikwijls levensnoodzaak, opportunisme de voorwaarde voor een maatschappelijke carrière. Iemand hoefde geen schoft te zijn om zich aan te passen aan de eisen van het ogenblik.

De hardwerkende maar middelmatige wetenschapper Nikolaj Andrejevitsj heeft geen ander middel om zijn ambities te verwezenlijken dan ja-knikken; hij houdt zich gedeisd tijdens de campagnes tegen getalenteerde joodse collega's en bereikt zelf in al zijn middelmatigheid de wetenschappelijke top. Toch is hij geen ploert. Hij laat de slachtoffers een bloemetje brengen of spreekt ze door de telefoon een bemoedigend woordje toe; soms heeft hij zelfs even een vaag schuldgevoel. Ook alle actieve Judassen, verklikkers, verraders en aangevers mogen niet zonder meer veroordeeld worden. Want temidden van de beweeglijkheid van het menselijk bestaan blijft één ding onveranderd: de menselijke natuur, en die is zwak.

Niet de staat is schuldig, maar de mens. Alle mensen, zodat zoeken naar schuldigen en onschuldigen geen zin heeft. Maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? Dat is de vraag die Grossman voortdurend stelt. De hoofdpersoon van Alles stroomt zoekt naar 'de waarheid over het Russische leven, het verband tussen heden en verleden.' Dat is niet niks. Grossmans voorliefde voor de brede aanpak bleek ook al uit zijn eerdere Leven en lot. Deze roman, die evenmin als tot voor kort al het andere werk van de schrijver in het Nederlands is vertaald, is wel een tweede Oorlog en vrede genoemd. Alles stroomt is kleiner van omvang, maar nauwelijks kleiner van opzet. Het mag dan 'een vertelling' heten, in feite is het veel meer dan dat. Het verhaal dat als een rode draad door het boek loopt, gaat over Ivan Grigorjevitsj, neef van de laffe wetenschapper, vergeten geliefde van de ontrouwe vrouw, slachtoffer van verklikkers. Na dertig jaar opsluiting om politieke redenen keert hij terug naar Moskou. Zijn hoop om in vrijheid 'iets van dat goede en jonge' aan te treffen dat hij zich uit zijn jeugd herinnert, vervliegt snel. Steeds sterker wordt zijn besef van alomvattende vergankelijkheid: je kunt niet tweemaal in hetzelfde leven stappen. Als Grossman het panta-rhei-principe aanhangt, dan is het in deze betekenis en niet op de zelfverzekerde manier van de marxisten.

Het verhaal zelf treedt steeds meer terug, het wordt onderbroken door lange bespiegelingen, dromen, beschrijvingen van politieke gebeurtenissen, ingevoegde vertellingen. Grossman gaat voortdurend van het episodische naar het filosofische en van gisteren naar vandaag. Aangeroerde thema's worden weer verlaten, episodes hebben geen begin en geen eind, personages komen nergens vandaan om ook weer in het niet te verdwijnen, als een levende illustratie bij de titel. Het enige personage dat voortdurend terugkeert is de vrijgekomen gevangene, het enige thema dat overal opduikt de vrijheid. De geschiedenis van een mensenleven wordt afgezet tegen de geschiedenis van de Russische staat, waarin voor de vrijheid nooit plaats is geweest. Ook niet vóór de Oktoberrevolutie; deze kon juist gebeuren dankzij de diepgewortelde onvrijheid. En passant maakt Grossman korte metten met een eeuwenoud stokpaardje van veel Russen. Voor hem is de Russische ziel geen onpeilbaar mysterie, geen wonder van zuiverheid en diepte voorbestemd voor een heel bijzondere rol in de wereld. Ze is 'een duizend jaar oude slavin' waar niets raadselachtigs aan is.

Verwarring

Literair gezien heeft Alles stroomt wel wat tekortkomingen, juist omdat Grossman soms te literair wil zijn. Informatie die hij kwijt wil, legt hij soms bijvoorbeeld in de mond van een van zijn personages, kennelijk om iedere saaiheid te vermijden. Maar het komt wat geforceerd over als de eerste liefdesnacht van twee mensen grotendeels besteed wordt aan een relaas van collectivisatie en hongersnood, of wanneer iemand troost voor zijn verdriet vindt in het hoofdstukken lang nadenken over de geschiedenis van Rusland. Bovendien schept dit kunst- en vliegwerk hier en daar wat verwarring, omdat het niet altijd duidelijk is wie het woord voert: de auteur of zijn personage.

Van een werk dat eind jaren vijftig werd geschreven zijn niet veel nieuwe feiten meer te verwachten. Alles stroomt is een mooi vlechtwerk van wat ons inmiddels bekend is. Maar af en toe wordt iets zo indringend beschreven dat het bijna nieuw lijkt. Zo'n schokeffect hadden op mij het verhaal over het vrouwenkamp en dat over de hongersnood in de Oekraïne. Een mooie, trefzekere beschrijving ook geeft Grossman van de psychologie van de lafaard, de meeloper die nooit partij trekt en nooit zijn vingers brandt. Het is trouwens opvallend dat de mentaliteit van de halfzachte Nikolaj Andrejevitsj veel gedetailleerder beschreven is dan die van de principiële Ivan Grigorjevitsj. Sinds de verschijning van het boek (in 1970 in het Westen, in 1989 in de Sovjet-Unie) heeft men deze laatste wel het alter-ego van Grossman genoemd. Daarbij wordt vergeten dat veruit het grootste deel van Grossmans werk geschreven is in de voorgeschreven socialistisch-realistische stijl. Alleen in Alles stroomt en Leven en lot gaat Grossman tegen de heersende ideologie in. Hij heeft met andere woorden jarenlang meegejubeld waar dat van hem verwacht werd. Nikolaj Andrejevitsj is evenzeer zijn alter ego als Ivan Grigorjevitsj. Misschien kan Alles stroomt daarom ook gelezen worden als een soort bekentenis van eigen schuld, en als de definitieve stellingname waarvoor Grossman lange tijd is teruggeschrokken. Dat is, denk ik, wat Alles stroomt zo lang na dato nog actueel maakt.