Miguel Espinosa

Miguel Espinosa: Stuitende burgers. Vert. Adri Boon. Uitg. Menken Kassander & Wigman, 359 blz. Prijs ƒ 35,-

Miguel Espinosa is tijdens zijn leven nooit bekend geweest. Toen hij ruim tien jaar geleden stierf, had hij een bescheiden oeuvre op zijn naam staan, dat alleen onder critici en jury's van literaire prijzen waardering had gevonden. Postuum verscheen zijn zedenschets La fea burgesá (letterlijk: De kwalijke burgerij), die nu onder de wat gummi-achtige titel Stuitende burgers is vertaald. Espinosa portretteert vijf echtparen, wier waarden en leefregels geheel worden bepaald door de vragen hoeveel geld men verdient en welke luxe men zich kan veroorloven. Hun munteenheid is het loon van een arbeider ('Ik verdien het loon van dertig arbeiders'). Zij meten hun zelfrespect af aan hun afstand tot deze verachte mensensoort en aan hun nabijheid tot degenen die nog machtiger en rijker zijn dan zij.

Espinosa's observaties getuigen van een nauwkeurige en hardnekkige observatie van deze subcultuur. Die krijgen trefzeker gestalte in het eerste deel van het boek, dat in vier hoofdstukken even zovele echtparen schildert. Het tweede deel, dat het grootste deel van het boek beslaat, is geschreven als een monoloog van de burger Camilo, die als ambassadeur van zijn Weldoener fortuin heeft gemaakt en dat graag wil weten. Dat laatste deel is, ruim tweehonderd pagina's lang, wel veel van het goede. Op minder dan de helft van het hoofdstuk kent men Camilo al.