Met drie pistolen de straat op; Novelle, knipsels en toneelstuk van Venedikt Jerofejev vertaald

Venedikt Jerofejev: Door de ogen van een zonderling, Mijn kleine Leniniade, Walpurgisnacht. Vert. Mieke Lindenburg. Uitg. Van Oorschot, 228 blz. Prijs ƒ 37,50.

In 1973 werd de rimpelloze vijver van de sovjetliteratuur heftig in beroering gebracht door de verschijning van Moskou op sterk water. Een obscure emigrantenuitgeverij in Israël had de Russisch-talige primeur van dit boek, dat uit de krochten van het sovjetbestaan leek te komen.

De bevlogen alcoholische monoloog, waarin de tragikomische held Venitsjka weet te ontstijgen aan de grauwe sovjetrealiteit, rouleerde daarna in de Sovjetunie in getypte exemplaren die keer op keer in beslag werden genomen. Al gauw kreeg de schrijver de reputatie die hem toekwam: een waardige nazaat van zijn grote voorbeeld Gogol.

De grootheid en zuiverheid van Jerofejevs schrijverschap wordt nog eens bevestigd door de publikatie van ander werk bij Van Oorschot, de novelle Door de ogen van een zonderling, de knipsels Mijn kleine Leniniade en het toneelstuk Walpurgisnacht. De thematiek is onveranderd. Jerofejev behandelt steeds dezelfde stof. Misschien minder briljant dan in Moskou op sterk water, maar altijd verrassend, choquerend en diepgravend.

Jerofejevs thematiek is verwant aan die van Gerard Reve. Vertwijfeling, liefde, godsverlangen - het zijn elementen die beider werk domineren. Er is nog een overeenkomst: Jerofejev bekeerde zich twee jaar voor zijn dood tot het katholicisme. Voor een Rus, geboren en getogen in een atheïstische maatschappij, een opmerkelijke stap.

Voor een fenomeen als Venedikt Jerofejev was geen plaats in het sovjetbestel. Op zijn zestiende kwam hij uit de poolstreek, waar hij in 1938 was geboren, naar Moskou om er te gaan studeren. Hij blonk uit door verstand en talent, maar werd al gauw van de universiteit gestuurd omdat hij weigerde zich te conformeren aan de heersende dictatuur van de middelmaat. Hij ging zwerven. In een land waar niemand kon bestaan zonder officiële papieren, trok hij van 1958 tot 1975 rond zonder enig document, het ene baantje verruilend voor het andere. Hij werkte, beurde zijn geld en verdronk het. Drank werd de spil waarom zijn leven draaide.

Waar hij ook ging, altijd was Jerofejev omringd door een vriendenschaar. Dat waren vooral medebroeders van de natte gemeente. Maar die waren niet van de straat. Hun vriendschap had een zeer literair karakter, een typisch Russisch verschijnsel. Jerofejev had een enorme uitstraling. Een van zijn vrienden zei: “Venja heeft mij tot het geloof gebracht. Hij heeft ons allemaal veranderd door in ons de kiem van het Evangelie te leggen.” Jerofejev op zijn beurt was in religieus opzicht beïnvloed door de filosoof Vasili Rozanov. Deze omstreden Rus, die spotte met alles waartegen wordt opgezien, is de ideale gesprekspartner voor de hoofdpersoon van de novelle Door de ogen van een zonderling.

In dit verhaal gaat een anti-held met drie pistolen op zak de straat op. Verlaten en verbitterd, wil hij een einde aan zijn leven maken, maar hoewel hij alledrie de pistolen op zijn slaap zet, mist hij telkens doel. Ook alle andere pogingen mislukken. Treinen stoppen op het nippertje, touw voor een strop is in de hele stad niet te vinden. Ten einde raad besluit hij zich te vergiftigen. Hij gaat op bezoek bij zijn vriend Pavlik, een bibliofiele huismus die altijd in de weer is met chemicaliën. Als hij diens huis verlaat heeft hij een flesje vergif op zak en drie deeltjes Rozanov onder zijn arm. Nieuwsgierig gemaakt door zijn vriend, besluit hij nog even te wachten met het vergif en eerst die boeken te lezen. En Rozanov, die alle regels en begrippen op zijn kop zet, redt zijn leven.

Jerofejev neemt het in dit verhaal op voor de filosoof en geeft tussen de regels zijn verwantschap met hem prijs: “geen spoor van vastgebakkenheid aan een systeem in zijn redeneringen, een verbitterde concentratie, een tederheid getrokken van zwarte gal en een metafysisch cynisme.” De drie deeltjes waar Jerofejev over schrijft zijn Rozanovs beroemde trilogie waarin ideeën staan over religie, seks, dood, politiek, literatuur, de revolutie en het alledaags bestaan. Een van de grote verdiensten hiervan is dat het absolute wordt verbonden met het alledaagse.

Schurk

Net als in Moskou op sterk water maakt Jerofejev in de nu vertaalde boeken overvloedig gebruik van zijn geliefkoosde stijlmiddel: het citaat. Mijn kleine Leniniade is zelfs een en al citaat. Onder die titel gaat een korte bloemlezing schuil uit de correspondentie van Lenin. Het is een genadeloze keuze uit de brieven van de aartsvader van de Sovjet-Unie, waaruit blijkt dat decennia lang massaal de ogen zijn gesloten voor wat een aandachtige lezer zo kon oppikken: Lenin was een schurk. Voortdurend roept hij op tot vervolging en executie van tegenstanders en geeft aldus het voorbeeld voor de latere terreur van Stalin.

Jerofejev zat nooit aan een schrijftafel. Hij schreef waar het hem uitkwam en droeg zijn aantekeningen mee in een plastic tasje. Niet al zijn manuscripten zijn bewaard gebleven. Met de gedichten die hij in 1968 schreef voor zijn zoon heeft zijn schoonmoeder de kachel aangemaakt. Een ander manuscript werd gestolen omdat het bij twee flessen drank in een tasje zat.

Wat wel bewaard bleef, was het toneelstuk Walpurgisnacht uit 1985. Het is een van de sinisterste drama's ooit geschreven. Een joodse alcoholist, Goerjevitsj, belandt met een acute alcoholvergiftiging in een psychiatrische kliniek. Met zijn komst breekt daar de hel los. De 'zieken', tot dan toen gekoeioneerd door het medisch personeel, komen in opstand. Goerjevitsj is een belezen man. Hij overlaadt zijn geneesheren met een stortvloed van zinloze leuzen, filosofische theorieën, kranteclichés, parodieën en een waterval van geografische en eigennamen. De gebeurtenissen in de psychiatrische kliniek zijn een allegorie van de situatie in de wereld daarbuiten.

In de nacht van 30 april op 1 mei, waarin volgens het volksgeloof de heksen vrij spel hebben, weet Goerjevitsj de sleutel van de medicijnkast te ontvreemden en steelt een emmer methylalcohol. Samen met zijn zaalgenoten maakt hij die soldaat met als gevolg dat ze de een na de ander blind worden en creperen. Wat begon als een komedie eindigt in een tragedie. De slotaanwijzing van het stuk luidt dan ook: 'geen applaus'.

Walpurgisnacht was gepland als tweede deel van een drieluik. Door Jerofejevs dood in 1990 is dit onvoltooid gebleven. Zijn verdere literaire nalatenschap is klein: een paar aantekenboekjes en een fragment van het eerste deel van het drieluik, De dissidenten. Een kopie van de aantekenboekjes is inmiddels in bezit van Jerofejevs Nederlandse uitgever. Een paar citaten hieruit: “Aligoté - dat is beter dan liberté, égalité en fraternité.” “Je moet nooit stoppen met drinken, zei Edith Piaf, de bekende Franse slet.” “Het meest moet je in de mens zijn onverbeterlijkheid waarderen.” Naar verluidt is de inhoud niet zonder meer geschikt bevonden voor publikatie.