Mercè Rodoreda

Mercè Rodoreda: Aloma. Vert. Robert Adelaar. Uitg. De Bezige Bij, 177 blz. Prijs ƒ 29,50

De Catalaanse schrijfster Mercè Rodoreda heeft in Nederland vooral succes gehad met de roman Colometa uit 1962. Dit verhaal van een vrouw die staande blijft in de Burgeroorlog en de maatschappelijke ontreddering, is aangrijpend geschreven, al is de naïeve toon soms wat hinderlijk. Deze toon ontbreekt geheel in haar grote familieroman Gebroken spiegel, een hecht gecomponeerd, bezonken meesterwerk, met enige reminiscenties aan Virginia Woolf.

Rodoreda's debuut was het nu vertaalde Aloma, in 1936 op 27-jarige leeftijd geschreven en dertig jaar later ingrijpend bewerkt. In die laatste versie is het nu in het Nederlands vertaald. Als Rodoreda zich al van haar naïeve kant betoont, blijft dit scherp begrensd (misschien later ingetoomd?) en wordt het door het onderwerp, het ontwakende liefdesverlangen van de jonge Aloma, volledig gerechtvaardigd.

Rodoreda beschrijft subtiel hoe het meisje in de ban raakt van Robert, de broer van haar schoonzus. Naar zijn gevoelens en beweegredenen durft ze niet te vragen, zoals ze ook haar eigen emoties nauwelijks kan peilen. Diepe introspecties heeft Rodoreda daar niet voor nodig. Ze schrijft eerder registrerend, met veel aandacht voor de willekeurige details van de alledaagsheid. Zij vormen de uitwendige spiegel van Aloma's mini-drama, dat tenslotte ook een drama is van alledag.