Maljers: loonmatiging alleen onvoldoende

BRUSSEL, 3 DEC. Bestuursvoorzitter Floris Maljers van Unilever is goed te spreken over de afspraken die werkgevers en werknemers in Nederland hebben gemaakt over loonmatiging. “Een zeer positieve ontwikkeling”. Het akkoord “laat zien dat we het schip onder controle hebben voordat het door de wal wordt gekeerd”.

Maar loonmatiging alleen is niet voldoende om de Nederlandse concurrentiekracht te herstellen. Daarvoor moeten ook de loonkosten, inclusief sociale premies en dergelijke, omlaag. Het politieke denken over het verkleinen van de 'wig' in Nederland gaat de goede richting op, maar “ik vraag me af of het snel genoeg gaat”.

Verlaging van de loonkosten voor heel Europa van vitaal belang om het verloren gegane concurrentievermogen in de wereld op te vijzelen - dat is een centrale boodschap van het rapport dat 'De Europese Ronde Tafel' vanmiddag heeft overhandigd aan voorzitter Delors van de Europese Commissie.

Het rapport van de Europese topindustriëlen is opgesteld onder leiding van Maljers. Het moet worden beschouwd als een belangrijke steun in de rug voor Delors bij zijn plannen om de economische groei en werkgelegenheid in Europa een nieuwe impuls te geven. Enkele jaren geleden gaf oud-topman Wisse Dekker van Philips namens De Europese Ronde Tafel al de beslissende zet aan de plannen van Delors voor de totstandkoming van de interne Europese markt.

Maljers arriveerde vanochtend in goede stemming in Brussel voor de presentatie van zijn rapport. De gisteren geboekte vorderingen in de handelsbesprekingen tussen Europa en de VS zijn een belangrijke opsteker. “Je kunt er over discussiëren welke effecten een GATT-akkoord precies zal hebben op de wereldeconomie. Maar één ding is zeker: zonder akkoord komen we voor een aantal vervelende problemen te staan”.

De topman van Unilever denkt daarbij nog niet eens in de eerste plaats aan de relatie tussen Europa en de VS maar vooral aan de betrekkingen tussen de geïndustrialiseerde wereld en de ontwikkelingslanden. De multinational Unilever heeft alle belang bij een verhoging van de levensstandaard in ontwikkelingslanden, want dat betekent stimulering van de afzet.

Het Europese concurrentievermogen moet bovenop de politieke agenda komen te staan, legt Maljers zijn missie naar Brussel uit. Naast verlaging van de (loon)kosten moet de aandacht daarbij worden geconcentreerd op innovatie en technologie. “Dat zijn de twee peilers waarop het Europees concurrentievermogen rust. Ik kan niet aangeven welke van de twee de belangrijkste is. We hebben niet de keuze: het is niet of of, maar en en.”

Ook Unilever heeft zijn beleid daarop afgestemd. “Dat is ook de kracht van Unilever. We hebben ons de afgelopen jaren geconcentreerd op minder groepen, maar we kunnen in die afzonderlijke groepen wel veel dieper graven.”

Dat patroon zal in de toekomst bij alle grote ondernemingen in Europa in verstrekte mate zichbaar worden, voorspelt Maljers. De grote industriële bedrijven zullen zich meer beperken tot kernactiviteiten, waar zich een reeks van toeleverende bedrijven omheen zal groeperen. Een soort “privatisering” in het bedrijfsleven. Juist van die kleine en middelgrote bedrijven moet in de toekomst de groei van de werkgelegenheid worden verwacht.

In het rapport van de topindustriëlen staat dat een jaarlijke groei van ten minste 3,5 procent nodig is voor een substantiële aanval op de werkloosheid. Maljers denkt dat het nog wel 3 à 4 jaar zal duren voordat dat percentage gehaald wordt. Maar, zegt hij: “Je moet je doelstellingen steeds zo formuleren dat je ze niet automatisch kunt halen.”

Maljers gaat een discussie over herverdeling van werk om meer mensen aan een baan te helpen, niet uit de weg. Maar volgens hem kan bijvoorbeeld een verkorting van de werkweek alleen maar een beperkte en tijdelijke oplossing bieden voor het probleem van de werkloosheid. Dergelijke plannen zijn gebaseerd op de veronderstelling dat er een bepaalde hoeveelheid werk is die op verschillende manieren kan worden verdeeld. “Daar geloof ik niet in. De hoeveelheid werk hangt af van wie en hoe je het uitvoert.”

Herverdeling van werk biedt volgens Maljers geen antwoord op het fundamentele probleem van de discrepantie op de arbeidsmarkt. Vraag en aanbod sluiten niet aan. Aan de ene kant is er een grote massa van werklozen die niet of nauwelijks zijn geschoold. Aan de andere kant groeit het aantal banen waarvoor hoogopgeleide mensen nodig zijn.

Juist dat laatste vergt constante verbetering van de opleiding, niet alleen op de scholen maar ook in het bedrijfsleven zelf. Life time education. “Daar geloof ik met passie in”, zegt Maljers.