Litouwse dansers als bewegend decor

Voorstelling: De schone slaapster door Nationaal Ballet en orkest van Litouwen o.l.v. Ginatras Rinkevicius. Choreografie: I. Wsiewolowski, naar Marius Petipa. Muziek: P.I. Tsjaikovski. Toneelbeeld: Eldar Renter. Gezien: 1/12 De Vest, Alkmaar. Nog te zien: 3/12 Enschede, 4/12 Utrecht, 7/12 Heerlen, 10/12 Doetichem, 11/12 Tiel, 12/12 Sittard, 14/12 Groningen, 15/12 Eindhoven, 16/12 Roermond, 17/12 Venray, 18/12 Breda, 19/12 Oss, 20/12 Stadskanaal, 21/12 Rotterdam.

Liefhebbers van romantisch-klassiek ballet kunnen deze maand hun hart ophalen: Het Nationale Ballet brengt in het Muziektheater in Amsterdam een serie voorstellingen van Frederick Ashtons Assepoester, het Scapino Ballet Rotterdam trekt door het land met Armando Navarro's versie van De Notekraker en het Nationaal Ballet van Litouwen danst in zestien verschillende steden Marius Petipa's De schone slaapster. Het is voor de derde maal dat dit laatste gezelschap Nederland bezoekt en gezien de uitstekende vorige produkties is dat een logische ontwikkeling. Jammer genoeg valt de nu gebrachte produktie in meerdere opzichten tegen. Danstechnisch gezien is het allemaal netjes en verzorgd, maar niet virtuoos of opwindend te noemen. Wat de mannelijke solisten betreft is het zelfs onder de maat.

Het grootste probleem van deze Schone slaapster is de wel bijzonder povere choreografische zetting. Weliswaar staat de naam van de oorspronkelijke maker Marius Petipa in het programmaboekje, doch van zijn aandeel blijkt heel weinig en dan dikwijls nog zeer vereenvoudigd te zijn overgebleven. Het merendeel is afkomstig van I. Wsiewolovski, een man die weinig inventie in huis blijkt te hebben en het corps de ballet slechts als bewegend decor gebruikt. Het aandeel van de mannelijke dansers bestaat uit nauwelijks meer dan wat elegant heen en weer geloop. De befaamde solo's van de goede gave brengende feeën missen brille, vaart en variatie, terwijl karakterrollen zoals die van de boze fee Carabosse, die het prinsesje Aurora tot een vroege dood tracht te verdoemen, van een onbeholpen constructie zijn.

De schone slaapster is ook in theatraal opzicht een groot spektakelstuk dat als geen ander werk de rijke tsaristische ballettraditie van het eind van de vorige eeuw belichaamt. Voor een reisgezelschap dat zo vaak optreedt, bijna iedere dag in een andere stad, is het een moeilijke - zo niet onmogelijke - opgave daar recht aan te doen. Wat dat betreft is er bij het Litouwse gezelschap knap werk verricht. Er zij fraaie, kleurige kostuums in een traditionele stijl, er zijn simpele, effectieve decors en er is een klein, doch uitstekend en genuanceerd klinkend orkest, dat onder leiding van de jonge dirigent Gintaras Rinkevicius Tsjaikovski's weelderige en klankrijke compositie overtuigend ten gehore brengt. De discipline van de jonge dansers is evident en de Aurora van Viltis Algutyte is charmant en zuiver in lijn, zoals ook de goede fee, in deze voorstelling gedanst door Nelli Beredina, beslist kwaliteiten heeft. Het is een hinderlijke tekortkoming dat het programmaboekje geen gegevens verstrekt over wie wat danst, terwijl het ballet zoveel solistische partijen bevat. Zelfs bij de wel vermelde hoofdrollen moet men gissen wie van de genoemde dansers men te zien krijgt. Met de tegenwoordig beschikbare apparatuur moet het verzorgen van een inlegvelletje toch niet zo'n probleem zijn!