'Lijken hebben ook nadelen'; Onderzoeker van TNO over botsproeven met kadavers

DELFT, 3 DEC. Het kind staat in de auto, achter de bestuurder. Bij een botsing - milliseconden later - komt het los van de vloer, zeilt met een boog over de voorovergeklapte chauffeur en schiet als een speer door de voorruit.

Ir. E. Janssen heeft de leiding over de sectie Biomechanica van de afdeling Botsveiligheid bij het Instituut voor Transportmiddelen van TNO in Delft. Hij bladert in een lijvig studieboek over auto-ongevallen. “Kunt u tegen gruwelijke foto's?” Hij toont de gevolgen van een 'lichte' botsing - 15 kilometer per uur - voor mensen die verzuimden hun veiligheidsriemen te omgorden. “Glas in de ogen; dit oor is er finaal af gesneden”. Het zijn kleurenfoto's van levensechte slachtoffers, in tegenstelling tot het kind dat door de lucht zeilt. Dat beeld is geconcipiëerd in een door TNO ontwikkeld computerprogramma.

Onlangs ontstond een kleine rel in Duitsland over lijken van kinderen die waren gebruikt voor botsproeven met auto's. Hoewel het geraamte naast de deur anders doet vermoeden, werkt TNO “niet met lijken”, aldus Janssen.

Dummy's en computerprogramma's dragen bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid. Ook zij zijn uiteindelijk gebaseerd op 'kadavertesten'. Janssen schat dat in totaal, in Duitsland, de Verenigde Staten en Frankrijk met circa 1.500 lijken van volwassenen proeven zijn uitgevoerd. Vermoedelijk is slechts met vijftien lijken van kinderen onderzoek gedaan. “De 'mens-gelijkheid' van een dummy is heel belangrijk”, zegt Janssen. De voordelen van een lijk bij botsproeven zijn dan ook evident. “De anatomie is goed, evenals de massa én ze zijn inwendig te instrumenteren”.

Lijken hebben echter ook nadelen. De gebruikte lijken zijn vaak van oude mensen ('boven de vijftig') en dus niet representatief voor groep automobilisten van 20- tot 50-jaar. De druk in de bloedvaten en de spiertonus ontbreekt, maar kan gedeeltelijk worden opgewekt. De kenmerkende flexibiliteit van de levende ontbreekt echter.

En ook aan levende proefpersonen kleven nadelen. “Je kan niet zomaar iets in de schedel van een vrijwilliger schroeven. Het zijn ook vaak jonge, sterke mannen, dus ook niet representatief. Daarbij kunnen we op hen geen onderzoek doen naar 'letsel-mechanismen'.” Laat staan lethaal, dodelijk letsel. Wanneer je wilt weten hoelang iemand buiten bewustzijn is gebleven, zal je dierproeven moeten doen. Apen worden voor de bestudering van hersenbeschadigingen gebruikt en varkens voor schade aan organen. Janssen schetst hoe verdoofde varkens als waren zij mens in een autostoel worden gezet. Ze worden ook opgehangen om van dichtbij een exploderende airbag tegen de buik te verduren. “Daarna laat men ze inslapen en wordt autopsie uitgevoerd.”

Weliswaar leveren oude gegevens van kadavertesten nog steeds nieuwe gegevens op, nieuwe lijkproeven blijven nodig. “Veelal zijn in het verleden lijken getest met één specifiek doel, bijvoorbeeld alleen op frontale botsingen. Dan zijn uit die proeven geen data te halen over zijdelingse botsingen”.

Het ontbreken van bepaalde gegevens betekent dat momenteel de veiligheid van kinderen in auto's achterloopt op die van volwassenen, aldus Janssen.

“Het zal nog een tijd duren voordat de kinderveiligheid in auto's op het niveau van de volwassenen is. Er zijn betere zitjes nodig. Er is nu al een tiental gevallen bekend van kinderen die - in een zitje met vijfpuntsgordel - een hoge dwarsleasie hebben gekregen bij een botsing. Dus zijn er betere dummy's van kinderen nodig. Om een goede dummy te maken heb je meer biomechanische data nodig. Die krijg je alleen uit biomechanisch onderzoek, onder andere met lijken.”

In Delft worden dummy's en computerprogramma's ontwikkeld, waarmee botsingen gesimuleerd kunnen worden. Het meest recente onderzoek van de afdeling richt zich op botsingen tussen personenauto's en vrachtwagens. TNO doet onderzoek naar de mogelijkheden van energie absorberende 'onder'-bumpers bij vrachtwagens. Wanneer een personenauto onder een vrachtwagen terechtkomt namelijk, willen de inzittenden nog wel eens gedecapiteerd worden.

“We kunnen hier in Delft alleen auto's laten crashen en geen vliegtuigen. Wel hebben we een vliegtuigsimulatie van het ongeluk bij Kegworth”. Daar sloot de gezagvoerder na een brand in een van de motoren abusievelijk de goede motor uit. Ofschoon de biomechanica is ontstaan in de militaire luchtvaart loopt op dit moment de beveiliging van vliegtuigpassagiers achter op autopassagiers. De TNO-dummies vinden hun weg vooral naar de auto-industrie.

Janssen toont een wervende folder waarin de 'TNO-dummy-familie' zich voorstelt. De eenvoudige TNO-10 - een volwassene - kost 12.000 gulden. De kinderen, variërend van negen maanden tot tien jaar komen per stuk op acht- tienduizend gulden. De Eurosid, in tegenstelling tot de TNO-10 van sensoren voorzien, kost 100.000 gulden en wordt gebruikt voor zijdelingse botsingen.

Biomechanica, doceert Janssen, behelst kennis van geweldsinwerking op de mens. Het belang van dit vak staat voor hem buiten kijf. Er vallen jaarlijks 50.000 doden in de EU en één miljoen gewonden. Dankzij biomechanisch onderzoek zijn talrijke beveiligingen voor de automobilist ontwikkeld, zoals de autogordel, de inklapbare stuurkolom en de airbag.

Helaas, zo stelt hij, bestaan er nog steeds misvattingen omtrent de gordel. 'Niet nodig', denkt de gemiddelde taxichauffeur, ook niet voor zijn medepassagier. Misschien, zegt Janssen, hebben sommige mensen bij een vijftig kilometer per uur-botsing geen gordel nodig. “Je kan dat testen door bij sprong van tien meter in een leeg zwembad je val met je handen te breken”. Het grote voordeel van gordels noemt Janssen, dat inzittenden niet bij een botsing naar buiten worden geworpen. Hij wijst op de botsing met een busje, begin deze week op de Zeelandbrug waarbij één man in het water werd geslingerd. Altijd gordel om, is Janssens devies, ook voor de achterpassagiers. Die kan, niet omgord, anderen bij een botsing kwetsen.

Janssen kent als weinig anderen de risico's die inzittenden lopen. Hij schreef een artikel over de risico's van kinderzitjes met vijf-puntsgordels. “Nee, ik heb mijn eigen auto niet verbouwd, al heeft mijn dochter hetzelfde zitje. Ergens moet je vakidiotisme ophouden. Overigens lopen kinderen zonder zitje bij een botsing nog zeven keer zoveel risico op dodelijk letsel als een vastzittend kind in een auto.”