Light verse van Drs. P en Jan Boerstoel; Tante Constance en tante Mathilde in het buitenland

H.H. Polzer: Lyriana. Uitg. De Stiel, 212 blz. Prijs ƒ 39,90.

Jan Boerstoel: Iemand moet het doen. Uitg. Bert Bakker, 56 blz. Prijs ƒ 24,90.

Niemand in dit land die de poëtische techniek op hoger niveau beoefent dan H.H. Polzer. Zijn verzen, doorgaans gepubliceerd en gezongen onder de bijnaam Drs P., vormen ongeëvenaarde staaltjes evenwichtskunst op een dunne, uiterst strak gespannen draad waar ik hem nog nooit af heb zien vallen, ondanks de steeds strenger wordende eisen die hij zichzelf stelt - sinds kort mag -au niet eens meer op -ou rijmen. Zelfs is hij er eens in geslaagd een lied in elkaar te zetten met een rijmklank op het onberijmbaarste woord uit de Nederlandse taalschat: herfst. Als het bijna niet meer kan, wrijft Polzer zich verlekkerd in de handen en gaat aan de slag.

Wat hij schrijft, gaat dan ook lang niet altijd over het onderwerp van zijn schrijfsels. Men zou hem dat kunnen verwijten; er bestaan immers gedichten en liedteksten van zijn hand, waarvan het onderwerp hem kennelijk dermate weinig heeft geïnteresseerd, dat de in het vers vervatte mededeling generlei waarde meer heeft. Maar dat zijn uitzonderingen. In de meeste gevallen gaat het aanstekelijke spel met de vorm gepaard met ietwat knorrige of louter ironiserende kanttekeningen bij het menselijk bestaan. Veel van zijn werk wordt bovendien gekenmerkt door een mijmerende toon vol verlangen naar vroegere tijden, toen ongemanierdheid nog gewoon taboe was en de omgangsvormen waren georganiseerd volgens een duidelijke hiërarchie.

Die melancholie klinkt, duidelijker dan ooit, door in de nieuwe bundel Lyriana waarin H.H. Polzer zijn balanceerkunst voor de verandering eens beproeft in het Engels, Frans en Duits. Alleen al aan de paginaverdeling is af te lezen dat de dichter-zanger zich van die drie talen in het Engels het meest op zijn gemak voelt. Misschien komt dat omdat daar het light verse meer wortel heeft geschoten dan elders en illustere voorgangers kent. Zwierig en vlekkeloos voegt Polzer zich in hun gelederen, met een verbluffend veelzijdig vocabulaire en het zichtbare zelfvertrouwen van de volleerde meester. Dat leidt niet alleen tot spits woordenspel, maar ook tot sfeervolle balladen - bijvoorbeeld over de zomerse muziek in een ongetwijfeld negentiende-eeuws stadspark:

The oldsters come and let their

arteries harden While drinking in stale music and

fresh air The younger ones take no more than

their share There is a hint of chivalry and Arden

Though Pond's, one gathers, is more

widely sold There's goodwill and contentment as

of old (They're playing In a Monastery

Garden)

Bijna alle verzen in deze (helaas door zetfouten ontsierde) bundel werden rechtstreeks in de desbetreffende taal geschreven. Voor zover er uit het Nederlands is vertaald, geldt dat alleen enkele bekende liedteksten, zoals Ripspiqué, Tante Constance en Tante Mathilde en Heen en weer. In de Franse en Duitse afdelingen worden voorts enkele nieuwe versvormen geïntroduceerd op de van Drs P. bekende wijze: de uitleg over de vorm vindt ook in die versvorm plaats.

“In light verse is de vorm een essentieel onderdeel van de inhoud,” stelt samensteller Cees van der Pluijm in zijn informatieve, maar ietwat stroef vertaalde voorwoord. Dat is bij Polzer in hoge mate het geval. In feite zijn vorm en inhoud in zijn werk nauwelijks te scheiden; de inhoud gaat over de vorm, de vorm bepaalt de inhoud.

Jan Boerstoel, al jarenlang een veelgevraagd leverancier van theaterteksten, wordt daarbuiten ook vaak als een light verse-dichter aangeduid. Inderdaad schrijft hij vormvast, al was het maar omdat zijn woorden altijd op muziek moeten worden gezet. Maar binnen die vorm is bij hem de inhoud oppermachtig. Boerstoel zorgt voor geschreven spreektaal, zonder zich te bezondigen aan (lastig te zingen) enjambementen, en beschrijft herkenbare gevoelens zonder in gemeenplaatsen te vervallen.

In de nieuwe bundel Iemand moet het doen, genoemd naar een indrukwekkende tekst voor Jenny Arean die dit jaar werd bekroond met de Annie M.G. Schmidt-prijs voor theaterliedjes, staan nummers uit diverse bronnen. Wat hij voor de televisie schreef, graaft doorgaans minder diep dan de theaterteksten. Dat maakt de kwaliteit iets wisselvalliger dan die van eerdere Boerstoel-bundels. Maar de wrange humor in een lied als Een mooie avond maakt veel goed. “Een mooie avond, maar je komt vannacht niet thuis,” begint het, “en morgenochtend ga ik daarmee leren leven.” En tenslotte volgt dan, na zo'n twintig regels vol ogenschijnlijke vergevingsgezindheid, die slotzin als een voltreffer: “Een mooie avond om de cavia te worgen.”