Levenden

Boven het artikel van Willem Jan Otten (CS 19/11) staat “Op de hand van de levenden”.

Hij ontwikkelt zijn gedachten naar aanleiding van televisie-uitzendingen van de VPRO op 14/11, maar de lezer blijft zitten met zijn slotwoorden “wie je uiteindelijk het grootste gezag toekent - hij die weergeeft 'wat nu eenmaal het geval is' of zij die werkelijk naar de kleinste bewegingen kijkt”.

Hij lijkt te kiezen en suggereren dat de realiteit verpakt kan worden in de schone schijn van de illusie.

Stellen we ons een demente vrouw voor die naar een boom kijkt wuivend in de wind, stellen wij ons zelfs voor dat zij de streling van die wind op haar huid beleeft, dan stellen we ons een van de heel goede dingen van het leven voor.

Zij beleeft ook iets heel goeds als zij zich bevuild heeft en verschoond wordt. Er zijn nog vele zintuiglijk prettige waarnemingen voor haar, werkelijk voor haar of door ons zo in haar geprojecteerd.

De liefde van een naaststaande ontdekt nog zoveel goeds in de pure aanwezigheid van een dierbare, de afspiegeling van wat die persoon ooit was; de stap naar het aanvaarden van het niet meer zijn is groot, zowel met betrekking tot die dierbare als met betrekking tot een mens in het algemeen. Maar dat er niet meer zijn is in de toekomst 'nu eenmaal het geval'.

De ouder wordende mens, die nog redelijk gezond is en de aftakeling ziet plaatsvinden, vreest met grote vrees en meent dat geen stralende voorjaarsmorgen, geen welverzorgd in bed liggen en een bonbon in de mond gestopt krijgen, geen omhelzing van een geliefd iemand zal opwegen tegen het nadeel van het voortduren van een onacceptabele toestand met gemis aan toekomst, met afhankelijkheid, met decorumverlies.

Te meer daar na zijn heengaan voor de nabestaanden de montage tot het verhaal van zijn leven komt, uit reepjes herinneringen, zoals dezelfde schrijver, Pasolini aanhalend, een week eerder schreef (CS 12/11).

Al wie zijn leven niet alleen door het noodlot heeft laten sturen - of een andere instantie als uitsluitende regisseur erkent - wil de laatste scènes van het scenario - met bekende onontkoombare afloop - liefst mee regisseren en voorkomen dat ongewenste opnamen voor montage beschikbaar zullen komen.

Dáárom, ondanks Willem Jan Otten's voorzichtige afweging van wensdroom en werkelijkheid, blijft voor velen toch de uitvoerbare, bespreekbare mogelijkheid van het voorstel van Drion een hoopgevende basis.