Korpschef: schietdiploma voor agenten verplicht

DEN HAAG, 3 DEC. Politie-agenten in de regio Haaglanden moeten een schietdiploma behalen. Vanaf januari worden zij jaarlijks getest op hun schietvaardigheid. Agenten die voor de test zakken krijgen bijscholing en een herkansing. Lukt het dan nog niet, dan moeten ze hun wapen inleveren.

Dat heeft hoofdcommissaris J.L. Brand van het korps Haaglanden gisteren bekendgemaakt bij de opening van een schietbaan in Leusden. De leden van zijn korps zijn de eersten in Nederland die hun schietvaardigheid met een test moeten bewijzen. Wie de test met succes doorstaat, krijgt een certificaat dat een jaar geldig is. Brand wil op deze manier de korpsleden onder druk zetten om zich te oefenen in het schieten.

Uit onderzoeken van het ministerie van binnenlandse zaken bleek onlangs dat niet alle politie-agenten het schieten voldoende beheersen. De onderzoekers drongen toen aan op een certificaat voor schietvaardigheid. Het onderzoek werd gehouden nadat de Nederlandse Politiebond (NPB) klachten had gekregen van verschillende korpsen. Veel agenten kwamen door hun drukke werkzaamheden niet aan de verplichte schietlessen toe.

In de regio Haaglanden is in het verleden van enkele politiemedewerkers het wapen afgenomen, aldus L. Geurens, chef vuurwapenopleiding van het korps. Het ging daarbij alleen om politiemensen die hun wapen niet meer hoefden te gebruiken omdat ze voornamelijk bureauwerk deden.

Tijdens de schietvaardigheidstest met het dienstwapen, de Walter P5, moeten de deelnemers van verschillende afstanden in totaal dertig schoten lossen. Daarvan moeten er 23 doel treffen. Ook de theoretische kennis over situaties waarin de agent wel of niet mag schieten wordt getest. Wie na de herkansing niet aan de eisen voldoet mag geen schietwapen meer dragen. “Deze mensen krijgen wel een vervangend wapen tot hun beschikking”, aldus Geurens.

De politiebonden zijn positief over de door de Haagse korpschef aangekondigde maatregel. Agenten zijn verplicht twintig uur per jaar te trainen, maar daarop is volgens de bonden weinig controle.