Jonge werkloze vaak thuis ondanks baangarantie

ROTTERDAM, 3 DEC. Jonge werklozen die vallen onder de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) zitten vaak thuis. En niet alleen omdat het ziekteverzuim 'schrikbarend' hoog is. Ook de door het kabinet beloofde arbeidsplaats is er niet. Uit landelijk onderzoek blijkt dat maar liefst een kwart van de JWG'ers van alles doet, behalve werken. “De JWG dreigt een veredelde uitkeringsinstantie te worden.”

Gisteren maakte de Toezichtkamer van de Sociale Verzekeringsraad bekend dat JWG'ers zich 'schrikbarend' vaak ziek melden. Het ziekteverzuim onder deze groep steeg dit jaar van 4,9 procent naar 6,5 procent. Daardoor valt het ziekengeld 167,9 procent hoger uit dan was geraamd. De bedrijfsverenging voor overheidspersoneel - die het ziekengeld van de JWG'ers voor haar rekening neemt - moet nu geld lenen om de uitkeringen te kunnen betalen.

Directeur B. Veen van de landelijke JWG-organisatie Stimulans relativeert het ziekteverzuim onder de jeugdig werklozen. “De jongeren moeten wennen aan orde en discipline. In het begin hebben ze dan ineens hoofdpijn, maar dat soort ziekmeldingen ebt in de loop der tijd weg.”

Daarentegen ziet Veen het tekort aan JWG-banen als een groot probleem. Hij waarschuwt ervoor dat de JWG een veredelde uitkeringsinstantie wordt, waarbij jongeren wèl worden betaald alsof ze werk verrichten, maar intussen thuis op de bank zitten omdat er geen baan voor hen is.

Dat was niet de opzet van de JWG. De wet is drie jaar geleden juist ingevoerd om de werkloosheid onder jongeren op te heffen. Jonge schoolverlaters krijgen een half jaar de tijd om een baan te zoeken of zich om te scholen. Lukt dat niet, dan biedt de overheid hen een tijdelijke, extra baan in de collectieve sector; stadhuis, ziekenhuis of school. Volgens Veen bezet nu driekwart van de JWG'ers daadwerkelijk zo'n arbeidsplaats.

De overigen zitten thuis met het minimum jeugdloon maar zonder baan, volgen een opleiding of solliciteren. Vooral in de grote steden dreigt een tekort aan boventallige banen in de collectieve sector. In een uitbreiding naar de marktsector zien het kabinet en veel JWG-instanties een oplossing, maar de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties vrezen dat dit leidt tot verdringing van bestaande arbeidsplaatsen. Een JWG'er is immers goedkoper dan een 'gewone' werknemer omdat het Rijk hem betaalt.

Niet alleen het beperkte aantal extra banen in de collectieve sector breekt de JWG op, ook de inhoud van het werk in deze instellingen. De banen zijn veelal administratief of verzorgend van aard; jeugdigen die automonteur of kapper willen worden, komen zo bedrogen uit. Dat leidt weer tot een hoger ziekteverzuim, meent projectleider T. Dijkstra van de Jongerenpool Rotterdam Werkt. Hier zijn ruim 700 Rotterdamse JWG'ers ondergebracht. Het ziekteverzuim onder deze groep bedraagt 9 procent. “Ze nemen baaldagen op door zich ziek te melden.”

Ook het sanctiebeleid leidt tot een hoger ziekteverzuim; de jongere die tot drie keer toe een baan weigert wordt door de JWG-instelling ontslagen en vervolgens gekort op zijn uitkering. Met deze straf in het vooruitzicht zouden de jeugdige werklozen een baan accepteren, die ze helemaal niet zien zitten.

In Rotterdam is op dit moment geen substantieel tekort aan JWG-banen, maar die situatie verandert over een paar weken. “Per 1 januari krijgen wij de jongeren die in de zomer van 1993 hun school verlieten en nog geen werk hebben gevonden. Met de hoge jeugdwerkloosheid vrezen we een toestroom van veel jongeren. In 1994 zal daarom in Rotterdam een tekort aan JWG-banen optreden”, aldus Dijkstra.

Politiek Den Haag beraadt zich inmiddels over een 'sluitende aanpak' van de JWG. Bij het voorstel tot afschaffing van de bijstand voor jongeren tot 21 jaar beriep ex-staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken zich erop dat deze jongeren niet in de bijstand kùnnen zitten. “Jongeren werken, zitten op school of vallen onder de JWG.” Om de JWG'ers vervolgens met loon maar zonder baan naar huis te sturen, is geen voorbeeld van effectief beleid.