Jakarta heeft geen trek in een Soekarno als partijleider

JAKARTA, 3 DEC. “Lang leve Mega, lang leve Mega”, joelde de zaal, terwijl minister van binnenlandse zaken, generaal b.d. Yogie S. Memed, het gehoor vermanend toesprak. De bewindsman opende gisteravond in Surabaya het buitengewone congres van de Democratische Partij van Indonesië (PDI), 's lands kleinste, maar rumoerigste politieke formatie. De vergadering heeft tot taak een nieuwe voorzitter te kiezen. De kandidaat met de meeste aanhang onder de afgevaardigden is Megawati Sukarnoputri, dochter van wijlen Soekarno, de eerste president van de republiek. Die naam heeft nog steeds een politieke meerwaarde, maar het is de vraag of deze kan worden verzilverd via een plenaire stemming.

Dat een minister, ambtshalve lid van regeringspartij Golkar, de beraadslagingen opende, tekent Indonesiës politieke cultuur. De twee niet-meeregerende partijen, de nationalistische PDI en de pseudo-islamitische PPP, staan in feite onder curatele van de regering. Als zij een politieke leider kiezen, behoeft die de zegen van binnenlandse zaken en - in feite - van de eerste man: president Soeharto. Gaan zij tegen die ongeschreven regel in, dan moeten ze in de hoek.

Zo herkoos de PDI tijdens een 'gewoon' congres in mei zijn oude voorzitter, Soerjadi, die bij Soeharto in ongenade was gevallen omdat hij in de verkiezingscampagne van vorig jaar had gepleit voor een beperking van het aantal presidentiële ambtstermijnen. Daarop verklaarde minister Yogie Soerjadi's verkiezing ongeldig. Hij beriep zich daarbij op 'ondemocratische procedures'. Daarop werd met instemming van de minister een overgangsbestuur geformeerd dat een buitengewoon congres moest voorbereiden. De PDI laat zich zo gemakkelijk ringeloren, omdat de partij wordt verscheurd door interne ruzies. De partij is het resultaat van een door de regering afgedwongen fusie van de onder Soekarno machtige Nationalistische Partij (PNI) en een aantal christelijke partijtjes. Dat samengaan tussen een oude reus en vier dwergen leidde tot touwtrekken tussen de bloedgroepen. In de malaise-stemming die volgde op het fiasco van mei rees een nieuwe ster aan het firmament: Megawati Sukarnoputri.

'Mega' (46) is een van de vijf kinderen van Soekarno en 'moeder des vaderlands' Fatmawati. Na de dood van Bung Karno (in 1970) en moeder Fat (in 1980), besloten de kinderen zich niet in te laten met de politieke partijen van Soeharto's Nieuwe Orde. Megawati was de eerste die zich aan deze afspraak onttrok, toen ze zich in 1987 aanmeldde bij de PDI. Sindsdien heeft ze in twee verkiezingscampagnes met succes geopereerd als stemmentrekster. Vorig jaar kreeg ze gezelschap van haar jongste broer, Guruh Sukarnoputra.

Van haar vader heeft Mega enig redenaarstalent geërfd, en zij trok tijdens de campagne grote menigten, maar als volksvertegenwoordigster heeft ze weinig van zich laten horen. In september liet ze zich overhalen om zich kandidaat te stellen voor het voorzitterschap, na enig aarzelen en op voorwaarde dat de partij haar wilde. Dat maakte een golf van steunbetuigingen uit de afdelingen los. Menig partijlid ziet in Mega de magnetische persoonlijkheid die niet alleen de verscheurde partij kan verenigen, maar van de PDI ook een geduchte rivaal kan maken van het almachtige Golkar.

Hoe realistisch die hoop is, valt te bezien; de middelpuntvliedende krachten in de PDI zijn sterk en Mega's politieke ervaring is beperkt. Toch bleken ook de autoriteiten rekening te houden met een 'Mega-effect'. Dat blijkt uit openlijke en minder openlijke bemoeienis met de congresvoorbereidingen. Delegaties van pro-Mega-afdelingen klagen dat zij op het matje zijn geroepen door lokale militaire gezagsdragers, die hun op het hart bonden “niet te stemmen op een kandidaat die het alleen moet hebben van een bekende vader”.

Naar verluidt zijn de Strijdkrachten van de Republiek Indonesië (ABRI) verdeeld over Mega's kandidatuur. Een minderheid van hoge officieren wenst revanche voor de manier waarop Soeharto hun in oktober het voorzitterschap van Golkar door de neus boorde en een burgerkandidaat, minister van informatie Harmoko, doordrukte. Een vice-voorzitter van de legerfractie in het parlement suggereerde zelfs dat “Golkar de verkiezingen verliest als ABRI zijn steun verlegt naar de PDI”. Maar de hoogste regionen van de ABRI zijn bemand met uitgesproken Soeharto-loyalisten. Alles hangt dus wederom af van 'Bapak' (vader).

Minister Yogie legde gisteren meteen een hypotheek op het PDI-congres door te suggereren dat “hoofdelijke stemming niet past in de Indonesische democratie, die berust op overleg en consensus”. Hij pleitte dan ook voor een kiescommissie met vertegenwoordigers uit de verschillende partijgeledingen. Dit wordt gezien als een manoeuvre om Megawati de pas af te snijden, althans om te voorkomen dat het congres haar een te ruim mandaat geeft. Megawati's concurrent is Budi Hardjono (54), een door de wol geverfde parlementariër die zijn eerste politieke stappen zette in de PNI. Hoewel hij dat zelf ontkent, geldt hij als de 'regeringskandidaat'. Ook Budi is voorstander van een kiescommissie. Die vertrouwde Indonesische vorm van achterkameroverleg biedt hem als minst populaire kandidaat immers de meeste kans.