Huilende politici op klapstoeltjes in Oostduitse landdag

BONN, 3 DEC. Huilende parlementariërs, een nieuwgekozen, soms ook huilende minister-president, wellicht naïeve maar zeker oprechte verhandelingen over de vrijheid van gewetensbeslissingen voor gekozen volksvertegenwoordigers.

Een dramatisch politiek debat met een verrassende uitkomst in een opmerkelijk sober zaaltje. De deelnemers dicht naast elkaar op hard hout, vlak boven het prijsniveau van de klapstoel. Veel baarden en snorren en gezette gestaltes en pakken en jurken uit het voordelige warenhuis. Keurige ernst, weinig gelikts.

Waar kennen Duitsers dat nog? Dat kennen zij in Oost-Duitsland, bijvoorbeeld in de landdag van Saksen-Anhalt te Maagdenburg. Daar werd gisteren Christoph Bergner, 45 jaar, CDU-lid, in geheime stemming met 60 van de 83 uitgebrachte stemmen (23 leden, vooral SPD'ers, deden om tactische redenen niet mee) als nieuwe minister-president gekozen. Als opvolger van zijn afgelopen weekeinde gevallen partijgenoot Werner Münch, die met drie andere uit West-Duitsland afkomstige ministers had moeten aftreden nadat gebleken was dat zij zich in hun salaris de afgelopen jaren wel zeer ruim hadden laten compenseren voor hun politieke offer, namelijk voor het werken in Oost-Duitsland.

Wat dat betreft was de verkiezing van Bergner een soort anticlimax. Want naar taal en spraak (andere woorden, andere klinkers, andere g's, andere sch's), voorkomen - mager, ouderwetse bril, licht gebogen, licht kalend - en levensstijl - komt per trein naar zijn werk, neemt brood mee van thuis in Halle - is deze man voor Westduitsers ongetwijfeld een 'prototypische' Ossi.

De afgelopen jaren was deze Bergner als fractieleider in de landdag een trouwe waterdrager van Münch, sinds gisteren is hij een nieuw gezicht in de ook hier aangeslagen CDU van partijvoorzitter en kanselier Helmut Kohl. In een regionale omgeving overigens, waar veel van het milieubederf in de beruchte DDR-chemiedriehoek Merseburg-Bitterfeld-Halle al is opgeruimd en meer wordt geïnvesteerd dan waar elders ook in Oost-Duitsland.

De meeste Westduitsers kunnen de Oostduitse televisiestations niet ontvangen en lezen geen Oostduitse kranten. Dat zij dat betreuren mag worden betwijfeld zolang uit enquêtes blijkt dat circa 70 procent van hen sinds de omwenteling in de DDR (eind 1989) en de Duitse eenwording (oktober 1990) nog niet één keer op bezoek is geweest in de Noordeuropese 'mezzogiorno' die de vroegere boeren- en arbeidersstaat geworden is in plaats van de “bloeiende landschappen” die Kohl vier jaar geleden nog spoedig zag komen.

Gisteren was het echter de hele dag anders voor het Westduitse televisiepubliek. Het nationale televisienet ZDF nam de urenlange live-uitzending van het Oostduitse station MDR over en ook 's avonds was er op alle publieks- en commerciële zenders grote aandacht voor wat er in Maagdenburg was gebeurd.

Pag.5: Begin van het Grote Knarsen

Het was een soort verenigd-nationale kijkdag, als het ware dan. Want er was een interessant spektakel voorzien in de landdag van het deelstaatje Saksen-Anhalt (2,8 miljoen inwoners, circa 20 procent werklozen). Voorzien was immers een debat met een vrij hoge blote-benenwaarde (arme Ossi's tegenover zich akelig verrijkende Wessi's), en een geschatte uitkomst die al in verband was gebracht met groeiende spanningen in de coalitie van CDU/CSU en FDP in Bonn en het naderende einde aan het politieke leven van Helmut Kohl.

De door Kohl verafschuwde Hamburgse weekbladen Der Spiegel (maandag), Stern en Die Zeit (gisteren) hadden dat nu toch echt onafwendbare einde nog eens beschreven. Die Zeit ditmaal zelfs in duplo, hoofdredacteur Robert Leicht op de voorpagina (“Een taai afscheid van de macht”) en uitgever Theo Sommer voor de zekerheid drie pagina's verder nog eens (Kanzler im Abwärtstrend). En wat nog opvallender was, en voor Kohl en FDP-chef Klaus Kinkel pijnlijker: ook de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung die Kohls coalitie meestal welgezind is, opende gistermorgen met de vraag: “Hoe lang houdt de coalitie in Bonn het nog?”

FAZ-ingrediënten: Kinkels gebrek aan gezag in de FDP, de op eigen liberale profiel bedachte regie van oud-minister Genscher op de achtergrond, Kohls mislukking met de vorige week afgetreden CDU-presidentskandidaat Steffen Heitmann, de slechte CDU-scores in de peilingen, het angstige gerommel in die partij zelf (Saksens CDU-premier Kurt Biedenkopf gisteren in het weekblad Die Woche: Kohl toont te weinig profiel en heeft te weinig ideeën). En voorts FDP-vragen als: moeten we nu nog wel “deprofilerende” coalitie-concessies doen - inzake abortuswetgeving, ruimere politiebevoegdheden tegen georganiseerde criminaliteit (afluisteren, “under-coverwerk”), de financiering van de dure collectieve verzekering van de bejaardenzorg, een gemeenschappelijke kandidaat alsnog voor het presidentschap - als CDU en SPD in de Bondsdagverkiezingen van 1994 alletwee niet boven 40 procent komen en dus tot een grote coalitie worden veroordeeld die ons dan in de oppositie dreigt te brengen?

Kortom: zoveel lijkt zeker, het Grote Knarsen in de Duitse regeringscoalitie is, tegen de achtergrond van een zware economische recessie, tien maanden voor de volgende Bondsdagverkiezingen al hoorbaar begonnen. En Kohl is allang weer de onpopulaire man die hij in 1989 was, voor hij werd gered door het door hem knap behandelde Duitse eenwordingsproces. Dus wie weet krijgen die Hamburgse bladen zo meteen, na hun vele mislukte aanlopen uit vroegere jaren, toch nog gelijk. Aan de vooravond van 1994, een jaar met 19 verkiezingen, is de sfeer daarvoor in elk geval nerveus genoeg.

Voorzover de sleutel voor dit nationale coalitieprobleem in Maagdenburg werd gezocht was de vraagstelling: zou daar besloten worden tot ontbinding van de landdag alsook vervroegde verkiezingen? Zoals de oppositionele SPD en het regionale bestuur van de FDP het in het belang van de politieke zuiverheid (en met een blik op de opiniepeilingen) wilden? Maar wat wegens het meerderheidsvereiste van tweederde niet zou kunnen zonder instemming van de CDU met haar 44 van de 106 zetels?

Of zou Bergners CDU-calculatie kloppen dat hij de benodigde tien extra stemmen in een geheime verkiezing wel zou krijgen uit de rijen van de 13 FDP-parlementariërs en acht partijlozen? Zodat de CDU, die mede dank zij de door Kohl beloofde “bloeiende landschappen” 39 procent scoorde in 1990 en nu in de peilingen op 11,6 procent staat, wat tijdwinst voor een mogelijk herstel vóór de reguliere regionale verkiezingen in oktober 1994 zou krijgen?

Er waren een paar bewogen dagen vooraf gegaan aan het debat in Maagdenburg. De FDP, die dank zij de grote regionale populariteit van de in Halle geboren Hans-Dietrich Genscher in 1990 13,5 procent gescoord had, was daar net zo verdeeld als in Bonn. Het regionale partijbestuur, natuurlijk telefonisch bespeeld uit Bonn, was voor vervroegde verkiezingen en had weigerachtige fractieleden in de landdag met een slechte plaats op de toekomstige kandidatenlijst bedreigd.

Dat juist werd in de landdag van Saksen-Anhalt duidelijk toen de vice-voorzitter Breitenborn het teken voor “tranen los” gaf door te zeggen dat hij niet van plan was “mezelf in het gezicht te spuwen” en in het debat “op mijn buik te gaan liggen” om daarmee Saksen-Anhalt te maken tot “nationaal experimenteel gebied voor bepaalde andere coalitiemodellen” (lees: SPD/FDP).

“Ik heb de afgelopen dagen vaak gehuild door de druk waaronder wij zijn gezet. Wat ik beleefd heb, heeft met onze idealen uit 1989 niets meer te maken”, zei deze Breitenhorn onder applaus uit de CDU-bankjes. Bergner, die de koers naar zijn verkiezing als premier gelopen wist, raakte toen ook in tranen en omhelsde de opstandige FDP'er voor tientallen lopende camera's. Dus zagen ook Westduitse tv-kijkers wat zij in de Bondsdag nooit hebben gezien: twee huilende politici die op de een of andere manier vast Het Goede in hun programma hadden.

De politieke crisis was daarmee in het even nationaal uitvergrote deelstaatje Saksen-Anhalt evenmin verholpen als Helmut Kohls en Kinkels zorgen in Bonn. In Maagdenburg moet Bergner nu nog zien dat hij een kabinet vormt waarin de FDP deelneemt, anders moet hij met een kansloos CDU-minderheidskabinet beginnen.

In Bonn heeft Kohl nog maximaal tien maanden om zijn aangeslagen coalitie met de weifelende FDP uit het diepe dal te trekken. Voordien kan de SPD onder haar nieuwe voorzitter Rudolf Scharping zo niet in Saksen-Anhalt dan toch in andere Duitse deelstaten haar meerderheid in de Bondsraad vergroten tot tweederde, wat zou betekenen dat Kohls meerderheid in de Bondsdag in het federale Duitse systeem geblokkeerd raakt.

Gegeven dat perspectief was het waarschijnlijk geen toeval dat Scharping eerder deze week met heel veel égards werd ontvangen in Parijs, zowel door de “linkse” president Mitterrand als door de burgerlijke premier Balladur. En dat voor dit duo woensdag voor de 62ste Frans-Duitse consultatiebesprekingen naar Bonn kwam, naar de Duitse kanselier dus. Dat moet pijn hebben gedaan bij Mitterrands vriend Kohl.

Zoals ook Kinkel moet hebben geleden onder de FDP-complotten van de afgelopen dagen. Dat bleek uit de schriftelijke verklaring die hij gisteren, na zijn bezoek aan de NAVO-ministerraad (van buitenlandse zaken), uitgaf: “(..) Doel van de FDP is en blijft het succes van de coalitie met de CDU/CSU”.