Hij was onmogelijk, bazig en ijdel; Rancuneuze biogragie van Roald Dahl

Jeremy Treglown: Roald Dahl; Een biografie. Vert. Mea Flothuis. Uitg. Meulenhoff, 334 blz. Prijs ƒ 39,50.

Een autobiografie zag Roald Dahl als 'het toppunt van eigendunk', wat een verbazingwekkende uitspraak is voor iemand die weinig last had van bescheidenheid. Dahls afkeer van zo'n boekwerk wordt waarschijnlijk dichter benaderd in het voorwoord dat hij bij Boy (1984) schreef: “Een autobiografie is een boek dat iemand schrijft over zijn eigen leven. Het staat meestal vol met allerlei saaie details”. Voor Boy stelde de auteur daarom een bloemlezing uit zijn jeugdherinneringen samen, wat resulteerde in een bundel spannende, ontroerende en geestige verhalen, met als schijnbare toevalligheid dat de hoofdpersoon in elk verhaal Roald Dahl heet.

Wie niet zijn eigen, maar andermans leven beschrijft heeft natuurlijk niet dezelfde vrijheid om met zijn materiaal om te gaan, maar de impliciete eis in bovenstaande regels zou Dahl zeker ook aan een biograaf gesteld hebben. Saaiheid was voor hem het ergst denkbare manco in de literatuur. Daarvan getuigt ongeveer alles wat hij zelf schreef. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat de maestro erg ingenomen zou zijn geweest met het werk van Jeremy Treglown, van wie onlangs Roald Dahl; Een biografie verscheen. Het boek biedt namelijk nauwelijks meer dan een uitstalkast voor de berg feitjes en nieuwtjes die de auteur wist op te diepen. De erven Dahl waren in elk geval niet te spreken, want de biografie is ongeautoriseerd.

Toch is Treglown niet de eerste de beste in het literaire wereldje. Hij was van 1982 tot 1990 hoofredacteur van The Times Literary Supplement. Voor het portret van Dahl sprak hij met een indrukwekkende rij vrienden en bekenden en kon hij beschikken over correspondentie met onder anderen Walt Disney en de uitgevers Alfred Knopf en Farrar, Straus & Giroux. Verder kon hij putten uit As I am (1988), de autobiografie van Patricia Neal (dertig jaar Dahls echtgenote) en het geromantiseerde levensverhaal van dochter Tessa Dahl Working for love (1988). Dat dit alles een oninteressant, onaangenaam en bij tijden onleesbaar boek opleverde heeft verschillende redenen.

De onleesbaarheid is vooral te wijten aan de hinderlijk luie vertaling van Mea Flothuis: “Volgens mij zou het zoveel beter zijn als jonge kinderen jouw visie kregen zoals alleen jij die kunt schrijven, op welk deel dan ook van je leven dat je verkiest voor hen toegankelijk te maken.” Soms wordt het bijna cabaret: 'de statueske pijpen van haar spijkerbroek'... Toch betwijfel ik of de Engelse uitgave (die pas volgend jaar verschijnt) de lezer veel meer plezier zal bezorgen. Om te beginnen biedt Treglown weinig nieuws. Het beeld van Roald Dahl (1916-1990) - voor een belangrijk deel door hem zelf gecreëerd en in stand gehouden - is in grote lijnen bekend: geslagen en vernederd op kostschool, verongelukt als oorlogsvlieger, een dochterje overleden aan de mazelen, een zoontje dat zijn hoofd tussen een dichtslaande taxideur kreeg, een vrouw met een hersenbloeding, begonnen als schrijver van scenario's en bizarre korte verhalen en geëindigd als de meest succesvolle kinderboekenschrijver van deze tijd. Minder bekend zijn de afwerende reacties uit de jeugdliteraire wereld op de vroege boeken, de tegenzin waarmee Engelse uitgevers lang na Amerika aan Dahls kinderboeken begonnen, en getuigenissen van redacteuren over hun ingrepen in de oorspronkelijk ingeleverde manuscripten.

Zuur

Oninteressant is de opsomming van gebeurtenissen, zonder dat Treglown poogt sommige een groter gewicht toe te kennen dan andere. Van elke societyfiguur of uitgever tekent hij ongeveer de stamboom uit en bij alles wat zweemt naar een uitspraak of bekentenis wordt verwezen naar een notenapparaat van dertig bladzijden omvang. Soms doet de auteur een poging zijn chronologie te doorbreken. Wanneer hij bijvoorbeeld wil vertellen hoe Dahl en Patricia Neal elkaar ontmoetten, begint hij bij een heer uit Hollywood die in het gevang zat en door de vrouwen werd gemist. Onder hen Patricia. Volgen Neals loopbaan als actrice en haar verhouding met Gary Cooper. Overgeschakeld naar Dahl en breed uitgemeten hoe onhebbelijk deze zich tijdens diners gedroeg. Wanneer Dahl en Neal dan eindelijk naast elkaar aan tafel zitten gebeurt er helemaal niets en is de lezer de draad van het verhaal al lang kwijt.

Het boek is onaangenaam omdat de toon overwegend zuur en rancuneus is. Het is alsof Treglown Dahl onafgebroken postuum de les leest. De reden hiervoor blijft onopgehelderd. Mogelijk hoort de biograaf tot de stoet van beledigden en gekwetsten die met de overledene nog een appeltje te schillen hebben. Dahl was een moeilijk mens, met uitgesproken en controversiële standpunten en de mythe die hij rondom zichzelf en zijn familie schiep vraagt zeker om relativering. Treglown lijkt er echter voornamelijk op uit van de schrijver en zijn werk geen spaan heel te laten. Hij schetst Dahl als een onmogelijke, bazige en ijdele man, die jaloers was op het succes van zijn vrouw, anderen graag kleineerde en wiens enige levensdoel was om rijk te worden. Het beeld wordt nog aangescherpt door door terloopse, ongefundeerde tussenzinnetjes als 'publiciteitsgeil als hij was', wanneer het over een interview gaat. Nergens probeert Treglown een verklaring te zoeken, niet voor Dahls extreme gedrag, maar ook niet voor het enorme en wereldwijde succes bij zijn jeugdige lezers. En vooral dat laatste is een ommissie voor iemand wiens vak de literaire kritiek is. De meest beschouwende opmerking die ik heb kunnen vinden is deze: “Dahls ethisch universum was er een waarin geen vraag zonder antwoord kon bestaan, geen strijd zonder overwinning, geen onoplosbare ingewikkeldheid. En dat gold ook voor zijn schrijven.”

Geheel misplaatst is na driehonderd bladzijden zeuren en zieken de sentimentele slotalinea, waarin de auteur vertelt hoe hij Dahls graf bezoekt en daar naast wat krakkemikkige speelgoedjes een ui ziet liggen, 'een mooie grote met vele lagen onder zijn taaie schil'. Treglown is nog niet eens aan de eerste laag onder die schil toegekomen. Gelukkig luidt de ondertitel van zijn boek Een biografie. Dahl is deze maand drie jaar dood. We hebben nog alle tijd om te wachten op een oprecht in zijn onderwerp geïnteresseerde biograaf die niet in de eerste plaats uit is op een snel commerciëel succes.