Gematigde reacties op afketsen fusie

PARIJS/ROTTERDAM, 3 DEC. Zowel in Frankrijk als Zweden is gematigd gereageerd op het afketsen van de fusie tussen Volvo en Renault. De Franse premier Balladur betreurt de mislukking. In Zweden noemde de afgetreden president-commissaris Gyllenhammar het afbreken van de fusie “een gemiste kans voor Zweden en de Zweedse autoindustrie.”

Volgens de Franse minister van industrie Longuet moet Volvo eerst intern orde op zaken stellen voor gekeken kan worden wat er te redden valt van de samenwerking. Renault benadrukte in een officiële reactie dat het belang van 25 procent (Volvo neemt voor 20 procent deel in Renault) dat de Franse fabrikant al sinds 1990 in Volvo heeft voorlopig zal worden gecontinueerd.

De langdurige samenwerking tussen de twee autofabrikanten heeft er vanaf 1990 toe geleid dat een toenemend aantal afdelingen al zijn samengegaan met het oog op een volledige fusie. Nu die van de baan is, zegt men bij Renault, “verandert de dynamiek”. Zonder dat het nu al hardop wordt gezegd, is het duidelijk: nu de twee bedrijven uit elkaar gaan, zal op termijn ook het gemeenschappelijke doen van research, inkoop en plannen voor de lange termijn maken niet kunnen doorgaan.

In Zweden werd tamelijk rustig gereageerd op het afblazen van de fusie en de 'paleisrevolutie' die zich met het vertrek van president-commissaris Pehr Gyllenhammar bij Volvo heeft voltrokken. Volgens een eerste analyse van Karel Williams, een autoanalist van de universiteit van Manchester, komt Volvo als zelfstandig autofabrikant voorlopig niet in problemen. “De winstvooruitzichten van het bedrijf zijn redelijk. Als er zich moeilijkheden gaan voordoen moet je denken aan een periode over drie tot vijf jaar. Tegen die tijd zal Volvo toch op zoek moeten als het de de zekerheid wil hebben te overleven.”

Een nieuwe structuur voor Volvo en meer modellen dan de fabriek nu op de markt brengt zijn daarbij essentiële voorwaarden om de concurrentiestrijd - vooral met de Japanners - op den duur te kunnen volhouden. Die mening is ook de scheidende Pehr Gyllenhammar toegedaan. “Daarom heb ik mijn best gedaan om deze fusie te laten slagen”, verklaarde Gyllenhammar gisteren in Stockholm. “De tegenstanders van deze fusie in Zweden hebben hun rug toegekeerd naar Europa en de wereld. Beide zaken zijn niet in het belang van het land en Volvo. Maar emoties en politieke discussies in Zweden hebben deze zakelijke overeenkomst geblokkeerd.”

Bij het grotere Renault bestaat weinig vrees voor de naaste toekomst. Een schatting van de schade die het Franse staatsbedrijf lijdt is niet gemaakt. Op de voor volgend jaar aangekondigde privatisering zou het niet doorgaan van de fusie geen gevolgen hebben. Minister van industrie Gérard Longuet herinnert er aan dat directie en commissarissen van Volvo in diverse stadia 'ja' hebben gezegd tegen de fusieplannen, die hij “commercieel logisch” en “evenwichtig” noemde. “De Zweedse partner is nu onvoorspelbaar geworden. Dit is echt hun probleem. Er zijn duizend goede redenen voor hen deze fusie aan te gaan.”

Bij Nedcar, dat vanaf 1994 in Born jaarlijks 100.000 kleine Volvo's gaat maken met Renault-motoren, gelooft men niet dat de afgebroken fusie veel zal veranderen. De Nederlandse autoproducent wil verder geen commentaar geven op het niet doorgaan van de fusie tussen Volvo en Renault. “Het niet doorgaan van de fusie is een zaak die alleen Volvo en Renault aangaat. NedCar is daarin geen partij”, aldus een woordvoerder.