Geen schaker kijkt zo ontroerd om zich heen als Vassili Ivantsjoek

TILBURG, 3 DEC. Ook nadat de remise allang was overeengekomen en de meeste toeschouwers het pand hadden verlaten probeerde Anatoli Karpov nog aan te tonen dat Vassili Ivantsjoek goed weg was gekomen in de tweede finale-partij van het Interpolis Wereldschaaktoernooi. Nog steeds fluisterend, alsof hij daardoor dichter bij de zojuist beëindigde partij kon blijven, zocht Karpov eindeloos manoeuvrerend naar verbeteringen in de door hem gevolgde strategie. Ivantsjoek sjokte wat met zijn schouders, deed plichtmatig de juiste zetten en begreep nog steeds niet waar hij minder gestaan zou hebben.

Karpovs poging om alsnog in de analyse te winnen brachten de woorden in herinnering die zijn secondant Podgaets 's middags hoofdschuddend had gesproken toen hij een tam zetje van zijn baas bekritiseerde: “Als hij nu wint moet ik straks ook nog eindeloos aanhoren dat dit uitstekend spel gaf.”

Andermaal was de FIDE-wereldkampioen er niet in geslaagd om Ivantsjoek in een reguliere partij te verslaan. De vraag wie met honderdduizend gulden naar huis gaat en wie met vijftigduizend zal nu beslist worden in de barrage. Tegen Vizmanavin en Kaidanov stuurde Karpov doelbewust op beslissingspartijtjes aan en won op zijn sloffen. Ivantsjoek had hij ongetwijfeld liever eerder van zich af geschud. Ook in rapid-partijen heeft de Oekraïner in de onderlinge score een voorsprong van één punt.

De openingskeus van Ivantsjoek kwam als een verrassing, maar oogste al snel instemming en lof. Tijdens het WK voor teams had hij als witspeler nader kennis gemaakt met deze Hollandse opstelling ten koste van de Cubaan Nogueiras die duchtig werd afgedroogd. Een analyse van die partij moet zijn waardering voor de flexibiliteit van het systeem hebben opgekrikt. Net als zijn tegenstander stortte hij ook een berg beton voor zijn deur en voorkwam dat Karpov met een klein initiatiefje eindeloos priegelend aan een winstpoging op lange termijn kon beginnen. Uiteraard probeerde deze dat toch, maar er was nauwelijks kans van slagen. Al na veertien zetten zuchtte Podgaets: “Laat hij maar snel remise aanbieden, want straks komt hij nog minder te staan.”

Zo werd er veel gegeeuwd en viel er weinig te genieten. Tenzij men tot die liefhebbers behoorde die het genot verstaan een middagje naar Ivantsjoek te kijken. Geen schaker kijkt zo ontroerend om zich heen als Vassili Ivantsjoek. Net als zijn generatiegenoten Anand en Gelfand richt hij slechts af en toe de blik op het bord. Wie het voor het eerst ziet kan niet aan de indruk ontkomen dat het iets onbeleefds heeft.

Terwijl de stukken voor hem staan te wachten op de juiste zet zit Ivantsjoek in zichzelf gekeerd naar een onbekende einder te staren. Nu eens met de handen om zijn neus gevouwen, dan weer met twee vingers op de brug van zijn neus. Soms ook simpelweg pulkend aan die neus. Maar altijd met die melancholische, droeve blik turend naar nergens. Ter afwisseling wil hij wel eens met hoofd en haren diep in de handen duiken, of plots met een ruk van het hoofd het publiek inkijken.

Confronterend is dat niet, zoals hij uitlegde: “Er is een kans dat ik je ineens aankijk, maar de kans is klein dat ik je zie.”

In de veilige begrenzing van zijn hoofd vormt hij de partij. Daar had hij weer veel bekeken, zoals hij Karpov geduldig liet zien. Rustig schuivend met de stukken, vriendelijk en met die weemoedige, wazige blik onder de donkere doorlopende wenkbrauwen.

Wit: Karpov; zwart: Ivantsjoek

1.d2-d4 d7-d5 2.c2-c4 e7-e6 3.Pb1-c3 c7-c6 4.e2-e3 f7-f5 5.f2-f4 Pg8-f6 6.Pg1-f3 Lf8-e7 7.Lf1-e2 Ivantsjoek zette onlangs in Luzern tegen Nogueiras voort met 7.Ld3 0-0 8.0-0 b6 9.b3 Ld7 10.Lb2 Pe4 en won na 37 zetten. 7...0-0 8.0-0 b7-b6 Een ander idee is 8...Ld7 9.Tb1 Le8 10.Pg5 Dc8 zoals in een partij Lerner-Malioetin gebeurde. 9.Dd1-c2 Lc8-b7 10.c4xd5 c6xd5 11.Lc1-d2 Pb8-c6 12.a2-a3 Erg indrukwekkend oogt het allemaal niet. 12...Pf6-e4 13.Tf1-c1 Ta8-c8 14.Dc2-d1 Dd8-d7 15.Ld2-e1 Tc8-c7 16.Tc1-c2 Pe4xc3 17.Tc2xc3 Tf8-c8 18.Ta1-c1 Le7-d6 19.Dd1-a4 Pc6-b8

Leidt tot een grootscheepse afruil omdat 20.Dxa7 Lc6 21.Dxb6 Tb7 niet erg raadzaam is voor wit. 20.Da4xd7 Pb8xd7 21.Tc3xc7 Tc8xc7 22.Tc1xc7 Ld6xc7 23.Pf3-g5 Pd7-f8 24.Le2-b5 h7-h6 25.Pg5-f3 Pf8-g6 26.h2-h3 Kg8-f7 27.Le1-b4 Karpov geloofde dat hij hier met 27.Kf2 voor grotere problemen had kunnen zorgen. 27...Pg6-e7 28.Pf3-e5+ Lc7xe5 29.d4xe5 Pe7-c6 30.Lb4-c3 Ook 30.Ld6 Pa5 belooft weinig. 30...Pc6-b8 31.Lb5-d3 Lb7-c6 32.b2-b3 Pb8-d7 33.Lc3-d4 Pd7-c5 34.Ld4xc5 En ook 34.Lc2 Pe4 is erg remise-achtig. 34...b6xc5 35.Ld3-a6 h6-h5! Dwingt wit tot de volgende zet waarna de gang van de koning naar h4 is afgesloten. 36.g2-g3 g7-g6 Nu de koningsvleugel afdoende is beveiligd maakt zwart eenvoudig remise. 37.Kg1-f2 Kf7-e7 38.Kf2-e1 Ke7-d8 39.a3-a4 Kd8-c7 40.a4-a5 Lc6-b7 41.La6-e2 Lb7-c6 42.Ke1-d2 Lc6-e8 43.Kd2-c3 Le8-d7 44.Le2-a6 Ld7-c6 45.b3-b4 c5xb4+ 46.Kc3xb4 Lc6-e8 47.Kb4-c5 Le8-a4 Remise

Noot: In de analyse van de eerste finalepartij gaf ik gisteren bij de twintigste zet een fraaie variant van Ivantsjoek die na 29.Dh3 eindigde met de conclusie: “en wit wint”. De kritische lezer zal gezien hebben dat dat een te optimistische conclusie was. Na 29...Pg8 kan wit op niet meer dan remise hopen.