Eert uw kinderen

In De ontdekking van de hemel zegt Mulisch: 'Waarom had Eert uw vader en uw moeder een gebod te zijn, en eert uw kinderen niet?' Op deze zeer terecht gestelde vraag kan aan de hand van Heilige Schrift geen antwoord worden verkregen. Door de hele bijbel heen wordt met grote nadruk gesteld dat kinderen, zoals de Heidelbergse Catechismus in zondag 39 stelt, hun vader en moeder 'alle eer, liefde en trouw bewijzen' moeten. Blijkbaar hoeft daar van de kant van de ouders niets tegenover te staan. In Exodus 21 vers 15 wordt onomwonden gesteld: 'Wie zijn vader of moeder slaat, zal zeker ter dood gebracht worden' en twee verzen verderop blijkt zelfs het vervloeken van de vader of moeder al voldoende reden voor de ultieme straf. In Leviticus 20 vers 9 wordt een en ander nog eens herhaald, en in Deuteronomium 21 vers 18 tot en met 21 wordt gezegd dat een weerbarstige zoon die niet naar zijn vader en moeder luistert 'hoewel zij hem tuchtigen' naar de oudsten van zijn stad gebracht dient te worden om hem te 'stenigen, zodat hij sterft.'

Gelukkig ontbreken dergelijke barbaarse voorschriften in het SGP-programma, waaruit kan worden opgemaakt dat ook de strengste christenen vandaag de dag grote delen van het Woord des Heren volledig aan hun laars lappen, maar het blijft vreemd dat in de Heilige Schrift nergens zelfs maar gememoreerd wordt dat ook ouders hun kinderen dienen te eren. In het bijbelboek Spreuken wordt herhaaldelijk gesteld dat kinderen naar hun ouders moeten luisteren. Spreuken 1 vers 8: 'Hoor, mijn zoon de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet.' Vrijwel hetzelfde lezen we in Spreuken 6 vers 20, en in Spreuken 19 vers 26 lezen we: 'Wie zijn vader mishandelt, zijn moeder verstoot, is een snood en schandelijk zoon', en in Spreuken 20 vers 20 heet het: 'Wie zijn vader en moeder vervloekt, diens lamp wordt uitgeblust ten tijde der dichte duisternis.' Dat moge dan niet zo barbaars zijn als de in Deuteronomium krachtig aanbevolen steniging, maar de vraag blijft wel waarom het ook bij de auteur van de Spreuken nooit is opgekomen om iets te zeggen over eer of respect van ouders voor kinderen.

Als de profeet Micha een beeld schetst van 'dagen der ontzetting' dan ziet hij voor zich (Micha 7 vers 6): 'De zoon minacht de vader; de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; des mensen huisgenoten zijn zijn vijanden.' Kunnen vaders hun zonen niet minachten? Komt het nooit voor dat schoonmoeders opstaan tegen hun schoondochters? Volgens Micha blijkbaar niet.

Kinderen zijn in de Schrift vogelvrij. Ze kunnen dienen als brandoffer (Richteren 11), ze kunnen door barmhartige vrouwen gekookt worden (Klaagliederen 4 vers 10) en in psalm 137 wordt zelfs gezegd: 'Gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren.' Kinderen vormen een soort bezit, een erfdeel des Heren, waarmee men alles mag doen. Als God de Farao of Koning David wil straffen, doodt hij niet de Farao of David, maar hun eerstgeboren zonen. Als Hij Job in het kader van een weddenschap alles afneemt, ruimt Hij eerst zijn zeven zonen en drie dochters uit de weg. Ook voor God zijn kinderen blijkbaar wegwerpartikelen, waarmee men, als men de vaders wil beproeven, kan doen en laten wat men wil.

In het Nieuwe Testament worden door de apostel Paulus warempel af en toe vaders toegesproken. Als hij in Epheziërs 6 vers 1 heeft gezegd: 'Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam' laat hij daar in vers 4 op volgen: 'En gij, vaders, verbittert uw kinderen niet' en vrijwel hetzelfde zegt hij in Colossenzen 3 vers 20 en 21. Daarbij echter blijft het en er is ook in het Nieuwe Testament geen sprake van dat ouders hun kinderen dienen te eren. Hoogst merkwaardig blijft natuurlijk dat achter dit alles kennelijk een vorm van angst schuilgaat. Alsof ouders ook maar iets van hun kinderen te duchten hebben! In het verlengde van het vijfde gebod ligt Freuds Oedipus-complex. Alsof er ook maar enige reden voor is om aan te nemen dat een kind zijn vader wil doden en zijn moeder wil trouwen! Voorzover hier van een reële angst sprake kan zijn, dan toch angst voor het omgekeerde: dat de vader uit jaloezie over het feit dat de zoon alle aandacht van de moeder opeist, het kind ombrengt. Zeer terecht zegt Jaap Goedegebuure in zijn fraaie boekje De Schrift herschreven: 'De meeste zonen vrezen hun vader, en met recht, want zelfs wanneer zij zich niet conformeren aan het gedrag van Kronos, Tantalus, de Moabitische koning die zijn zoon ten aanschouwe van de joodse belegeraars op de muren 'ten brandoffer' slacht (2 Kronieken 3 vers 25-27), en in laatste instantie ook God zelf, dan nog zien ze met Argusogen het oprijzen van de jonge loten aan, en proberen die te buigen en te knakken waar ze kunnen.'

Dat niet de kinderen een bedreiging voor de ouders, maar de ouders een bedreiging voor de kinderen zijn - de Schrift lijkt er geen weet van te hebben, ofschoon juist in het Woord des Heren regelmatig sprake is van incest, kindermishandeling en kindermoord. Het merkwaardige is dat de opsteller van de tien geboden het kind krachtig aanbeveelt om zijn ouders te eren 'opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here uw God u geven zal'. Niettemin komen vele erende kinderen in de bijbel op gruwelijke wijze om. Blijkbaar wordt met 'het land dat de Here uw God u geven zal' een dodenakker bedoeld.