Een dag uit het leven van de 81-jarige Adriaan Morriën

Adriaan Morriën, oude ogen. Ned.3, 23.11-0.01u.

De film Oude ogen is geconstrueerd als een lange dag uit het leven van de 81-jarige schrijver Adriaan Morriën. De auteur ligt aan het begin van de film 's morgens in bed te lezen; 's nachts, na een avondwandeling, zien we hem weer in bed liggen. Daartussen zien we de schrijver wandelend door de stad, hij doet boodschappen, bezoekt het café en stapt op de tram, dit alles gelardeerd met wat biografisch materiaal. Als ten slotte zijn zuster en zijn twee dochters langs het scherm trekken en in navolging van een aantal bevriende schrijvers ook nog wat behartenswaardigs over Morriën opmerken, gaat de film letterlijk als een nachtkaars uit.

Oude ogen wil niets minder dan 'heel de mens Morriën' portretteren, en dat leidt tot een fragmentarische en oppervlakkige film, waarin vooral 'het werk' er bekaaid vanaf komt. Wie zich terloops in Morriën heeft verdiept, weet dat de schrijver sinds jaar en dag een passie aan de dag legt voor de vrouw: de kwetsbaarheid van haar schoonheid is vaak door de auteur bezongen. Dat Morriën op straat en in de tram graag naar vrouwen kijkt is genoegzaam bekend, niet alleen omdat hij daar zelf nooit een geheim van heeft gemaakt, maar ook omdat hij daar al dikwijls mee heeft gekoketteerd.

“Als je kijkt hoef je van geen enkele vrouw af te blijven”, verklaart Morriën zijn Schaulust in de film. Het is jammer dat juist bij Morriëns neiging naar alledaags voyeurisme de filmmakers lang stilstaan. “Seksualiteit en liefde is weliswaar een van mijn thema's”, zegt hij aan het eind van de film, als wil hij het beeld dat van hem wordt gecreëerd op de valreep nog corrigeren, “maar het is slechts een van de vele thema's; mijn werk gaat verder onder meer over natuur, de verhoudingen in het gezin, kinderen en abstracte begrippen als de tijd...” Bekend is ook het diepgaande conflict dat Morriën had met zijn voormalige vriend W.F. Hermans, dat nu in de film alleen maar even wordt aangstipt.

Gelukkig bewandelen de filmmakers niet louter platgetreden paden. Morriën doet ontroerende uitspraken over ouderdom en vergankelijkheid. “Het voelt vaak goed niet zo lang meer te hoeven leven”, luidt een regel uit een gedicht dat hij voorleest. Maar zo lichtvaardig blijkt hij er niet altijd over te denken. Het idee binnen afzienbare tijd te moeten sterven omschrijft Morriën als “niet zo aanlokkelijk”, en terwijl hij een stuk vel tussen duim en wijsvinger pakt zegt hij: “Mijn vlees leeft nog graag.”

Mooi is ook het beeldrijm dat de makers van Oude ogen tot stand brachten met zwart-wit-opnamen van bijna dertig jaar geleden: een jongere Morriën, wandelend langs de kade van IJmuiden, zijn geboorteplaats. Uit dezelfde tijd dateren idyllische beelden van het gezin Morriën, gemaakt in het huis waar de schrijver nu gescheiden van zijn vrouw woont. Daarop volgt een openhartig gesprek met de schrijver en zijn ex-vrouw Guusje Oldenburg, eveneens opgenomen aan de Plantage Muidergracht. “Mijn probleem was dat ik graag een gezin had”, zegt Morriën, “maar dat ik moeite had met de trouwgelofte die door het huwelijk wordt afgedwongen.” Waarop zijn ex-vrouw opmerkt: “Als ik dat vooraf geweten had, zou ik nooit met hem zijn getrouwd.”

“Veel moralisme berust op domheid”, merkt de schrijver op, poserend voor een beeldhouwer. Morriën is zijn principiële ontrouw zijn leven lang trouw gebleven; daarnaast heeft hij altijd zijn eigen 'jaloezie kunnen reguleren'. “Als je ècht van iemand houdt, moet je die alles kunnen vergeven.” De hoge eis van emotionele ongenaakbaarheid die hij aan zichzelf stelde, stuitte niet zozeer op wetten als wel op praktische bezwaren.