Dood van Escobar maakt geen einde aan cocaïnehandel

CARACAS/ ROTTERDAM, 3 DEC. Met de dood van 's werelds machtigste drugsbaron, Pablo Emilio Escobar Gaviria, is de oorspronkelijke vierkoppige 'Raad van Bestuur' van het cocaïnekartel van Medelln geheel uitgeschakeld. De strikt hiërarchisch geleide 'misdaadmultinational', die vanaf 1981 via de Antillen en Aruba en later ook Suriname nadrukkelijk eveneens de Nederlandse markt blootlegde, leed al eerder een gevoelige slag toen José Gonzalo Rodriguez Gacha werd doodgeschoten. De andere twee kopstukken, Carlos Enrique Lehder Rivas en Jorge Luis Ochoa Vasquez, zitten respectievelijk in de Verenigde Staten en in Colombia achter de tralies.

Toch wordt niet verwacht dat de wereldwijde handel in cocaïne nu zal afnemen. De positie van het Medelln-kartel was door de concurrentie uit het Colombiaanse Cali, in het bijzonder op de Europese markt, al danig verzwakt. Van het Medelln-kartel als zelfstandig en uniform geleid bedrijf was al jaren geen sprake meer. Een grote groep van kleinere organisaties is door de jacht op Escobar en de zijnen in het gat in de markt gesprongen.

Cocaïne-handel blijft immers lucratief. Ondanks kostbare campagnes tegen de handel in cocaïne en daarvan afgeleide drugs als crack, blijft de vraag in het rijke Westen onverminderd hoog, terwijl de lokale economieën in landen als Peru, Bolivia en Colombia bij gebrek aan rendabele legale alternatieven voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de coca-teelt.

Bovendien wordt naast cocaïne inmiddels een nieuw produkt aan het drugsassortiment toegevoegd: in Zuid-Amerika wordt nu ook heroïne, dat traditioneel uit Azië komt, geproduceerd. Van een “dodelijke slag voor de georganiseerde misdaad”, zoals Ramón Cortéz, adviseur van de Colombiaanse president César Gaviria, het gisteren uitdrukte, is dan ook geen sprake.

Op het hoofd van Escobar stond in Colombia een prijs van omgerekend bijna tien miljoen gulden. Escobar was in de ogen van de Colombiaanse regering geen 'gewone' drugshandelaar, maar een 'narco-terrorist'.

Pag.4: Doodschieten Escobar was een kwestie van tijd

Op het hoogtepunt van de Colombiaanse drugsoorlog aan het eind van de jaren tachtig was Pablo Escobar onder andere verantwoordelijk voor bomaanslagen op het gebouw van de geheime dienst DAS, van de krant El Espectador en op een lijntoestel van de luchtvaartmaatschappij Avianca. Bij alle aanslagen die in opdracht van Escobar zijn uitgevoerd, zijn honderden mensen om het leven gekomen - veelal volkomen onschuldige voorbijgangers. Zijn dood gisteren wordt door de Colombiaanse overheid dan ook gezien als een overwinning van grote concrete en symbolische waarde.

De strijd op leven en dood tussen Colombia en de drugsbaron begon eigenlijk in augustus 1989, toen de presidentskandidaat voor de Liberale Partij, Lus Carlos Garlán, tijdens een spreekbeurt in Bogotá op het podium werd neergemaaid door sicarios, zoals de vaak zeer jonge huurmoordenaars van het drugskartel worden genoemd.

De toenmalige president Virgilio Barco lanceerde als antwoord op deze moordaanslag - die een schokgolf in Colombia teweeg had bracht - een totaal offensief van leger, politie en geheime dienst tegen het Medelln-kartel. Voor het eerst werd Escobar in het defensief gedwongen, terwijl de autoriteiten tientallen bezittingen van de drugsbaron, zoals huizen, kantoren, voer-, vaar- en vliegtuigen en zelfs een complete dierentuin in beslag namen.

Het tegenoffensief van Escobar bleef niet lang uit. Met een serie gruwelijke moordaanslagen trachtte Escobar regering en samenleving te intimideren. Tegelijkertijd werden onderhandelingen gevoerd over zijn overgave. Wat Escobar tot elke prijs wilde vermijden, was zijn uitlevering aan de Amerikaanse justitie. In tegenstelling tot overgave aan de zwakke Colombiaanse justitie en een verblijf in de poreuze gevangenissen van het land, betekende uitlevering aan de Verenigde Staten voor Escobar vrijwel zeker veroordeling en levenslange opsluiting.

Dat was ook het geval met een andere topman van het Medelln-kartel, de Hitlerfanaat en nu kroongetuige in een serie drugsprocessen, Carlos Lehder. Het lot van de voormalige Panamese sterke man Manuel Antonio Noriega, die eveneens een levenslange gevangenisstraf uitzit in de Verenigde Staten, sterkte Escobar alleen maar in zijn credo: “Liever een graf in Colombia, dan een cel in de VS”.

Het zou aanvankelijk de cel in Colombia worden. Virgilio Barco's opvolger als president, César Gaviria, koos voor een andere tactiek dan zijn voorganger. Om Colombia nog meer bloedvergieten te besparen, ging de overheid een overeenkomst aan met Escobar waarbij deze min of meer op eigen voorwaarden vrijwillig zitting nam in een gevangenis van eigen keuze. De tot penitentiaire inrichting omgebouwde boerderij in Envigado, in de heuvels op korte afstand van Medelln, zou een jaar lang het nieuwe hoofdkwartier van Escobar worden. De drugsbaron kon ongehinderd de zaakjes voortzetten die hij daar ooit was begonnen als kruimeldief, terwijl de overheid de illusie had dat volksvijand nummer één definitief achter de tralies zat in afwachting van zijn proces.

Maar een jaar na zijn vrijwillige detentie ontsnapte Escobar in juli 1992 met een aantal naaste medewerkers uit de luxe gevangenisboerderij in Envigado, vermoedelijk uit angst toch te zullen worden overgeplaatst naar een gevangenis met een strenger regime. Een zestien maanden lange zoektocht naar de ontsnapte drugsbaron zou volgen. Gaandeweg werd duidelijk dat Escobar, wiens macht binnen de drugshandel voortdurend afnam, in het nauw was gedreven en dat zijn overgave of zijn dood slechts een kwestie van tijd zou zijn.

De veiligheidsdiensten bleken steeds beter in staat het spoor van de drugsbaron te volgen. Bovendien kreeg Escobar een koekje van eigen deeg in de vorm van een doodseskader dat zich Los Pepes noemde - een Spaanse afkorting die stond voor 'Zij die door Pablo Escobar vervolgd worden' - en niet gehinderd door wettelijke beperkingen het recht in eigen hand nam. Het doodseskader, waarin militairen een belangrijke rol zouden spelen - richtte ook de wapens op familieleden van de drugsbaron, die onmiddelijk Colombia trachtten te ontvluchtten.

Deze week verlieten de echtgenote van Escobar, hun dochter, zoon en een vriendin van de zoon Colombia om in Duitsland onderdak te zoeken. Per kerend vliegtuig werden ze door de autoriteiten in Bonn teruggezonden, waarna ze onder bescherming van de Colombiaanse justitie in een hotel in Bogotá verbleven. Daar werd gisteren nog voor de deur een autobom onschadelijk gemaakt. Maar de klap volgde met het nieuws gistermiddag dat Pablo Escobar in Medelln was doodgeschoten toen hij zich zou hebben verzet tegen zijn arrestatie.

Plata o plomo, je geld of de kogel, was de keuze waarvoor de drugsmisdadigers hun slachtoffers vaak stellen. De miljardair Escobar had tijdens zijn leven voldoende van het eerste, tot het tweede daar gisteren onverbiddelijk een einde aan maakte.