Documentaires in de eerste persoon

DOX. Documentary Film Quarterly. Winter 1993. Issue nr. 0. 60 blz. Redactie: Miryam van Lier. Uitg. DOX, International Documentary Magazine Foundation. Redactieadres: Hinthamerstraat 201, 5211 ML 's-Hertogenbosch. Prijs: 6 ECU.

Een goed overzicht van recente ontwikkelingen in de internationale produktie van documentaires valt niet eenvoudig te verkrijgen. De enige manier is eigenlijk het bezoeken van de verschillende gespecialiseerde festivals, waaronder het volgende week voor de zesde keer startende International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). In dat kader zal ook het nulnummer gepresenteerd worden van DOX, een Engelstalig kwartaaltijdschrift dat uit Europees perspectief bericht over inhoudelijke, formele, organisatorische en financiële aspecten van de eigentijdse documentaire.

Het initiatief kan niet genoeg toegejuicht worden, te meer daar het blad een serieuze, veelzijdige indruk maakt. De in Nederland gevestigde redactie, die in feite maar uit een persoon bestaat, de tot voor kort voor het Europese subsidieproject DOCUMENTARY werkzame Miryam van Lier, kiest voor een hoog informatiegehalte en een toon die meer beschouwend is dan journalistiek, zonder te vervallen in onleesbare theoretische verhandelingen. Slechts het artikel van Patrick Lacoste, dat Wim Wenders' Until the End of the World (niet eens een documentaire) in een psychoanalytisch perspectief plaatst, vormt de uitzondering.

Zeer nuttig zijn de verslagen van recente festivals, zoals dat in het Japanse Yamagata, het Newyorkse Margaret Mead Film & Video Festival, een Amerikaanse studiebijeenkomst in North Carolina, het Nordisk Panorama in Zweden en het Europese documentaire symposium in Riga.

Echte recensies ontbreken. Eerder worden verschillende min of meer recente documentaires in een gemeenschappelijk perspectief geplaatst. De thematische nadruk ligt in dit volwaardige nulnummer op de biografische en autobiografische elementen in de documentaire. François Niney behandelt de voetangels en klemmen van in de eerste persoon vertelde documentaires. Aardig is zijn opvatting dat de waarheid zich, ook in documentaires, alleen maar in gemaskeerde vorm kan laten kennen. Henk Hofland breekt een lans voor filmbiografieën die het verloop van de Koude Oorlog documenteren: “In our society nobody can force another person to tell the story of his or her career, and I wouldn't want it any other way. But in a sense it's a pity that there isn't a way to get important public figures to leave a visual testimony, except with money or through appealing to their vanity”.

In een interview met de Poolse auteur Henryk Grynberg wordt het belang van biografische details in een documentaire juist gerelativeerd. Grynberg is de hoofdpersoon van de film Birthplace van Pawel Lozinski, die ook tijdens het IDFA vertoond wordt. Daarin bezoekt de schrijver het dorp waar hij in de oorlog als joods kind woonde en is er getuige van hoe, op aanwijzingen van oude boeren, de stoffelijke resten van zijn vermoorde vader uit een weiland opgegraven worden. De film verwijst op geen enkele manier naar het feit dat Grynberg een bekend auteur is, die veel over het lot van Poolse joden gepubliceerd heeft. Hij meende dat dit verhaal belangrijker was dan zijn persoon, en wilde gefilmd worden als zomaar een jood, misschien wel een Hamlet.