De ware en onware geschiedenis van La Traviata; Een beroemde courtisane en een gemene vader

Er is een vrouw die 'eigenlijk' La Traviata was, dezelfde vrouw die model stond voor La Dame aux Camélias: de lieftallige courtisane Marie Duplessis, die op haar drieëntwintigste stierf. De opera ging deze week bij de Nederlandse Opera in première.

Alle voorstellingen van La Traviata door de Nederlandse Opera zijn deze maand uitverkocht. De NOS-tv zendt 26 dec. 15.50 uur een opname uit van de voorstelling.

In La Traviata is het leven nog brozer dan de liefde. Uiteindelijk vallen Violetta en Alfredo elkaar weer in de armen, nadat Alfredo's vader eerder zonder al te veel moeite een eind had gemaakt aan hun korte verhouding. Violetta zingt: “Een nieuwe, ongekende kracht komt in me op! Ah, ik keer terug tot het leven, wat een vreugde!” Dan sterft ze aan de tering.

La Traviata, gebaseerd op La dame aux Camélias van Alexandre Dumas fils, is het levensechte verhaal van een liefdesgeschiedenis tussen Violetta en Alfredo. De opera speelt niet in mythische of historische tijden of in kringen van koningen en adel. De zoon van de beroemde schrijver Alexandre Dumas beschreef in zijn boek zijn eigen ervaringen met de betaalde liefde. En met zijn opera legde Verdi de basis voor het verisme - de 'waarheidsgetrouwe', realistische stroming in de Italiaanse opera met als hoogtepunten stukken als I Pagliacci van Leoncavallo en Puccini's La bohème, Tosca en Madama Butterfly.

La Traviata was zo - met een eigentijds en als immoreel ervaren gegeven -een keerpunt in de operageschiedenis. Die begon nu bijna vierhonderd jaar geleden aan de Italiaanse hoven. Eerst was in de tijd van de Renaissance - de wedergeboorte van de antieke cultuur - vooral de Griekse mythologie het onderwerp. Later gingen opera's vaak over het wel en wee van koningen: vooral het conflict tussen hun persoonlijke wensen op het gebied van de liefde en hun verplichtingen tegenover volk en staat. De koning, zijn hof en de elite van zijn volk werd in het vorstelijke theater een moraliserende spiegel voorgehouden.

In La Traviata is Violetta een vrouw van lichte zeden, een maintenée, een demi-mondaine, die kortere of langere relaties heeft met mannen die haar onderhouden. Alfredo Germont is een jongen uit de bourgeoisie. Zijn vader Giorgio Germont maakt een eind aan zijn relatie met Violetta omdat haar reputatie schadelijk kan zijn voor het toekomstige huwelijk van zijn dochter, 'rein als een engel'. Violetta ('een vrouw, geboren voor het ongeluk') zwicht voor hem en geeft haar liefde voor Alfredo op. Om het hem gemakkelijker te maken zijn liefde voor haar te vergeten, hervat ze haar oude leven en wordt de matresse van een baron. Alfredo's liefde voor Violetta slaat inderdaad om in jaloezie en weerzin.

Uiteindelijk, als vast staat dat Violetta zal sterven, komt Alfredo's vader tot inkeer. Berouwvol bekent hij zijn zoon hoe hij in de tweede acte Violetta heeft bewogen om met hem te breken. In de derde acte staan vader en zoon Germont beschaamd aan Violetta's ziekbed dat kort daarop haar sterfbed zal zijn.

Eigentijds, levensecht en tragisch leek La Traviata in de vorige eeuw, toen tuberculose een ziekte was zoals nu aids. In Puccini's ook al in Parijs spelende La bohème zou Mimi eveneens sterven aan de tering. De opera La Traviata (1853, letterlijk 'de verdoolde, de gevallen vrouw') was gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk (1849) dat Dumas zelf had geschreven naar zijn boek La dame aux Camélias (1848). Verdi zag het stuk in 1852 in Parijs, dat pas werd opgevoerd na allerlei problemen over de immorele strekking. Zelf woonde Verdi toen ook ongehuwd samen met de zangeres Giuseppina Strepponi.

In het boek en het toneelstuk heet Violetta Marguerite Gautier. Dat was een pseudoniem voor Marie Duplessis, de èchte 'Traviata' met wie Dumas enige jaren een verhouding had gehad. De Alfredo uit de opera heette bij Dumas in boek en toneelstuk Armand Duval - hij heeft dezelfde initialen als Alexandre Dumas fils.

Lieftallig

Marie Duplessis, die eigenlijk Alphonsine Plessis heette, was overleden op 5 februari 1847. De Parijse kranten hadden na haar dood over haar vol gestaan. Zij was een beroemde courtisane geweest, mooi, slank, lieftallig en zeer cultureel geïnteresseerd. Behalve met de zoon van de exuberante en beroemde schrijver van Les trois mousquetaires had zij affaires gehad met Alfred de Musset, Franz Liszt en graaf de Perregeaux. De veiling van haar bezittingen was een druk besproken en massaal bezocht evenement geweest.

Het toneelstuk La Dame aux Camélias was in 1852 een groot succes geweest. Kort daarna verscheen Marie Duplessis - zelf een trouw opera- en theaterbezoekster - tijdens de Franse première van La Traviata in Parijs op het operapodium, nu als Violetta. De theaterbezoekers wisten maar al te goed wie ze hier in feite zagen: Marie Duplessis, de vrouw die inderdaad altijd camelias droeg.

Maar was het verhaal van La Traviata ook waarheidsgetrouw? Als men het boek La Dame aux Camélias leest, lijkt het er wel op. Alexandre Dumas fils begint zijn roman met de vaststelling dat een schrijver geen fictieve personages kan opvoeren zonder eerst een langdurige studie van mensen te hebben gemaakt. “Omdat ik nog niet op een leeftijd ben om te verzinnen, moet ik me tevreden stellen met iets na te vertellen.” En zes zinnen voor het slot zegt hij nog een keer dat zijn vertelling waar gebeurd is.

Vijf maanden na de dood van Marie Duplessis schreef de jonge Dumas in 1847 het boek over zijn verhouding met haar. Beiden waren toen ze elkaar in 1842 voor het eerst zagen, 18 jaar oud. Twee jaar later begon hun relatie, die bijna een jaar duurde.

La Dame aux Camélias begint met een bezoek aan het huis van Marie Duplessis op de kijkdag voor de veiling van haar inboedel en blikt daarna terug op de affaire. Veel van wat hij beschrijft was voor de Parijzenaars van zijn tijd onmiddellijk herkenbaar. De genoemde straten bestaan, personen zijn tot bijna herkenbare inititalen teruggebracht, data slechts iets gewijzigd. In de eerste druk van het boek lag Marie Duplessis nog begraven op Père Lachaise, in de editie van 1852 werd dat naar waarheid gecorrigeerd: ze ligt begraven op Montmartre.

Maar de kern van het hartverscheurende liefdesdrama in het boek en de opera - het meedogenloze ingrijpen van de steile vader - dat is nooit gebeurd. De liefde tussen Dumas en Duplessis liep op de klippen door zijn geldgebrek en eergevoel en haar ontrouw. Op 30 augustus 1845 schreef Dumas haar een afscheidsbriefje: “Ik ben niet rijk genoeg om jou te beminnen zoals ik zou willen en niet arm genoeg om door jou bemind te worden zoals jij wilt.” Duplessis antwoordde niet.

Het ingrijpen van Dumas' vader was zelfs onvoorstelbaar geweest. De oude Dumas was een enorme levensgenieter, die zelf veel affaires had. In 1885 vertelde hij hoe hij zijn zoon en Marie in het theater was tegen gekomen. Later had hij zijn zoon gevraagd: “'Je houdt toch niet van haar uit liefde, hoop ik?' 'Nee, ik houd van haar uit medelijden' antwoordde Alexandre. Ik heb hem nooit meer gesproken over Marie Duplessis.”

De jonge Dumas, zelf ook geboren uit een onwettige verhouding, lijkt zijn leven lang geobsedeerd te zijn geweest door die onreglementaire afkomst. Hij trouwde twee keer en had veel losse verhoudingen. Ondertussen schreef hij toneelstukken die steeds moraliserender werden. Dumas fils preekte het burgerlijke ideaal van de getrouwde vrouw die de man volkomen gehoorzaam was. Zo werd hij de belichaming van de dubbele moraal, die behalve in het Victoriaanse Engeland ook heerste in het zo veel frivoler geachte Frankrijk.

Alexandre Dumas fils stierf in 1895 en werd ook begraven op het kerkhof van Montmartre, terecht op enige afstand van Marie Duplessis. Bloemen van zijn graf werden toen overgebracht naar het hare. Nog steeds zijn er verse bloemen te vinden bij haar graf, zij het niet altijd camelias.