De Middenweg

Ik herinner me Herman Witte van de Middenweg. We gingen samen naar school, we speelden samen knikkertje, we zwierven op woensdagmiddag samen door de bossen en we hebben elkaar een keer als twee versteende worstelaars aan de haren staan trekken.

Na de zesde klas was dat allemaal in één keer afgelopen. Ik ging naar de HBS, hij niet. Ik denk dat ik altijd nogal radicaal ben geweest in het opgeven van vriendschappen.

In die periode kwam Hermans broertje om het leven bij een verkeersongeluk. Details zijn hier niet nodig. Ik zou ook niet meer weten hoe het nieuws werd verspreid. Maar de Geitenkamp kennende moeten die van Witte bij deze gelegenheid grondig tegen het licht zijn gehouden. Het was echt zo'n buurt van lopende vuurtjes en kom je even op de koffie buurvrouw.

Toen kwam ik Herman tegen op het Marktplein. Ik keek benieuwd naar zijn gezicht en hij keek schichtig terug. Hij glimlachte. Dit was een mooie kans geweest om de draad weer op te nemen, maar we konden het er zo gauw niet over eens worden wie de eerste stap zou doen.

Die glimlach is inmiddels zo'n vijfendertig jaar oud. Hoe vaak en duidelijk ik hem ook voor me zie, ik zal er nooit achter komen of er niet iets van trots in zat.

Misschien zou ik me beter een vraag kunnen stellen over mezelf. Of er soms iets van afgunst zichtbaar was in mijn benieuwde blik. Kom je natuurlijk ook nooit meer achter.