De koning van de kopieerkunst in het keizerrijk der kopieerders; Rob Scholte over zijn Japanse project

In het Nagasaki Holland Village in Japan, waar allerlei Nederlandse gebouwen zijn gekopieerd, nadert Rob Scholtes wandschildering voor het nagebouwde Huis ten Bosch haar voltooiing. In de opvatting van Scholte lopen de contacten tussen Japan en de Westerse wereld uit op een ramp. “Maar in Japan lezen ze niet van links naar rechts, maar van rechts naar links. Zij beginnen bij de catastrofe en eindigen bij een hoopvol beeld.”

Rob Scholte: ?'s (achttien Japanse schilderijen). Gemeentemuseum Helmond, Kasteelplein 1, Helmond. T/m 9 jan., di t/m vr 10-17u, za-zo 14-17u.

Nog een jaar. Dan is hij klaar, een jaar eerder dan verwacht. De gigantische, negenhonderd vierkante meter grote wandschildering die de Nederlandse schilder Rob Scholte maakt in Japan. Zeven medewerkers van Scholte werken nu al twee jaar permanent aan een enorme zeeslag op de wanden van de centrale hal in het exact nagebouwde paleis Huis ten Bosch bij Nagasaki.

Het paleis is onderdeel van een toeristenstadje dat uit louter schaal 1 op 1 nagebouwde Nederlandse monumenten bestaat, zoals het stadhuis van Gouda, de Domtoren van Utrecht en Amsterdamse grachtenhuizen. Deze 'Huis ten Bosch Stad/ Nagasaki Holland Village' ligt aan de baai van Omoera, niet ver van Desjima, het eilandje waar de Nederlanders woonden toen ze in de zeventiende eeuw als enige West-Europeanen handeldreven met Japan. “Als Nederland ten onder gaat in een oorlog of een ramp, hebben ze in Japan altijd nog een klein stukje Nederland over. Het is een soort Ark van Noach-idee,” zegt Rob Scholte over het 'nieuwe Desjima', Nagasaki Holland Village.

Het is moeilijk om niet in superlatieven over Scholte's Japanse project te spreken. Het is de grootste opdracht waaraan een hedendaagse Nederlandse kunstenaar werkt. Het project kost zeker tien miljoen gulden. De replica van de achthoekige Oranjehal die Scholte moet beschilderen, is achttien meter hoog. In totaal hebben 35 mensen al meegewerkt aan het schilderen en zijn er zo'n zeventien manjaren werk in gestoken.

Twee jaar geleden was ik in de nagemaakte stad, bij de officiële opening door prins Constantijn en de broer van de Japanse keizer. Staatssecretaris Van Rooy (EZ) was er ook, net als CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman en zijn vrouw Janneke. Van Rooy sprak namens de regering een openingswoord in het paleis, bij de entree van de Oranjehal. Ze was erg verheugd dat de samenwerking tussen Japan en Nederland in deze nagemaakte stad gestalte had gekregen. En ze wilde ook graag de aandacht vestigen op het werk van een bijzondere Nederlandse kunstenaar in het nieuwe paleis.

Ik was benieuwd wat ze over Rob Scholte ging zeggen. Maar nee. Van Rooy prees de expositie van de uitzonderlijke bloemaquarellen van Janneke Brinkman in een andere paleiszaal. Over Scholte en zijn medewerkers, die al maanden in het paleis bezig waren, zweeg ze.

Na de opening stond ik met prins Constantijn bovenop de Utrechtse Domtoren. We keken uit over de baai van Omoera. In de verte stonden de drie zendmasten die gebruikt zijn bij de coördinatie van de Japanse luchtaanval op Pearl Harbor. Onder ons zagen we het stadhuis van Gouda, de Haagse overdekte Passage, en verderop, aan de baai, paleis Huis ten Bosch. Het was een soort Disneyland, maar dan anders, concludeerden we. En de schildering van Rob Scholte in het paleis, waarvan het ontwerp op een maquette te zien was, wat vond hij daarvan, wilde ik weten. De prins lachte. “Schilderijen met wastafels tussen de schepen hebben we bij ons thuis in Den Haag niet aan de muur,” zei hij. Paleis Huis ten Bosch is het huidige woonpaleis van koningin Beatrix.

Wastafels

Aan die uitspraak moest ik denken toen Rob Scholte onlangs in het gemeentemuseum in Helmond, waar hij een expositie heeft, liet zien hoe ver hij is met zijn project in Japan. Alle wanden van de Oranjehal zijn beschilderd, vertelde hij, het is nu een kwestie van afwerken. Hij liet in hoog tempo dia's zien van de resultaten. Ook de wastafels waarover de prins het had, schoten langs. Ze zijn meer dan manshoog!

Pas op dat moment realiseerde ik me de schaal van het werk. Toen ik in 1992 in de hal stond, was alleen de koepel beschilderd. De wanden waren nog leeg. Op foto's van het ontwerp zag de zeeslag, zelfs op posterformaat afgedrukt, er toch wat priegelig uit. Maar de dia's geven wel een indruk van de grootte van het orgineel. Je verdrinkt er haast in. Je wordt een drenkeling die op de grond staat, zo hoog golven de waterpartijen om je heen in het werk dat de titel Après nous le deluge (na ons de zondvloed) kreeg.

De wandschildering is opgebouwd uit fragmenten van Nederlandse meesters als Ruysdael en Nicolaas Maes, knipsels van beursberichten uit The International Herald Tribune, folders voor wasbakken, reclames voor modelbouw zeilbootjes uit de Gouden Eeuw, et cetera.

De wandschildering is het surreële hoogtepunt van het kopie-Nederlandse stadje. Je moet jezelf als Nederlander voortdurend in de arm knijpen als je door Nagasaki Holland Village loopt. De Japanse kopieerlust gaat zo ver dat ook affiches, bordjes en stickers zijn nagemaakt; soms niet helemaal foutloos, zoals de sticker STOP DE SNUFFELSTAAT. Landelijke demonstraite tegen Je BVD aangeeft. Scholte's achttien nageschilderde Japanse reclameborden die nu in Helmond te zien zijn, zijn op te vatten als Nederlandse equivalenten van deze gekopieerde sticker.

Het Japanse paleis Huis ten Bosch is een verbeterde versie van het origineel. De tuin, die oorspronkelijk voor het paleis in Nederland ontworpen was, maar wegens geldgebrek niet werd uitgevoerd, is in Japan wel aangelegd. Je probeert je dus in de originele tuin in Japan voor te stellen, hoe die er in Nederland uitgezien zou hebben bij het originele paleis.

Betekeniskubisme

Wanneer je eenmaal in zo'n geestelijk schimmenspel van origineel en kopie terecht bent gekomen, ben je rijp voor het werk van Scholte. Originaliteit bestaat voor hem niet. Reprodukties zijn in zijn kunst het belangrijkste, die zorgen er voor dat het kunstwerk een zo groot mogelijk publiek bereikt - het meest gereproduceerde kunstwerk is daarom ook het belangrijkste, zei hij ooit. Scholte schildert sinds begin jaren tachtig in een precieze, realistische stijl (alsof het al reprodukties zijn) bestaande beelden na, uit de media, de reclame, plaatjesboeken. Hij wantrouwt de werkelijkheid zoals die in de media voorgeschoteld wordt, en hij hermanipuleert die beelden. In navolging van kunstenaars als Duchamp en Warhol, geeft hij beelden door ze in een andere context te plaatsen, door nieuwe combinaties te maken, nieuwe betekenissen. 'Betekeniskubisme', heeft schrijver Dirk van Weelden het werk van Scholte daarom genoemd.

Sommige mensen, die aan het romantische ideaal hechten van de kunstenaar als genie dat volstrekt originele, niet te imiteren beelden maakt, vinden dat Scholte een doodlopende weg bewandelt. Maar de Nederlandse koning van de kopieerkunst laat in Japan, het keizerrijk van de kopieerders, zien dat het tegendeel waar is.

De wandschildering vertelt het verhaal over het ontstaan van de Nederlands-Japanse betrekkingen in de Gouden Eeuw, verwijst naar de tijd van de grote ontdekkingsreizen en het kolonialisme, en refereert aan de nucleaire catastrofe die Nagasaki trof. Het schilderij oogt, net als het kopie-paleis, bedriegelijk zeventiende-eeuws, maar is tegelijkertijd volkomen modern, al was het maar door de Amerikaanse oorlogshelikopters die tussen de zeilschepen doorvliegen. Boven in de koepel zien we onder een sterrenhemel Amsterdamse grachtenbruggen, zodat het lijkt alsof het hele tafereel in de hal daaronder zich afspeelt in het water van de Amsterdamse grachten, de grachten waaraan in de zeventiende eeuw de kooplui die rijk werden van de handel op Indië en Japan, hun huizen en kantoren lieten bouwen.

Kopie in Nederland

De wandschildering is niet alleen de kroon op Nagasaki Holland Village, maar ook op het oeuvre van Scholte tot nu toe. Het is daarom jammer dat er van zijn Japanse project tot op heden nog maar zo weinig in Nederland te zien is geweest. In Helmond liggen in een vitrine een aantal kleurenfoto's op briefkaartformaat van het ontwerp. Scholte werkt aan een boek met dia's van het project van zijn medewerkster Esther van Weelden, dat volgend jaar uit moet komen.

Maar of dat genoeg is, betwijfel ik. Nederland zou een kopie, schaal 1 op 1, van de Japanse Oranjehal van paleis Huis ten Bosch ten toon moeten stellen (in het Paleis op de Dam? in de Rotterdamse Kunsthal?). Dan zou je een goede indruk van het resultaat kunnen krijgen, zonder helemaal naar Nagasaki te hoeven vliegen. Er is vast wel een Japanse kleurenkopieerapparatenfirma die de negenhonderd vierkante meter kopieën zou willen sponsoren. Er zou dan ook een Madurodam-achtige maquette van de Hollandse namaakstad in Japan bij moeten staan. En natuurlijk een paneel waarop de schildering te zien is uit het werkelijke paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Verscheidene schilders, onder wie Jacob Jordaens, Jacob van Campen en Gerard van Honthorst, hebben daar in het midden van de zeventiende eeuw een groot panorama geschilderd dat de triomfen van prins Frederik Hendrik tijdens de Tachtigjarige oorlog herdenkt.

Koningin Beatrix wilde niet dat deze wandschildering in het gekopieerde Huis ten Bosch in Japan ook gekopieerd zou worden. Volgens de kunsthistorisch adviseur voor het Japanse paleisproject, de voormalig directeur van het Rijksmuseum, Simon Levie, zou een kopie van de Haagse wandschildering te weinig allure hebben. Daarom werd Scholte aangezocht om een nieuw werk te maken, dat aansluit bij de zeventiende-eeuwse sfeer van het paleis, en ook verwijst naar de historische relatie van Japan en Nederland.

Op de noordwand van de Oranjehal begint Scholte zijn schilderij met een oerhollands beeld: een jongetje (type: Bartje, met kort, blond haar) laat in de sloot een klomp met een zeiltje varen. Zijn droom is natuurlijk: het zeegat uit, varen op een zeilschip. Verderop rechts zien we daadwerkelijk zeventiende-eeuwse zeilschepen zee kiezen. Aanvankelijk is er geen vuiltje aan de lucht, maar allengs betrekt het en worden de golven hoger: er is storm op komst. Is het een storm in een glas water? De wastafels met daarin kleine speelgoed zeilbootjes willen die indruk nog even wekken. Maar de golven van de zeeschildering worden woester. Plotseling duikt een enorm houten beeld van een Indiaan, als een soort Poseidon, op uit het zwalpend nat. De Indiaan staat, volgens Scholte, symbool voor het kolonialisme.

De Hollandse jongensdroom om de zee te willen bevaren wordt door oplopende koloniale problemen en tegenstrijdige handelsbelangen een nachtmerrie: er breekt op de ziedende zee een oorlog uit. De zeilschepen exploderen, onder meer door bommen van uitgeknipte beursberichten. Ledematen en helikopters van het Amerikaanse leger vliegen rond. De Hollandse jongensdroom eindigt in een catastrofe, een apocalyps, alsof de atoombom op Nagasaki zojuist is gevallen tussen de zeventiende-eeuwse zeilschepen.

Hoopvol

Het is een somber beeld dat Scholte van de geschiedenis van het contact van Japan en de Westerse wereld schetst. “Zo beleven wij het,” zegt hij, “Maar Japanners lezen niet van links naar rechts, maar van rechts naar links. Zij beginnen bij de catastrofe, en eindigen bij een hoopvol beeld. Zo zien zij hun geschiedenis na de atoombom: ze werken aan een hoopvolle toekomst.”

De hal in Japan wordt volgend jaar gecompleteerd met een vloermozaiek van kompassen, die allemaal in noordelijke richting wijzen: daar ligt Nederland. Een vingerwijzing voor de bezoeker die zich een drenkeling op de grond voelt. Ook komen er Sfinx-achtige banken en lampen die de Nederlandse kunstenaar Harald Vlugt op verzoek van Scholte heeft ontworpen.

Het enorme project in Japan heeft veel van Scholtes tijd en energie opgeslokt. Nu alles zo langzamerhand op rolletjes lijkt te lopen wil hij zich weer meer op zijn normale werk richten. “Ik wil weer meer dingen doen waarbij ik directer kan reageren op wat om me heen gebeurt. Daar heb ik grote behoefte aan.” Scholte woont en werkt in Brussel, maar wil in Amsterdam een nieuwe werkplaats creëren. Daartoe heeft hij de voormalige ruimte van de onlangs opgeheven galerie The Living Room, waar hij vroeger zelf exposeerde, gekocht. En de daarnaast gelegen zeefdrukkerij. “Daar wil ik een soort studio en drukkerij van maken, vooral voor mijn modeproject.” Scholte wil stoffen gaan ontwerpen en bedrukken. In januari gaat hij daarmee beginnen. Maar eerst moet hij nog terug naar Japan en daarna naar Kassel, waar hij sinds kort aan de universiteit benoemd is tot hoogleraar. Hij zal daar kunstacademie-studenten op gaan leiden in een eigen ruimte. Maar zover is het voorlopig nog niet. “Eerst moet Japan af.”