Communisten zien weer ochtendgloren

MOSKOU, 3 DEC. Gennadi Zjoeganov was negen jaar lang propagandachef van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie en hij is zijn vak nog niet verleerd. “Er zijn maar twee partijen bij de komende verkiezingen”, zo houdt hij de kiezers voor, “die van nationaal verraad (rondom Jeltsin) en die van nationale redding, die zijn wij.” Zjoeganov organiseert zijn campagne ook naar deze tweedeling. Hij werkt samen met iedereen die tegen de huidige machthebbers is. Zolang die machthebbers zelf verdeeld zijn, kan hij er zetels mee winnen.

De Russische Communistische Partij is de grootste van de vier of vijf blokken die in de aanloop van de parlementsverkiezingen op 12 december worden gezien als 'de oppositie'. Het is de enige van de communistische partijen die niet door president Jeltsin is verboden. Maar dat wil niet zeggen dat deze communistische partij ook 'hervormingsgezind' kan worden genoemd, zoals de geestverwanten die onlangs in Polen de verkiezingen wonnen.

Centraal programmapunt van Zjoeganov is het herstel van de situatie zoals die bestond vóór 21 september, de dag waarop president Jeltsin het parlement ontbond. De nieuwe grondwet, die volgens Zjoeganov de president meer macht geeft dan “de farao, de tsaar en de secretaris-generaal van de CPSU bij elkaar”, moet dus worden verworpen. De regionale en lokale sovjets moeten in hun macht worden hersteld, de verantwoordelijken voor de bestorming van het parlement worden gestraft.

Op economisch gebied stelt de Russische Communistische Partij voor de controle van de staat op de produktiemiddelen tijdelijk terug te brengen. “Privatisering is weliswaar nodig”, heeft Zjoeganov gezegd, “maar je moet niet in één keer het hele systeem overhoop gooien.” Hoelang de communisten dan wel over de weg naar de martkeconomie willen doen, is niet duidelijk. Maar volgende week zondag rekent de communistische partij op de stemmen van gepensioneerden en militairen, en hoopt ze op die van “iedereen die zich door de regering vernederd voelt”.

Eén bevolkingsgroep die zich vernederd voelt heeft een eigen partij opgericht: de directeuren en afdelingschefs van de staatsboerderijen. In februari stichtten zij samen met een aantal agrarische vakbonden de Agrarische Partij en dat is nu het tweede conservatieve oppositieblok. Lijsttrekker is Michail Lapsjin, in het voormalige parlement als voorzitter van de agrarische fractie een vooraanstaand opposant van Jeltsin. Op de lijst staat ook Vasili Starodoebtsjev, die nog berecht moet worden wegens zijn rol in de mislukte staatsgreep in 1991. Maar de Agrarische Partij gaat tijdens de huidige campagne niet zo tekeer tegen Jeltsin als de communisten. “De tijd daarvoor is nog niet gekomen”, aldus Lapsjin.

De 'agrariërs', waarvoor ook de minister van landbouw kandidaat is, verzetten zich vooral tegen het verminderen van de steun aan de landbouwbedrijven en tegen “de harteloze koop en verkoop van land”. Jeltsin heeft dit najaar een decreet uitgevaardigd om handel in grond te stimuleren. De Agrarische Partij rekent op de proteststemmen: “Er wonen veertig miljoen mensen in de dorpen en die zijn allemaal de onzen.” Vijfhonderdduizend hebben er vorige maand hun handtekening gezet om verkiezingsdeelname van de partij te garanderen, vijf keer zoveel als nodig.

Op het platteland hoeft de Agrarische Partij geen hinder te ondervinden van de communisten, want die hebben beloofd hun aanhang in de dorpen te vragen een agrarische kandidaat te steunen. In ruil daarvoor zou de Agrarische Partij hetzelfde moeten doen in de grote steden. Deze afspraak staat niet formeel op papier, zo zei een woorvoerder van de communistische partij deze week, maar het plaatselijke partijkader is wel gevraagd zulke overeenkomsten met de andere oppositiepartijen te sluiten. Als het overleg op lokaal niveau slaagt, kan dat van invloed zijn op de verdeling van de 225 parlementszetels waarover per district wordt beslist. De andere 225 worden verdeeld op basis van landelijke kandidatenlijsten.

Tot samenwerking met de Agrarische Partij heeft ook een derde, gematigder, oppositieblok zich bereid verklaard: de Burgerunie in naam van Stabiliteit, Rechtvaardigheid en Vooruitgang. Op haar lijst staan politici die een bemiddelende rol hebben geprobeerd te spelen tijdens de machtsstrijd tussen parlementsvoorzitter Chasboelatov en Jeltsin, maar die uiteindelijk bij de escalatie van die strijd in het gedrang zijn geraakt. Oleg Rjoemantsjov bijvoorbeeld is een gerespecteerde grondwetspecialist die in het voormalige parlement op een parlementaire wijze oppositie probeerde te voeren, maar die zich begin oktober toch door tanks omsingeld zag. De man die tot lijsttrekker van de Burgerunie was voorbestemd is uiteindelijk zelfs in de gevangenis beland: voormalig vice-president Aleksandr Roetskoj.

Partijleider is nu Arkadi Volski, aanvoerder van een pressiegroep van industriëlen. Volski hoopt in het nieuwe parlement opnieuw een centrum-positie in te nemen: hij is voor een beleid van geleidelijke hervormingen, maar daarbij hoort dus ook voortgezette steun aan staatsbedrijven. Abrupte sluiting van niet-rendabele industrieën zal massale werkloosheid en sociale onrust tot gevolg hebben, waarschuwt de Burgerunie. Volski rekent, zo heeft hij gezegd, op de stemmen van de 'zwijgende meerderheid'.

Van de Burgerunie heeft ook de Democratische Partij van Rusland deel uitgemaakt, maar bij de verkiezingen van volgende week doet die partij zelfstandig mee. Dat is ook de manier waarop lijsttrekker Nikolaj Travkin bij voorkeur werkt. Hij is een bouwvakker die in de politiek is gegaan omdat de beroepspolitici er niets van bakten. Ook wegens zijn eigenzinnige en soms autoritaire houding wordt hij wel vergeleken met Lech Walesa. Hij was één van de eersten die uit de Communistische Partij stapten en zijn Democratische Partij van Rusland was in 1990 de eerste legale oppositiepartij. Maar de partij is daarna altijd in de oppositie gebleven. Ook nu wordt de Democratische Partij van Rusland, in tegenstelling tot de Burgerunie, weinig als mogelijke coalitiepartner voor na de verkiezingen genoemd.

Maar wel als kanshebber. Want Travkin kan duidelijk zeggen waar het op staat. Waar het nu op staat, aldus Travkin, is dat hervormingen nodig zijn, maar ze mogen niet alleen ten koste gaan van de gewone man. Ook moet het afgelopen zijn met het gesol met de eenheid en grootheid van Rusland. Het vaderland moet als fatsoenlijke conservatief-democratische staat zo snel mogelijk weer een grote mogendheid worden. Alleen - hoe dat moet heeft Nikolaj Travkin nog niet gezegd.