Alleen de rijkste voetbalclubs zullen uiteindelijk zegevieren

Topvoetbal is een onderonsje geworden tussen de machtigste clubs en de machtigste sponsors. Topvoetbal is handel, een concentratie van commerciële . Voetballers zijn koopwaar, trainers zijn tijdelijke dompteurs die door de bedrijfsleiders zijn ingehuurd om voetbal te produceren dat marktaandelen oplevert, en de toeschouwer is de consument die te vriend moet worden gehouden met randversieringen.

Sport is in beginsel niet eerlijk. Dat sport verbroedert is slechts ten dele waar. Strijd roept het kwaad op, niet het goede. Een winnaar heeft vele ouders, een verliezer is een weeskind. Zelfs een evenement als de Olympische Spelen is een gedrocht geworden van de ideologie dat kinderen aller volkeren zich dienen te verenigen. Een sporter die niet aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, mag niet deelnemen.

Topsport heeft zich uitgeleverd aan de commercie. Omdat topkwaliteit veeleisend is en dus geld kost. Om publiciteit verlegen fabrikanten zijn bereid in sport te investeren wanneer ze uitvoerig aandacht krijgen. Het beste medium daarvoor is de televisie gebleken. Waarom zou dan een sportorganisatie aarzelen wanneer televisiemaatschappijen geld en zendtijd ter beschikking stellen in ruil voor een royaal aanbod aan sport van topkwaliteit?

De Europese voetbalfederatie UEFA heeft zich verkocht aan de televisie. Zoals de internationale wielrenfederatie UCI deed met zijn belangrijkste wedstrijden. De pogingen om door middel van een schifting tussen de beste en de slechtste renners de wielerwedstrijden buiten de Tour de France aantrekkelijker te maken, zijn allerminst geslaagd. De urenlange reportages lijken eerder tot verzadiging en verveling bij het publiek te leiden dan tot amusement.

Datzelfde risico loopt de UEFA met zijn nieuwe opzet van de Champions League, het Europa-Cuptoernooi der landskampioenen. Naast het toenemende aantal wedstrijden in het UEFA-Cuptoernooi, waaraan liefst honderd clubs zullen deelnemen, zal de competitie van de zestien kampioenen aanzienlijk intensiever worden. De uiteindelijke winnaar zal dertien wedstrijden moeten spelen, tegen negen in de huidige editie.

Het aanbod voetbalwedstrijden zal vanaf volgend seizoen zo groot zijn dat al vanaf begin augustus tot mei op z'n minst een keer in de twee weken een of twee wedstrijdronden in de respectieve bekertoernooien worden gespeeld. En dat gevoegd bij de nationale competitie- en bekerduels en de kwalificatie-interlands voor Europese- en wereldkampioenschappen. De concurrentie tussen de televisiemaatschappijen wordt moordend. Weinig partijen die niet op de televisie te volgen zullen zijn.

Wanneer de wedstrijden niet aantrekkelijk zijn, zullen ze wel aantrekkelijk gemaakt worden. Laat dat maar aan de televisie-mensen over. Voor de clubs, de voetballers en hun trainers worden de belangen groter. Elke wedstrijd in Europees verband wordt een finale.

Niet de schoonheid van het spel heeft de voorkeur gekregen, maar het resultaat. Schoppartijen als tussen Porto en Feyenoord, met agressie geladen elleboogstoten en professionele noodrem-manoeuvres dreigen voor de spelers nog meer noodzaak te worden. Scheidsrechters worden onder nog grotere druk gezet. Een rode kaart wordt nog minder geaccepteerd en kan tot kloppartijen leiden. De hysterie in het veld zou kunnen toenemen en daardoor ook op de tribunes. Maar wie zal zich ongerust maken wanneer een veldslag als PSV-Feyenoord zeldzaam hoge kijk- en waarderingscijfers bij het tv-publiek krijgt? Spelverruwing biedt dus ook verstrooiing.

De aandacht voor voetbal neemt toe - de toeschouwersaantallen nemen althans niet in elke nationale competitie af. De vraag is of landelijke competities zich wat betreft aantrekkingskracht kunnen handhaven tegenover zo'n aanbod van internationaal voetbal. Het antwoord zal zijn dat ook een beperkte nationale elite wordt gevormd. Als het niet is om spanning in de competitiewedstrijden te garanderen, dan wel om de voetballers niet aan een overladen programma bloot te stellen.

Clubs met veel financiële mogelijkheden, zoals AC Milan, kunnen zich veroorloven te investeren in een ruim arsenaal aan topspelers. Die rijke clubs maakt het weinig uit hoeveel spelers geblesseerd zijn of geschorst, nadat zij hun werkgever van dienst zijn geweest met een professionele overtreding. Ze zullen overleven. Ze zullen waarschijnlijk ook winnen en profiteren van het astronomische prijzenbedrag dat aan de beste voetbalbedrijven in de Champions League is voorbehouden. De competitie der kampioenen wordt een afvalrace waarin de rijksten de beste hebben.

UEFA-voorzitter Johansson gaf het ronduit toe: negentig procent van de inkomsten van de Champions League is afkomstig van vijf landen: Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië en Engeland. Zwaar aan de UEFA betalende televisiemaatschappijen als ITV in Engeland en RTL in Duitsland wensen niet langer geconfronteerd te worden met vroegtijdige uitschakeling van een respectievelijk Engelse en Duitse club in het meest prestigieuze clubtoernooi en verlangen daarom een opzet met zekere overlevingskansen voor hun landgenoten.

De argumentatie dat de Europese federatie, door de massale toetreding van nieuwe Oosteuropese staten, om sportieve redenen werd gedwongen tot deze opzet, lijkt niet meer dan een drogreden. De competities dienen een afspiegeling te zijn van het voetbalniveau in de betrokken landen, meende Johansson. De kloof tussen kleine en grote voetbalnaties zal echter nog groter worden dan ze al is. Zoals ook op nationaal niveau de afstand tussen de potentiele kampioenen en de subtoppers gaandeweg vergroot wordt.

Voetbal in clubverband lijkt meer toekomst te hebben dan voetbal tussen nationale elftallen. Tegen de bedrijfsmatige aanpak van clubs zal voetbal gebaseerd op collectief nationalisme het moeilijk krijgen. Hoeveel warmer het wij-gevoel rondom Oranje, la Squadra Azzurra, die Mannschaft, de Rode Duivels of les Bleus ook lijkt te worden. Maar het is een sporadisch gevoel.

Lokaal sentiment laat zich wekelijks gevoelen. Of AC Milan of Ajax in de toekomst nu vijf of zes buitenlandse spelers mogen tellen. Clubs zullen eerder aarzelen spelers af te staan aan nationale teams. De belangen van de clubs worden te groot. Clubvoetbal is meer dan ooit commercie. The winner takes it all. Alleen de rijkste voetbalbedrijven zullen uiteindelijk zegevieren.