Advocatus diaboli

De twee wachten van de Zwitserse Garde bleven strak voor zich uit kijken, toen een man in een zwarte jas aanbelde. Omdat er geen reactie kwam, belde de man in het zwart nog een keer. Weer gebeurde er niets, maar toen de man voor de derde maal - en dit keer langdurig - het knopje van de bel indrukte, werd een luikje opengeschoven. In de kleine opening verscheen het misvormde hoofd van een gebochelde dwerg. “Qui est?”, vroeg de dwerg met de wantrouwige blik van iemand die niet gewend is om vreemd bezoek te ontvangen.

De man in het zwart trok zijn zwarte das nog eens recht en sprak, de woorden een voor een articulerend: “Ik ben het. Hirsch Ballin. De Nederlandse minister van Justitie.”

De gebochelde sloeg zijn handen voor het gezicht en deinsde terug. Achter de deur steeg een woest gerochel op, dat enige tijd aanhield. Tenslotte verscheen het gezicht van de gebochelde weer in de opening. “Quo vadis?”, vroeg hij.

Zo goed en zo kwaad als het ging, raapte de minister al zijn moed bij elkaar. “Ik kom”, zei hij, “voor de eerwaarde Mario Agnes. U kent hem ongetwijfeld. Hij is hoofdredacteur van de Osservatore Romano. Ik wil hem spreken voor een interview. Er leven bij de Heilige Stoel nogal wat misverstanden, inzake de Nederlandse euthanasiewetgeving. Ik ben hier persoonlijk gekomen om die misverstanden uit de weg te ruimen.”

Het bleef even stil. “Dus U wilt signor Agnes interviewen?”, opperde de dwerg tenslotte.

“Nee, nee! U begrijpt het verkeerd. Ik wil dat hij mij interviewt. Om uit te leggen wat er precies in die wet staat.”

Weer barstte de dwerg in een onbeheerst gerochel uit. Toen hij daarmee klaar was en met een grote handdoek het slijm uit zijn mondhoeken had gewist, wendde hij zich tot de minister. “Excellentie”, zei hij, “er is hier maar één die iets verkeerd begrijpt. Een interview in de Osservatore Romano is niet weggelegd voor een gewone sterveling. De enige die door de Osservatore Romano wordt geïnterviewd, is God zelf.” Bij het uitspreken van dat heilige woord sloeg de dwerg een kruis.

“Dat begrijp ik volkomen!”, riep de minister handenwringend. “Dat respecteer ik. Ik kan daar helemaal in komen. Het is zeker niet de bedoeling om in Zijn verblindend Licht te gaan staan, maar kan niet een keer een uitzondering worden gemaakt? Wat is één uitzondering in het licht van de eeuwigheid? Het gaat hier om een kwestie van leven en dood! Heu me miserum!

Die laatste woorden maakten kennelijk indruk op de dwerg. “Goed”, zei hij, “ik zal kijken wat ik voor u kan doen!” De dwerg sloot het luikje en slofte weg. Het duurde zeker een uur, voordat hij terugkwam en de hoge stalen deur opende. De dwerg ging de minister voor. Zij liepen door gangen waar geen einde aan scheen te komen, maar tenslotte bereikten zij een ruimte, die was afgeschermd door een glazen wand. De dwerg wees op een bank en de minister begreep dat hij daar op moest gaan zitten.

Vanaf zijn bank kon de minister zien wat er achter het glas gebeurde. Het was een komen en gaan. Een leek zou misschien gedacht hebben dat hij zat te kijken naar een uitzendbureau voor Sinterklazen, maar een goed katholiek - en dat was de minister - begreep onmiddellijk dat dit het redactielokaal van de Osservatore Romano moest zijn. Als je goed luisterde, kon je de faxen horen piepen. Af en toe zette een gemijterde zich achter een tekstverwerker en begon een stukje te tikken.

Een beetje zenuwachtig repeteerde de minister voor zichzelf nog eens wat hij in dat interview zou zeggen. Hij zou zeggen: “Honesta mors turpi vita potior”, wat zoiets betekent als: een eervolle dood is te verkiezen boven een smadelijk leven. En ook: “Tempora mutantur, nos et mutamur in illis”, - de tijden veranderen en wij veranderen mee. Dat alles was op het departement nauwkeurig doorgesproken.

Het duurde trouwens wel erg lang! Na vier uur wachten gingen de lichten uit in het redactielokaal. Er was niemand meer. De minister zat nu in het donker. Na nog een uur verscheen de gebochelde dwerg die de minister een velletje papier in de hand drukte. Er stond op: “Roma locuta, causa finita.” Later zou de vertaalafdeling van zijn departement de minister vertellen dat dit betekende: “Rome heeft gesproken, en daarmee uit.”