Ze schepte hem als een ruisvoorntje uit het water

Oog in oog: Brief aan Lydia, Ned.1, 21.01-21.26u.

Musicus dweept met dame, dat is in het oeuvre van Maarten 't Hart geen onbekend verschijnsel. Twee maanden lang heeft zij de man het hoofd op hol gebracht; ze schepte hem zogezegd als een ruisvoorntje uit het water en daarna liet ze hem als een baksteen weer vallen. Hij denkt aan de regels van Leopold: “Van alle mensen deed jij mij de meeste pijn / van alle mensen zul jij mij daarom de liefste zijn.” En nu wil hij haar een brief schrijven, maar wáár vindt hij de woorden die haar naar de keel zullen grijpen?

Met de monoloog Brief aan Lydia van Maarten 't Hart, gespeeld door Serge-Henri Valcke, begint de IKON vanavond een derde serie solistische mini-drama's onder de verzameltitel Oog in oog. In de beide vorige seizoenen heeft eindredacteur en regisseur Eric Oosthoek al heel wat nieuw werk van vooraanstaande auteurs uit het Nederlands taalgebied kunnen presenteren. De bijdrage van 't Hart is, alles meegerekend, de 25ste aflevering van de reeks. De komende weken volgen nog monologen van schrijvers als Willem Brakman, Vonne van der Meer, Willem Wilmink en Jan Wolkers. En een volgende reeks, voor 1995, is alweer in voorbereiding.

Brief aan Lydia behoort in dit bescheiden, maar prikkelende project tot de ordentelijke middelmaat. In plaats van langzaam het geheim van zijn verhaal prijs te geven - en daarmee spanning op te bouwen - legt Maarten 't Hart de troef meteen op tafel: dit is een man met verdriet die vergeefs tracht zijn vroegere geliefde terug te winnen door het schrijven van een brief. En hoezeer Serge-Henri Valcke, met druipsnorretje en stoppelbaard, zich ook inleeft in 's mans slachtofferschap - we weten al meteen dat dit nooit meer iets wordt. Alleen de mooie herinneringen, zichtbaar gemaakt door een amateurvideo, resten hem nog. Hij kan er nauwelijks naar kijken. Beurtelings richt hij zich tot het scherm van zijn ontnuchterende tekstverwerker en tot de kijker, die deelgenoot wordt gemaakt en zelfs wordt uitgenodigd om partij voor hem te trekken. Zij was toch degene die zijn verliefdheid had opgeroepen? En hij adoreerde haar toch? Maar dat is niet eenvoudig: ik kan het me, eerlijk gezegd, wel een beetje voorstellen dat Lydia dit klagelijke type niet meer wou.