Vroege voorouders klommen nog volop in de bomen

De traditionele zienswijze, waarbij de eerste mensachtigen als rechtop lopend worden afgebeeld, is onterecht. Dat blijkt uit het onderzoek van drs. C.F. Spoor aan het evenwichtsorgaan van fossiele mensachtigen. Op 7 december promoveert hij aan de Universiteit Utrecht. Hij doceert anatomie in Liverpool.

De ontwikkeling van het evenwichtsorgaan geeft een indicatie van de manier waarop mensachtigen zich destijds voortbewogen. Tot nog toe kon informatie hierover alleen worden afgeleid uit de ontwikkeling van de botten van de ledematen. Men keek bijvoorbeeld naar de wijze waarop de spieren zijn aangehecht en de gewrichten werken, maar de interpretatie daarvan blijft arbitrair.

Spoor onderzocht de complexe, drie-dimensionale bouw van het evenwichtsorgaan, het benig labyrinth in het rotsbeen van het oor. Hij maakte gebruik van hoge resolutie computertomografie, een techniek waarmee je 'plakken' van het menselijk lichaam op een computerscherm zichtbaar kunt maken zonder erin te snijden. Bij medisch onderzoek in ziekenhuizen is dit routine, maar het blijkt ook bij fossielen mogelijk.

Het evenwichtsorgaan van zoogdieren (en een aantal andere dieren) bevat in het binnenoor drie halfcirkelvormige kanalen, met vloeistof gevuld, in drie richtingen loodrecht op elkaar. Hiermee zijn alle bewegingen waarneembaar 'aan het klotsen van de vloeistof' in het kanaaltje.

Een boomslingeraar heeft andere sensoren nodig dan een wandelaar. Je kunt de meeste apen wel leren om een eindje rechtop te lopen, maar ze doen dat met geknikte knieën en houden het geen vijftig meter vol. Om routinematig rechtop te lopen zijn voortdurend kleine, volstrekt onbewuste correcties nodig om te zorgen dat je niet omvalt. Hiertoe gaan vanuit het evenwichtsorgaan de juiste reflexen naar de rugspieren. Bij dit 'omvallen en weer rechtop gaan staan' gaat het om kleine beweginkjes in het verticale vlak. De rechtoplopende mens beschikt dan ook (naast een horizontaal kanaal dat niet zoveel van dat der apen verschilt) over twee grote, loodrecht op elkaar staande verticale kanalen, die geschikt zijn om subtiele verticale bewegingen te registreren. Hiermee is het mogelijk om het lichaam rechtop te houden bij het lopen op twee benen. Verder is volgens de onderzoeker het labyrinth bij de moderne mens waarschijnlijk in de verdrukking gekomen door het toenemend hersenvolume.

Spoor vergeleek de morfologie van het labyrinth van twintig hominide fossielen van één tot drie miljoen jaar oud. Daaronder waren de Australopithecus africanus en A. robustus, Homo habilis en H. erectus. De vorm van de halfcirkelvormige kanalen in het evenwichtsorgaan blijkt te veranderen met het bewegingspatroon van de bezitter. Het labyrinth van Australopithecus lijkt qua vorm en afmetingen het meest op de grote mensapen, terwijl Homo erectus in dit opzicht niet wezenlijk van de recente mens verschilt. Frappant is dat Homo habilis, de veronderstelde voorloper van de meer menselijke Homo erectus, nog een echte boombewoner moet zijn geweest. Zijn gehoororgaan was zelfs nog aapachtiger dan dat van veel apen en dat maakt hem minder geschikt als voorouder van H. erectus, wellicht was dit meer een zijtak dan een voorouder. (Marion de Boo)