Vraagtekens over provinciehuis

In Den Haag worden plannen gemaakt voor de bouw van een nieuw provinciehuis. Maar Zuid-Holland valt vermoedelijk nog voor de eeuwwisseling uiteen in Rotterdam, Haaglanden en wat daarna van zuidelijk Holland overblijft.

DEN HAAG, 2 DEC. 'Huisvesting 2000 provincie Zuid-Holland', zo luidt officieel het onderwerp op de agenda van Provinciale Staten. Het bouwwerk aan de Haagse Koningskade is er slecht aan toe. Gevelplaten brokkelen af, daken zijn lek, kozijnen rotten en de riolering is dichtgeslibd. Ambtenaren leven op een 'tijdbom', gevormd door grote hoeveelheden asbest in de wanden, zegt gedeputeerde J. Pool.

Het provinciebestuur besloot onlangs dat de twee oudste van de vier gebouwen aan het eind van 1994 worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Het nieuwe provinciehuis van Zuid-Holland kost ruim 140 miljoen gulden. Maar: “Hoe moet je aan de goegemeente uitleggen dat er in 1998 wel een provinciehuis, maar misschien geen provincie Zuid-Holland meer is”, vraagt het CDA-Statenlid H. Klein zich af.

Sinds het einde van 1991 wankelt de positie van Nederlands dichtstbevolkte provincie. Toen maakte het Overlegorgaan Rijnmondgemeenten (OOR) bekend dat er plannen bestonden voor een eigen stadsprovincie rondom Rotterdam. Even later volgden Den Haag en zijn satellietgemeenten met het plan-Haaglanden. Als beide operaties zijn voltooid - Rotterdam gaat uit van 1997, Haaglanden heeft vermoedelijk iets meer tijd nodig - verliest de huidige provincie niet alleen meer dan de helft van de ruim drie miljoen inwoners, maar ook enkele honderden arbeidsplaatsen in het provinciehuis.

Over het hoe en wanneer van de twee stadsprovincies binnen Zuid-Holland zijn, ondanks het ambitieuze begin, vraagtekens gerezen. Dat geldt des te sterker voor het deel van de provincie dat straks overblijft. Een nieuw provinciehuis in Gouda ligt meer voor de hand, zei Statenlid E. Meijer van GroenLinks tijdens het debat over de huisvesting. Of de Noordhollandse hoofdstad Haarlem, voor het geval het op een hereniging van Noord- en Zuid-Holland mocht uitdraaien.

De onzekerheid over de herindeling verandert niets aan het feit dat de huidige provincie en haar tweeduizend medewerkers de komende jaren onderdak moeten hebben. Hoe nijpend de situatie op de hoek van de Koningskade en de Zuid-Hollandlaan is, bleek afgelopen zomer toen de provincie een risico-analyse liet uitvoeren door het Utrechtse ingenieursbureau Starke Diekstra. Dat concludeerde onder meer dat de noodmaatregelen voor met name de gevelpanelen geen uitstel konden verdragen. Maar ook houtrot, de lekkages en de staat van de elektrotechnische installaties eisen een acute ingreep. De laatste jaren, zo schreef het bureau, is in het provinciehuis alleen 'paniek-onderhoud' verricht. Dat komt neer op het plegen van onderhoud in geval van calamiteiten of storingen, zoals een brandje in een schakelkast afgelopen zomer. Met pappen en nathouden voor een bedrag van tien miljoen gulden zouden de provinciebestuurders nog wel vijf tot tien jaar kunnen overleven, mits zich geen onvoorziene incidenten voordoen, aldus het rapport. Van dat bedrag is de laatste maanden al bijna twee miljoen uitgegeven, om andere 'binnenbrandjes' te blussen.

Eind 1991, toen de nog ruwe toekomstplannen van de Rijnmondgemeenten net bekend waren, besloten Provinciale Staten al dat aan de bouw van een nieuw provinciehuis niet viel te ontkomen. De voorkeur ging uit naar een plek in de directe omgeving van het Haagse centraal station, maar dat plan werd afgeblazen omdat beleggers geen brood zagen in de onderneming. Ook bleek het moeilijk een geschikte locatie te vinden in de wirwar van kantoren bij het station. Daarmee werd de keuze beperkt tot sloop en nieuwbouw, of een grondige opknapbeurt van het dertig jaar oude ontwerp van de Heerlense architect prof.dr. F.P.J. Peutz.

Een meerderheid van het provinciebestuur koos deze maand definitief voor sloop van de twee oudste vleugels. De nieuwbouw, waarvoor het komende jaar plannen zullen worden gemaakt, moet 'multifunctioneel en marktconform' zijn. Daarmee bedoelt de provincie dat, wanneer Den Haag over enkele jaren onverhoopt niet meer in Zuid-Holland mocht liggen, een ander overheidsorgaan of een particuliere onderneming de kantoren kan overnemen.

De Zuidhollandse commissaris van de koningin, S. Patijn, betwijfelt of de bestuurlijke herindeling van zijn provincie zo'n vaart zal lopen. Tijdens de Statenvergadering over de nieuwe behuizing zei hij op persoonlijke titel - wat ongebruikelijk is - dat er “te gemakkelijk vanuit wordt gegaan dat zich in Haaglanden een identiek proces als in Rijnmond zal voltrekken”. Bovendien is er over de provincievorming van Haaglanden “nog nooit in de Staten” gesproken, zo zei hij. “Wij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor de huisvesting van onze mensen.” Als Haaglanden uiteindelijk toch een provincie wordt, “dan zien wij wel weer”.

Als het aan de oppositiepartijen GPV/RPF en CDA ligt behelpen de provincie-ambtenaren zich nog tot de eeuwwisseling met een gerenoveerd pand. Dat zou zo'n 7 miljoen gulden kosten, maar “dan kunnen we de ontwikkelingen van de bestuurlijke vernieuwing afwachten”, zegt CDA-Statenlid Klein. Verantwoordelijk gedeputeerde Pool (D66) noemt dat soort herstelwerkzaamheden een 'desinvestering'. Volgens hem kan een nieuw pand zonder al te veel problemen worden overgedragen aan een nieuwe huurder. “Over vijf of zes jaar is er volgens de Kantorennota van de gemeente Den Haag behoefte aan middelgrote kantoren als deze.” Een van de kandidaten is volgens Pool Zuid-Hollands “natuurlijke opvolger Haaglanden”.