Verdwijnen van culturen vaak gevolg van overexploitatie; Geschiedenis van groen naar grijs

Volgens historicus Clive Ponting is overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen iets van alle tijden. Het is een van de belangrijkste redenen waardoor culturen aan hun einde komen.

Al vierduizend jaar voordat Stonehenge werd opgericht werden er al milieu-rampen veroorzaakt door mensen. In Jordanië werden toen de eikenbossen compleet weggevaagd. De bijbehorende fauna - reeën, dassen, eekhoorns - zou in de regio nooit meer terugkeren.

Volgens de historicus Clive Ponting, die vorige maand in Nederland was, is kortzichtige exploitatie van de natuur geen modern, Westers fenomeen, maar iets van alle tijden.

'Ik weet zeker dat er behoefte is aan een boek dat de wereldgeschiedenis beziet vanuit een 'groen' perspectief', schreef Clive Ponting in het voorwoord van A green history of the world, dat in 1991 verscheen en waarvan in 1992 ook een Nederlandse vertaling werd uitgebracht.

Ponting, onderzoeker aan het University College in Wales, behandelt in zijn boek een kleine twee miljoen jaar menselijke geschiedenis over alle delen van de wereld. Hij verschaft een stortvloed aan vaardig aaneengeschreven informatie, waarbij de lezer zich op elke bladzijde weer in een ander werelddeel of tijdvak bevindt - of beide.

Ponting draagt in zijn boek veel voorbeelden aan van destructieve omgang met de omgeving in samenhang met het verval van beschavingen. Zo toonde archeologisch stuifmeelonderzoek aan dat het nu kale en zwaar door erosie aangetaste Paaseiland indertijd bedekt was met bossen. De paaseilanders richtten zichzelf en hun cultuur te gronde door alle bomen op het eiland te gebruiken voor het vervoer van hun metershoge beelden. Hun beschaving verdween.

Ponting stelt vast dat het ook lange tijd goed is gegaan. Afgezien van de laatste 10.000 jaar, heeft de mens er twee miljoen jaar lang een levenswijze op na gehouden van verzamelen en jagen, die niet alleen succesvol en flexibel was, maar ook de ecologische systemen niet al te zwaar belastte. Met de komst van de landbouw veranderde veel. Maar pas door de industrialisatie en het ontstaan van een permanent op groei gerichte wereldeconomie lijken de milieuproblemen waar we nu voor staan welhaast onoverkomelijk.

Wisselend beoordeeld

Vorige maand werd in Groningen een symposium gehouden, waarop 'Een groene geschiedenis van de wereld' centraal stond. Ter viering van haar twintigjarig bestaan haalde de vakgroep Energie en Milieukunde Clive Ponting naar Nederland.

Ponting is met zijn thema een minder eenzame figuur binnen de wetenschappelijke wereld dan hij in zijn voorwoord suggereert, zo bleek al gauw. Toch is zijn boek het eerste sinds 'Man and Nature' van G.P. Marsh uit 1864, dat ingaat op geschiedenis van milieu-problematiek. Zijn werk is wisselend beoordeeld, maar zijn benadering was in ieder geval welkom.

Wat was voor Ponting de reden om het boek te schrijven? 'Ik vond dat tenminste iemand het moest proberen. Ik kende mijn beperkingen, maar wilde de discussie openen. Er zijn al veel boeken over de vraag 'Waar zijn we, en waar gaan we naar toe', maar niet over de vraag 'Hoe zijn we in deze situatie beland'. Mensen nemen uit de natuur wat zij nodig hebben. Het probleem is dat ze door de hele geschiedenis heen moeite hebben gehad de gevolgen daarvan te overzien.'

Het boek is inmiddels in zeven talen verkrijgbaar. Ponting wordt soms verweten een te pessimistisch, apocalyptisch beeld op te roepen. Hij zou te weinig aandacht hebben voor verbeteringen en voor de rol van de publieke opinie. Al halverwege de vorige eeuw, benadrukt dr. H. van Zon, historicus aan de Rijksuniversiteit van Groningen, zijn goed gedocumenteerde protesten tegen lucht- en waterverontreiniging in Duitsland te vinden.

Volgens Ponting moet de rol van protestgroepen inderdaad niet onderschat worden, maar hij betwijfelt of die wezenlijk effect heeft. 'Gaat het werkelijk beter? Is de walvisjacht bijvoorbeeld niet alleen maar afgenomen omdat de walvissen simpelweg niet langer voorhanden waren? Sommige cynici - waar ik mij niet toe reken - zeggen wel dat landen het aangenaam vinden een sterk 'tegen'-standpunt in te nemen, wanneer ze zelf niet zo'n industrie hebben. Zo kunnen ze naar aanleiding van andere kwesties niet beschuldigd worden van een milieu-onvriendelijke stellingname.'

Ponting wordt ook bekritiseerd voor het idealiseren van de leefwijze van jager-verzamelaars. Hij ontkent dat ten stelligste. 'Ik ga in tegen het gebruikelijke beeld, maar idealiseer zeker niet. Recent archeologisch en antropologisch werk roept een heel ander beeld op dan het algemeen gangbare. Natuurlijk was er sprake van een lage levensverwachting. Maar het werk dat deze mensen moesten verzetten om hun voedsel te verkrijgen is lager is dan we dachten. Verzamelen kon in een paar dagen per week, jagen een paar dagen per maand - en dat verschafte voldoende voedsel. Ook bij de nu nog bestaande groepen zie je dat ze veel tijd overhouden voor culturele activiteiten. Maar vergeet niet dat ik ook aandacht besteed aan de wijzen van oorlogvoeren, en wat die voor de mensen tot gevolg hadden. Ook maak ik heel duidelijk dat er zeker sprake was van aantasting van de omgeving - maar door hun beperkte aantallen en technologie werd die in toom gehouden. Na de laatste IJstijd stierven in Noord-Amerika sommige diersoorten massaal uit - vrijwel zeker door overbejaging. Een ander voorbeeld: in Australië hebben de aboriginals in de afgelopen 40.000 jaar meer dan tachtig procent van de grote diersoorten uitgeroeid.'

Pontings eigen standpunt ten aanzien van zijn onderwerp roept de nodige discussie op. Hoe erg is het dat door de mens plant- en diersoorten verdwijnen - terwijl klimaatveranderingen of een inslaande meteoriet veel meer invloed hebben. Een andere klacht is dat in boek het morele standpunt van de schrijver te weinig terug te vinden is - terwijl de lezer daar toch recht op heeft. Verrassend, want anderen vinden juist dat de moraal er te dik bovenop ligt. Moet expliciet gezegd worden dat het verkeerd is om populaties van zeeleeuwen uit te roeien of, zoals tegenwoordig, een miljoen plastic vaten per dag in zee te werpen?

Prof.dr. S. Bottema is blij dat een expliciet, 'calvinistisch' moreel oordeel achterwege is gebleven: dat zou het boek voor hem hebben bedorven. Bottema, verbonden aan het Biologisch Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, houdt zich bezig met de vegetatie-geschiedenis en de menselijke invloed op het landschap rond de Middellandse Zee en het Midden-Oosten. Daarbij maakt hij gebruik van stuifmeelonderzoek. Bottema onderschrijft de grote lijnen waarin Ponting de achteruitgang beschrijft van dit gebied.

Archeologen hebben, aldus Bottema, weerzin tegen het accepteren van de menselijke invloed bij de achteruitgang van eco-systemen. Er wordt nu veel onderzoek gedaan naar de periode rond 1200 voor Christus, toen een flink aantal rijken ineenstortte.

De gangbare overtuiging is dat het verval door langdurige droogten veroorzaakt werd. Maar bij stuifmeelonderzoek blijkt dat er absoluut geen sprake van droogte was - zelfs eerder van het tegendeel. Eerdere aannamen over een daling van de waterstand van bijvoorbeeld de Eufraat en Tigris blijken fout te zijn.

Wat er wel is gebeurd? Dat blijft een open vraag, maar het ligt voor de hand dat boskap en erosie hun tol hebben geëist. Het huidige kale mediterrane landschap, aldus Bottema, is onnatuurlijk. Een afgelegen plekje in Albanië toont nog hoe het hele gebied er ooit moet hebben uitgezien: weelderig loofbos.

Als voorbeeld van ecologische schade die nu wordt aangericht toont Bottema beelden van meren met een lage waterstand, in het grensgebied van Turkije en Syrië. Ook de rivieren daar drogen op: er wordt teveel water onttrokken voor het besproeien van aardappelplanten, die in feite ongeschikt zijn om in dat gebied te telen. Over tweeduizend jaar zullen archeologen ongetwijfeld vaststellen dat het klimaat blijkbaar was veranderd.

Als historicus houdt Ponting zich liever niet met prognoses bezig. Maar op verzoek wil hij die wel geven. Is er nog hoop? 'Dat ligt eraan wie je bent in de wereld , en naar wat voor oplossingen je zoekt. De Westerse geïndustrialiseerde wereld heeft genoeg macht om ruwweg door te gaan in de richting waarin ze zich de laatste tweehonderd jaar begeven heeft - met wat aanpassingen, vooral gezien klimaatverandering. Ik geloof niet dat wij, of onze kinderen, in Europa en Noord-Amerika al een ineenstorting mee zullen maken. We kunnen doorgaan met het verkrijgen van hulpbronnen uit de rest van de wereld. Wanneer door klimaatverandering het Amerikaanse graanoverschot verdwijnt, zullen het niet de Amerikanen zijn die verhongeren.'

En wat betreft de natuur? 'De laatste duizenden jaren was een proces van toenemende vernietiging. De Brazilianen zeggen terecht dat wat zij nu doen in het Amazonegebied hetzelfde is als Europa een paar honderd jaar geleden heeft gedaan. Maar de schaal vergroot zich. AlIeen al in de jaren negentig zal uiteindelijk een miljoen dier- en plantsoorten zijn uitgestorven.'