Toneelgroep A'dam verlaat schouwburg

AMSTERDAM, 2 DEC. Toneelgroep Amsterdam (TA), nu nog vaste bespeler van de Stadsschouwburg in Amsterdam, brengt met ingang van augustus 1994 voorstellingen uit in het zogenaamde Transformatorhuis op het Westergasfabriek-terrein in Amsterdam-West. Daar zal het gezelschap naar verwachting 150 voorstellingen per jaar uitbrengen van vier à vijf produkties, waardoor het totaal aantal voorstellingen in Amsterdam zal toenemen. Het aantal voorstellingen dat het gezelschap in de Stadsschouwburg speelt, wordt teruggebracht van 100 naar 24.

Afhankelijk van de tribune-opstelling varieert de capaciteit van het nieuwe onderkomen van 372 tot 557 zitplaatsen.

Over de huur van het Transformatorhuis is vorige week overeenstemming bereikt tussen het gezelschap en Stadsdeel Westerpark. In afwachting van het eigen theater, dat op de prioriteitenlijst van de gemeente Amsterdam op de derde plaats staat, en afhankelijk van de definitieve bestemmingsplannen voor het zwaar verontreinigde voormalige fabrieksterrein, zal de groep het gebouw voor minimaal één jaar huren en mogelijk langer. Bij normaal gebruik van het terrein en gebouwen is er volgens de stadsdeelraad Westerpark op het ogenblik geen gevaar voor de volksgezondheid. De kosten van sanering van het terrein, waarover nog geen overeenstemming is bereikt, kunnen oplopen tot 300 miljoen gulden.

Met de gedeeltelijke verhuizing - de kantoren blijven gevestigd aan het Leidseplein en de groep blijft er deels ook repeteren - geeft Toneelgroep Amsterdam gevolg aan de sinds de oprichting in 1987 geuite wens over een eigen theater te kunnen beschikken. Voor de schouwburg betekent dit een inkomstenderving van twee ton per jaar. Het aantal voorstellingen (ongeveer 40 per jaar) in Theater Bellevue, het tweede 'huis' van TA, blijft gelijk.

Pag.7: 'Schouwburg komt in de problemen door verhuizing'

Noch de Stadsschouwburg, noch de gemeente die het gezelschap met 5,6 miljoen gulden per jaar subsidieert, is tevoren formeel op de hoogte gesteld van de gedeeltelijke verhuizing van toneelgroep Amsterdam naar het Transformatorhuis op de Westergasfabriek. De gemeente zegt daarom nog geen standpunt te hebben ingenomen. Wethouder E. Bakker zal volgende week gesprekken voeren met TA en met Cox Habbema, directeur van de Stadsschouwburg. Eerder is de gemeente wel al in principe akkoord gegaan met een verhuizing. Op de prioriteitenlijst van te realiseren kunstgebouwen kreeg de bouw van een eigen TA-theater een derde plaats, na de uitbreiding van het Stedelijk Museum en een nieuw onderkomen voor muziekcentrum De IJsbreker, eveneens op het terrein van de Westergasfabriek.

Stadsschouwburgdirecteur Habbema vraagt zich af “hoe leuk (het is) voor een stad een schouwburg te hebben die geen binding meer heeft met die stad, door het vertrek van het stadsgezelschap”. Zij voorziet grote problemen doordat zij nu “met minder inkomsten grotere gaten in de programmering moet vullen”. De Stadsschouwburg beschikt nu over een jaarlijks produktiebudget van acht ton voor 250 speelavonden. Habbema: “TA krijgt van de gemeente en het rijk in totaal tien miljoen gulden, acht miljoen meer dan een gezelschap als De Trust. De verhoudingen zijn dus al zoek, maar nu gaan ze voor dat geld bovendien voornamelijk kleine zalen bespelen. Ik vraag me af of dat zo maar kan.”

Volgens de woordvoerder van het ministerie van WVC, dat TA met 3,9 miljoen per jaar subsidieert, bestaat er op het ministerie 'geen bezwaar' tegen de gedeeltelijke verhuizing. “De aankondiging heeft misschien geen formeel karakter gehad, maar alle betrokkenen wisten ervan.” Volgens het ministerie komt het publieksbereik niet onder druk te staan. “Het verschil in capaciteit tussen Het Transformatorhuis en de schouwburg is misschien tweehonderd plaatsen en kan gemakkelijk gecompenseerd worden als het gezelschap succesvolle voorstellingen blijft doorspelen. Die mogelijkheid heeft TA in de nieuwe behuizing wel en in de schouwburg niet.”

Ook het aantal reisvoorstellingen dat TA in het land moet geven, komt volgens het ministerie niet in gevaar door de verhuizing. “We zijn nog in afwachting van hun spelplan, maar naar onze indruk staat de groep positief tegenover de reisverplichting. We hebben het volste vertrouwen dat zij aan hun verplichting blijven voldoen.”

TA wil voorstellingen niet meer 'op voorhand' aan de provincie aanbieden. Het gezelschap wil zijn produkties voortaan eerst uitbrengen in Het Transformatorhuis en pas als ze succesvol blijken, reisvaardig maken en aan de schouwburgen in het land aanbieden.

Volgens TA zijn de kosten van de verhuizing 'te overzien'. Er moet volgens de leiding alleen een tribune gebouwd worden. Het Transformatorhuis is een fabriekshal met een 14 meter hoge houten en stalen overkapping. Het gebouw is 17 meter breed en 40 meter lang. De flexibele speelvloer kan maximaal 15 bij 15 meter meten, even groot als die van de Stadsschouwburg. Daarvan is de toneellijst slechts 11 meter breed, waardoor veel plaatsen slecht zicht op het toneel bieden.