Remote sensing beelden hebben hoge resolutie; CIA verkoopt spionagefoto's

De Amerikaanse geheime dienst CIA heeft bekend gemaakt beeldmateriaal afkomstig van spionage-satellieten vrij te geven voor de remote sensing-markt. Volgens direkteur James Woolsey bestaat nog enige onenigheid over de vraag welke foto's wel en welke niet beschikbaar zullen komen. De terughoudendheid is vooral ingegeven door het ontbreken van het onderscheid tussen foto's met en zonder militaire waarde. Daarnaast lijkt de CIA niet bereid te zijn om zijn technische kunnen kenbaar te maken. Ondanks deze bedenkingen zijn in januari Amerikaanse spionage-foto's te koop.

Remote sensing is een verzamelnaam voor de technieken waarmee sensoren in satellieten de aarde bespieden. In de remote sensing markt opereren nu commerciële satellieten, zoals de Franse SPOT, de Europese ERS-1 en de Amerikaanse Landsat.

De spionage-satellieten van de CIAzijn veel nauwkeuriger. Het oplossend vermogen van de Amerikaanse KH-11 foto-verkennings-satelliet - KH betekent Keyhole - wordt geschat op zo'n vijftien centimeter, die van de SPOT bedraagt 10 meter.

Ook zijn de Amerikanse systemen gevoeliger dan de apparatuur waarmee Russische spionage-satellieten zijn uitgerust. Kort geleden opgerichte Russische bedrijven, zoals Sovinformsputnik en Soyuzkarta, verkopen beelden met een 2-meter resolutie. De hogere beeldkwaliteit is niet uitsluitend terug te voeren op scherpere lenzen. Vooral computerbewerking van de doorgeseinde gegevens heeft tot grotere detaillering geleid.

Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie heeft de CIA moeite om haar budget van ongeveer 30 miljard dollar op hetzelfde niveau te kunnen handhaven. In een eerder stadium werd daarom zelfs overwogen om hele satellieten aan het buitenland te verkopen. Spanje, Zuid-Korea en de Verenigde Arabische Emiraten hadden daarvoor interesse getoond. 'Als het Perzië van de Sjah ons dat vijftien jaar geleden had gevraagd, had Iran nu over een satelliet beschikt', gaf Robert Gates, de vorige direkteur van de CIA, hierop als antwoord. En de verzoeken tot verkoop werden afgewezen.

Maar de CIA heeft niet alleen economische overwegingen voor het betreden van deze markt. Omdat de remote-sensing vooral toepassing vindt op het gebied van het milieu-beheer, zou de Amerikaanse geheime dienst met haar eigen 'Glasnost' de reputatie kunnen oppoetsen. Op zoek naar een 'groener' imago volgt het geheime Amerikaanse onderzeese netwerk van luisterstations, SOSUS (sound surveillance system) bedoeld voor het volgen van Russische onderzeeërs, nu ook de trekbewegingen van walvissen.

Zal de rol van de SPOT en de andere civiele satellieten zijn uitgespeeld wanneer de CIA met het superieure beeldmateriaal de markt betreedt? 'Geenszins', zegt Jan Cees Venema, Coördinator Ruimtevaart van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium in Amsterdam. Het NLR maakt gebruik van beelden afkomstig van SPOT-, NOAA-, Landsat- en ERS-1-satellieten. 'Remote sensing is maar ten dele gebaseerd op resolutie. Het gaat vooral om het onttrekken van informatie uit data die door satellieten worden verzameld. Dat is een kwestie van rekenwerk en niet alleen van oplossend vermogen'.

Hij noemt als voorbeeld de Desert Locust Control Organisation van de FAO. Die organisatie maakt gebruik van het Artemis remote-sensing systeem ontworpen door het NLR. 'Stel, het wordt nog eens mogelijk om vanuit de ruimte individuele sprinkhanen te ontdekken in hun leefgebied: de Sahel. Om het hele gebied zo gedetailleerd in kaart te brengen, zou je heel veel plaatjes naast elkaar moeten leggen. Dat is veel te duur.'

Het Artemis systeem werkt geheel anders. Venema legt uit dat het eventuele gevaar dat de treksprinkhanen vormen, zich indirekt laat afleiden uit de hoeveelheid vegetatie in de Wadi's in de woestijn. Staat het struikgewas in deze drooggevallen rivierbeddingen er lange tijd goed bij, dan kan ook de populatie sprinkhanen gevaarlijk toenemen.

'De NOAA-satelliet die elke tien dagen het gebied observeert, maakt opnames van blokken van 5 bij 5 kilometer. De Wadi's zijn niet eens te ontdekken.' Toch is deze zeer lage resolutie volgens Venema voldoende om aan de weet te komen of de sprinkhaanpopulaties een gevaarlijke omvang bereiken. 'De aanwezige vegetatie zorgt al voor een geringe kleurverandering van de blokken. Hogere resolutie zal zeker een aanvulling betekenen voor de remote sensing. Maar noodzakelijk is die lang niet altijd.'