OVERDRACHTSBELASTING

Het artikel 'Overdrachtsbelasting' (NRC Handelsblad, 30 november) waarin Flip de Kam drie argumenten voor afschaffing van de overdrachtsbelasting probeert te pareren overtuigt helaas niet.

Als overdrachtsbelasting inderdaad een periodieke profijtheffing zou zijn ter bekostiging van overheidsoptreden als waterstaat, wegen, brandweer en politie dan komt het mij vreemd voor dat ook gebruikers van onroerende zaken onder NAP mogen wonen en dat de brandweer ook uitrukt om huurhuizen te blussen. Eerder is dit overheidsoptreden van algemeen belang en de financiering daarvan zou niet uitsluitend behoren te drukken op bezitters van onroerende zaken. Een tweede punt is dat volgens De Kam het profijt in de loop van de tijd kennelijk afneemt: de overdrachtsbelasting treft de regelmatig verhuizenden zwaarder dan diegenen die blijven waar ze zijn. Vereist verhuizen dan politiebijstand of een groter beroep op rechtspraak?

Voor de stelling 'Bezitters van een eigen huis vinden vaak een andere baan in de regio waar zij wonen' geeft het artikel geen onderbouwing. Deze stelling doet ook niet ter zake. Feit is dat huurders bij een verhuizing geen zes procent over hun (geleende) vermogen moeten betalen en eigenaren wel.

Er zijn goede redenen te bedenken om het fiscale stelsel te verfijnen door de lasten te verdelen over verscheidene heffingen met elk een gematigd tarief. Het doel van de belasting moet echter een duidelijke relatie hebben met de heffingsgrondslag en die relatie heeft De Kam mij niet kunnen aantonen. Het argument dat een heffing in allerlei vormen al sinds de middeleeuwen bestaat en inning bovendien niet fraudegevoelig is vormt misschien wel een praktische overweging maar is tevens irrelevant.