Nederland is vol door ongebreidelde expansiedrift

In de discussie of Nederland vol is, struikelen politici over elkaar om het antwoord vooral niet te geven. De milieu-partij GroenLinks, die in haar verkiezingsprogramma het milieu stelt boven de produktiegroei, maakt het in de woorden van Paul Rosenmöller wel heel bont, waar deze meent dat er best twintig miljoen mensen in dit land kunnen wonen. Want, aldus Rosenmöller, dat aantal werd 25 jaar geleden al voorspeld, en toen maakte zich niemand druk over de gevolgen.

De in de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening (1966) voor het jaar 2000 voorspelde expansie van de bevolking (twintig miljoen), wegennet (tienduizend kilometer snelweg), elektriciteitsproduktie (80.000 mW) heeft de milieugemoederen waarop GroenLinks nu teert juist volledig losgewoeld. Tevéél, was de reactie, en zo ontstond de Milieubeweging. De vraag of Nederland vol is wordt nu toegespitst op de toevloed van asielzoekers, de fertiliteit van de allochtonen en hun gezinshereniging, samen goed voor een aanwas van één middelgrote stad per jaar.

Jan Pronk vindt dat mooi, want de culturele diversiteit neemt toe, Frits Bolkestein vindt het om allerlei redenen niet zo mooi; beider uitspraken zijn nogal subjectief en ontwijken de werkelijke keuzes. Die gaan niet zozeer over de hoeveelheid mensen als wel over hun activiteiten. Het kabinet kondigde in 1991 aan dat er in de Randstad 700.000 huizen moeten bijkomen, omdat de bevolking in tegenstelling tot de prognoses blijft groeien. Daarbij is één op de drie nieuwe huizen nodig voor de immigratie die voor 30 procent van de bevolkingsaanwas zorgt, waarmee de immigrant is gestigmatiseerd tot de bron van de vollopende vijver. Intussen wil men ook 1001 andere infrastructurele gebruiksfuncties van de schaarse ruimte uitbreiden en intensiveren, met luchthavens, spoorwegen, autowegen en industrieterreinen. Met ruim 440 mensen per vierkante kilometer en één der hoogste consumptieniveaus ter wereld betekent dit dat we keuzes moeten maken. De keuze voor deze expansie plus barmhartige opvang betekent dat de druk per vierkante kilometer zal toenemen. Willen we dat? Betekent dit duurzaamheid en toekomst voor de kiezer? En hoe zien de consequenties van die keuze er dan uit?

Sinds zo'n twintig jaar is de produktie gegroeid met 73 procent. De werkgelegenheid steeg in die tijd met 7 procent, dus hiervoor hoeven we het niet meer te doen. Het bruto-inkomen is in die tijd verdubbeld maar het besteedbaar inkomen groeide nauwelijks. Ook daarvoor lijkt al die expansie geen panacee meer. De Index van Duurzame Economische Welvaart, die in de VS wordt ontwikkeld, laat zien dat de meeste welvaartsindicatoren in het Westen de laatste jaren drastisch achteruitgaan, ondanks de gegroeide rijkdom. Onderwijs, gezondheidszorg, bejaardenzorg, sociale zekerheid, veiligheid, werk, participatie, gezonde lucht, schoon water, en nog n twintig andere: alles neemt af in kwaliteit, garantie en beschikbaarheid. Als we moeten groeien om dit alles te betalen, dan klopt deze combinatie niet meer.

De gangbare diagnose luidt dat we niet genoeg investeren, dat er te weinig wordt geïnnoveerd en de overheidsuitgaven te hoog zijn. En dus komt de volgende bezuinigings- en expansiegolf eraan. De gevolgen van de crisis worden bestreden met de oorzaken ervan.

Dit proces wordt bij lange na nog niet begrepen. De gebruikelijke economische praktijk dwingt tot produktiegroei en bijbehorende consumptie. Neemt de groei af wegens een overcapaciteit in de produktie of omdat de consumenten 'geen vertrouwen' hebben in de markt, zoals dat dan heet, dan stagneert de produktie en neemt het (nationaal) inkomen af. De staat kan bijgevolg minder betalen en moet derhalve bezuinigen. Hoewel de consumenten gebukt gaan onder de verminderde koopkracht, vooral als een groeiend aantal zonder werk komt te zitten, wordt gerekend op het wonder van een toenemende consumptie die de produktie weer aanwakkert. Doen de consumenten onvoldoende mee aan dit spelletje, dan stimuleert de staat de produktiegroei met allerlei investeringen, bij voorkeur in de infrastructuur (wegen, vliegvelden). Zolang de ruimte en het milieu als niet schaars en zelfs gratis worden beschouwd kan deze cyclus nogal ongestoord z'n gang gaan, maar hij stokt zodra ruimte en milieu zijn verbruikt.

Op een zeker moment leidt de cyclus niet tot meer inkomen maar tot toenemende en grotendeels verborgen kosten, zodat het uiteindelijke effect niet bestaat uit een nieuw inkomens-elan maar uit verarming. Het lijkt erop dat deze omslag al enkele jaren geleden is bereikt, maar dat wij het niet weten omdat we inkomen en kosten met elkaar verwarren. Als het echter wáár is, dan is dat aanleiding tot alarm, omdat alle pogingen om de produktiegroei weer aan te zwengelen een kwadraat van de achteruitgang produceren: niet alleen omdat met hernieuwde vernielzucht het resterende ruimte- en milieukapitaal wordt opgeslokt, maar ook nog eens omdat het verborgen kostenniveau steeds meer stijgt, waardoor de 'groei' de welvaart opvreet. Een Nederlandse versie van de genoemde Index dient met urgentie te worden ontwikkeld.

Eerder dit jaar introduceerde ik op de opiniepagina het begrip 'vergekting', naast de in het NMP genoemde verzuring, verdroging en vermesting. Vergekting staat voor het doldraaien van de expansiedrift, terwille van de steeds meer in de vergetelheid rakende welvaartsdoelen. Nederland is vol omdat we niet in staat zijn deze vergekting te stoppen. Lapmiddelen, zoals carpoolstroken van 7 kilometer lengte à raison van 9,5 miljoen gulden per kilometer, daarin zijn we goed, zoals we goed zijn in het bijbouwen van cellen of het opsluiten van asielzoekers.

Natuurlijk is Nederland veel te vol. Maar dat heeft te maken met de vergekting, en met niets anders.