Maas toch schoner dan Rijn

Alle verontreinigingen van de Maas ten spijt zal het nieuwe spaarbekken van waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch gevuld worden met Maaswater. Dat stelt drs. J. Voltz, directiesecretaris van N.V. Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch. Het bedrijf heeft de keus om dit vierde bekken te vullen met Rijnwater.

In het jaar 2000 moet er in het gebied tussen Bergse Maas en Nieuwe Merwede een vierde spaarbekken in gebruik zijn genomen. De aanleg ervan begint over drie jaar. Het nieuwe waterreservoir is gedacht in het nationaal park De Biesbosch. Maar juist nu is een procedure gestart om daar een andere plek voor te vinden, net buiten de grenzen van het park. Die plaats ligt dichter bij de Nieuwe Merwede, wat de mogelijkheid biedt een inlaatpunt in die rivier te maken. De Nieuwe Merwede voert Rijnwater af, dat de naam heeft de laatste jaren steeds schoner te worden.

'Toch zullen we in het nieuwe bekken Maaswater innemen'', stelt Voltz. 'Ten eerste is het Rijnwater veel te zout. De absolute limiet van 200 mg zout, die in het Waterleidingbesluit van 1984 is vastgesteld, wordt in hoogstens 30 tot 40 dagen per jaar gehaald.'' Dat is op momenten dat de Rijn een hoge afvoer heeft.

'Maar juist dan zit er veel slib in het water, waaraan zich de PAK's en andere verontreinigingen hechten, zodat we om die reden de inname weer zouden moeten staken.''

Een daling van het zoutgehalte voorziet Voltz niet. 'De Franse kalimijnen mogen zout blijven lozen. Hetzelfde geldt voor de steenkoolmijnen in Duitsland. Het mijnwater dat daaruit opgepompt wordt en in de Rijn terecht komt, bevat ook veel zout.''

Het zoutgehalte van de Rijn is drie keer zo hoog als dat van de Maas en deze verhouding wordt naar verwachting nog ongunstiger. Voltz: 'Solvay heeft aangekondigd de sodaproduktie in Charleroi te beëindigen. Dat betekent dat er minder natrium in de Maas terecht komt.''

Behalve meer zout vervoert de Rijn gemiddeld genomen meer stoffen die het erfelijkheidsmateriaal kunnen beïnvloeden. 'Nog altijd is de mutageniteit een factor 5 à 10 hoger dan van het Maaswater'', aldus Voltz. Tot deze mutagene stoffen horen bestrijdingsmiddelen en stoffen die vrijkomen bij de produktie van kunststoffen en medicijnen.

Ook al is het waterwinningbedrijf dit jaar al zes keer gedwongen geweest de inname te stoppen - waarvan één keer voor zes weken aan een stuk - de voorkeur blijft naar Maaswater uitgaan. Ook een combinatie van Maas- en Rijnwater is volgens Voltz geen oplossing. 'Procestechnisch is het heel moeilijk om uit twee verschillende grondstoffen drinkwater te bereiden. Temeer, daar de samenstelling van de afzonderlijke grondstoffen niet constant is.''

De lozingen in de Maas van pirydine en diisopropylether van deze week tonen volgens Voltz nog eens aan hoe dringend het gewenst is dat er een goed waarschuwingssysteem komt. 'Wat dat betreft is de Rijn goud vergeleken met de Maas. Langs de Rijn is de pakkans zo groot dat bedrijven het wel laten een lozing niet te melden.''

Cijfers onderstrepen dat. 'Voor de Rijn komen zo'n vijftien meldingen per jaar binnen, terwijl er 20% van de chemische industrie van Europa aan gevestigd is en er in het stroomgebied 40 miljoen mensen wonen. De Maas kent 40 tot 50 meldingen per jaar. In dat stroomgebied wonen vijf miljoen mensen en er staan lang niet zo veel fabrieken langs.''