Leiderschap Rabin en Arafat onder druk

TEL AVIV, 2 DEC. Zowel de Israelische premier, Yitzhak Rabin, als PLO-leider Yasser Arafat zal de komende weken sterk leiderschap moeten tonen om het Israelisch-Palestijnse vredesakkoord de veilige haven binnen te loodsen. Moeilijkheden van de zijde van de fundamentalistische oppositie in beide kampen tegen deze historische doorbraak werden wel voorzien, maar nu het bloed zo rijkelijk vloeit aan Israelische en Palestijnse zijde, staat de hoop op vrede onder zware druk.

Het regionale en internationale klimaat voor verzoening tussen Israel en de Palestijnen is nog even gunstig als op 13 september, toen Rabin en Arafat elkaar de hand reikten. Dat is de beste garantie dat de vredestrein zijn einddoel zal halen en de Palestijnse bestuursautonomie van de grond komt.

Met pijnlijk succes slaagt de fundamentalistische moslim-organisatie Hamas er echter in met moordaanslagen op Israeliërs het verzet van de joodse kolonisten tegen het akkoord-Rabin/Arafat zodanig op te stoken dat dit de grenzen van de Israelische democratie overschrijdt. Bescherming van de democratie is onder deze omstandigheden de zware test waarvoor Rabin is komen te staan. In dat kader is het van belang dat de juridische adviseur van de regering gisteravond de door de kolonisten opgerichte verdedigingsorganisatie Hashomer buiten de wet heeft gesteld. Nadrukkelijk bepaalde hij dat uitsluitend het leger en de politie verantwoordelijk zijn voor de orde en rust in de bezette gebieden. De aanwezigheid van andere gewapende organisaties kan volgens hem alleen maar bijdragen tot opvoering van de onrust en incidenten uitlokken.

Typerend voor hun minachting voor de democratie als het gaat om het behoud van 'Erets-Israel', het land van Israel, legden de oprichters van Hashomer de beslissing van de juridische adviseur van de regering vierkant naast zich neer. Dat het hier om hoge reserve-officieren in het Israelische leger gaat maakt de ernst van de situatie duidelijk. Vanuit deze kringen worden ook pamfletten verspreid waarin reservisten worden opgeroepen niet voor herhalingsoefeningen op te komen als er sprake is van het inzetten van troepen bij het ontruimen van nederzettingen in de bezette gebieden.

De angst dat de Palestijnse bestuursautonomie uiteindelijk de vorm van een Palestijnse staat zal aannemen waarin geen plaats is voor joodse nederzettingen, is het verborgen hoofdmotief van de acties van de kolonisten tegen de regering-Rabin. Al in een heel vroeg stadium begrepen de kolonisten dat, alle geruststellende woorden uit Jeruzalem ten spijt, de verschijning van een grote en sterke Palestijnse politiemacht in de Palestijnse autonome gebieden hun aanwezigheid daar, ook ten tijde van de tussenoplossing, uiterst problematisch zou maken. “Als het Israelische leger ons niet kan beschermen, kunnen wij dat dan wel van de Palestijnse politie verwachten”, vroegen de leiders van de kolonisten zich gisteren opnieuw maar ditmaal woedender dan ooit af, na de Hamas-moord op twee Israeliërs bij Ramallah. Vandaar dat zij nogmaals een hartstochtelijk beroep deden op Rabin om de Palestijnse politie niet te bewapenen. “Israeliërs zullen met Israelische wapens door Palestijnen worden vermoord”, voorspelde reserve-generaal Rehavam Ze'evi, de leider van de Vaderlandpartij.

Het opwekken van angstgevoelens, met verwijzingen naar de Holocaust - “de grenzen van 1967 zijn Auschwitz-grenzen” - is een beproefd Israelisch recept om politieke emoties tegen territoriale concessies op te roepen. De kolonisten munten daarin deze dagen uit. Zo moeilijk hebben ze het niet om te scoren, want de Hamas-terreur legt alle argumenten op tafel om de Israelische publieke opinie tegen het akkoord van Oslo te mobiliseren.

De leiders van de kolonisten, die elkaar vinden in de raad van joodse nederzettingen, waarschuwen voor “een Libanese situatie” in Judea en Samaria als daar een Palestijnse politiemacht zou verschijnen. De nationalistische oppositie laat het er trouwens ook niet bij zitten en beschuldigt de regering-Rabin er van een politiek te voeren die tot “moorden uitnodigt”. In deze sfeer van bloed, lijken en begrafenissen verliest het argument dat vrede juist het antwoord op terreur is steeds meer aan overtuigingskracht.

Misschien wordt er wel geluisterd naar voorstellen van verschillende kanten om alvast maar te gaan spreken over schadevergoeding voor kolonisten die hun nederzettingen zullen verlaten. Want dat is onvermijdelijk een van de gevolgen van de uitvoering van het akkoord van Oslo door de regering-Rabin.