Jonge academici: tobben na de bul

De moderne arbeidsmarkt heeft meer behoefte aan jonge laag geschoolden dan aan jonge hoger opgeleiden. Van de in 1992 afgestudeerden heeft 33 procent geen baan of houdt zich bezig met tijdelijk werk. Voor schoolverlaters met een LBO -MAVO -diploma is dat 15 procent. Tegenover ieder werkloze schoolverlater met een MAVO - of LBO -diploma stonden in 1992 twee vacatures voor deze categorie. Maar voor de 6.000 werkzoekende net afgestudeerde academici waren slechts 200 vacatures beschikbaar.

Dit blijkt uit de jaarlijkse 'Schoolverlatersbrief' van het Centraal bureau voor de arbeidsvoorziening (CBA ), die deze week verscheen. Werkgevers zien schoolverlaters kennelijk primair als jonge goedkope arbeidskrachten, die kunnen worden ingezet in eenvoudige functies waarvoor geen of weinig werkervaring vereist is, aldus een van de conclusies van het CBA .

De positie van de schoolverlaters is de laatste jaren aanzienlijk verslechterd. Ondanks een sterke daling van het aantal schoolverlaters (in 1991 kwamen er in totaal 245.700 op de arbeidsmarkt) is onder hen de werkloosheid sterk opgelopen, van vijftien procent in 1990 en 1991 tot twintig procent in 1992. De totale werkloosheid daalde in die periode tot minder dan zeven procent in 1992. De gemiddelde 'baanzoekduur' nam toe van vier naar zes maanden. In 1991 was nog bijna negentig procent van de schoolverlaters binnen een jaar aan de slag - tijdelijke banen en uitzendwerk buiten beschouwing gelaten - maar een jaar later was dat teruggelopen tot 82 procent.

De economische malaise werkt duidelijk door in de vraag naar schoolverlaters: die is in twee jaar gehalveerd, van 42.300 vacatures in 1990 tot 22.500 vorig jaar. Toch zou dat aantal makkelijk te vullen moeten zijn met het aanbod aan werkloze schoolverlaters, afgaande op de aantallen. Er is dus nog iets anders aan de hand: het aanbod sluit in steeds mindere mate aan op de vraag. De top-tien van moeilijk vervulbare vacatures wordt aangevoerd door schilders, gevolgd door loodgieters en lassers, agrarisch personeel, (dier)geneeskundigen en apothekers (-assistenten), brandweerpersoneel en veiligheidspersoneel, leidinggevend produktiepersoneel, bouwvakkers, kappers, machinale metaalbewerkers en drukkers.

De Schoolverlatersbrief is duidelijk over de discrepantie: 'Het aanbod van schoolverlaters bestaat voor 70 procent uit middelbaar en hoger opgeleiden, de openstaande vraag daarentgen voor tweederde uit banen van lager en uitgebreid lager (MAVO , LBO ) niveau.'' De aanhangers van de theorie dat Nederland lijdt aan 'overscholing' kunnen daar waarschijnlijk hun voordeel mee doen, al merkt ook het CBA nog eens op dat het altijd beter is een diploma te halen. Schoolverlaters zonder enig diploma (dat zijn er ongeveer 24.000) hebben veruit de slechtste kansen op de arbeidsmarkt.

Goede kansen om snel een baan te vinden hebben leerlingen van MAVO, middelbaar en lager beroepsonderwijs en leerlingwezen. Werknemers vragen in toenemde mate zulke gediplomeerden voor betrekkelijk eenvoudig werk - een verdere verzwakking van de positie van ongediplomeerde schoolverlaters. Scholieren die met een diploma van HAVO of VWO komen, zijn daarentegen kwetsbaar omdat ze moeten concurreren met net afgestudeerden van HBO en universiteit. Overigens is de situatie voor hoger opgeleiden die de collegebanken al wat langer verlaten hebben aanzienlijk beter dan hun tegenhangers met een LBO - of MAVO -diploma. Ruim de helft van de vacatures op LBO/MAVO-niveau vraagt om schoolverlaters, voor academici en HBO 'ers is dat nog geen vijftien procent.