Huiswerk maken

“Vergeet niet, u bent zelf de belangrijkste leraar voor uw kind”, kregen de ouders te horen op de ouderavond aan het begin van het schooljaar en ik stemde daar van harte mee in. Wat een kind van huis uit mee krijgt, blijft het levenslang met zich meedragen. De invloed van hoe het er thuis aan toe gaat valt nauwelijks te overschatten. Dat de lerares dit onderkende kwam mij voor als prijzenswaardige bescheidenheid. Hoe minder pretenties het onderwijs erop nahoudt, hoe beter.

Maar al snel bleek dat ik deze uitspraak geheel verkeerd begrepen had. Het betrof hier niet een idee over taakverdeling in de trant van 'wij onderwijzen hier op school de basisvaardigheden en jullie nemen thuis de rest van het leven voor je rekening', nee, ze bedoelde het letterlijk. Dat werd me duidelijk, toen mijn zoontje (zes jaar, first grade) met huiswerk thuiskwam. Huiswerk? In de eerste klas (groep 3)? Zeker wel, en nog niet eens flauwekul-huiswerk, zoals gevallen herfstbladeren in verschillende kleuren verzamelen, maar serieus: sommetjes maken en oefenen met letters schrijven. Mijn zoontje zelf was er wel enthousiast over. Hij vond het een belangrijke stap voorwaarts en hij hoefde er ook niet toe aangespoord te worden. Toegewijd gaat hij elke avond na het eten met zijn schriftje en zijn opdrachten aan de slag en is toch wel ruim een half uur bezig.

Het probleem is dat hij het niet ongesuperviseerd kan, dat wil zeggen, hij kan het voor 90 procent alleen af, maar ik moet er toch een oogje op houden. Op de een of andere manier staat me dit enorm tegen. Dat komt doordat ik zelf opgevoed ben (daar heb je het alweer, je raakt je eigen opvoeding nooit kwijt) met het idee dat huiswerk maken je eigen verantwoordelijkheid is. Mijn ouders vroegen hoogstens: “Zeg, heb je je huiswerk wel gemaakt?” Maar ze bemoeiden zich niet met de inhoud ervan, tenzij op uitdrukkelijk verzoek van mijzelf. Nu was ik ook een stuk ouder, toen ik voor het eerst huiswerk kreeg, negen of tien, schat ik. Een zesjarige is er mentaal nog niet aan toe om zelf de verantwoordelijkheid voor het maken van huiswerk te dragen, dus word je als ouder daar mee opgezadeld. Psychologisch gezien lijkt me dit een verkeerde opzet. Tegen de tijd dat het kind wel in staat is om zelfstandig zijn huiswerk te maken, heeft het twee tot drie jaar achter de rug waarin z'n vader of z'n moeder er voortdurend sturend, aanmoedigend en controlerend naast zat. Over het aanleren van verkeerde gewoonten gesproken!

Nu heb ik eigenlijk niet eens zoveel te klagen, want door een gelukkig toeval kan mijn kind al lezen, zodat ik hem de boekjes en de opdrachten die hij van school meekrijgt niet hoef voor te lezen en hij het inderdaad bijna helemaal alleen af kan. Maar het grootste deel van zijn klas kan nog helemaal niet lezen en ik beklaag die ouders (vaak allebei full time werkend) die dan 's avonds, als eindelijk het eten is afgewerkt, nog eens over het huiswerk moeten gaan hangen met hun kinderen. En allerlei vaardigheden moeten oefenen (letters schrijven, redactiesommetjes oplossen), waarvan je je afvraagt: waarom kan dat niet op school? Daar gebeurt van alles; de dag staat bol van de activiteiten, zoals spelen met computers, kunstonderwijs, sharing (de moderne versie van 'show and tell'), endangered species-projecten, field trips naar musea, verkiezingen voor het een of ander. Maar nu het tegen Kerstmis loopt, kunnen er drie van de twintig kinderen lezen in mijn zoontjes klas. Die ouders hebben natuurlijk niet hard genoeg achter dat huiswerk heen gezeten!

De bedoeling van het huiswerk, vertelde de onderwijzeres toen ik mijn bedenkingen ertegen uitte, is vooral om de ouders te betrekken bij de bezigheden van het kind. In veel huishoudens brengen de kinderen hun wakende uren voor de tv door en via het huiswerk worden de ouders gedwongen om althans een half uurtje per dag met hun kind te lezen.

Dit klinkt wel weer redelijk, als het niet zo treurig was. Op school gaat de tijd heen met fun activities, terwijl het oefenen van de basisvaardigheden, iets wat op zichzelf trouwens helemaal niet vervelend hoeft te zijn, wordt verschoven naar het huiswerk. Arme ouders, die hun taak verzwaard zien met het onderwijzerschap erbovenop en vooral arme kinderen die niet het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben.