Het onderwijs aan hoogintelligente kinderen; Samen of apart

Moeten hoogbegaafde kinderen een eigen school? Of kunnen ze beter meer aandacht krijgen in een gewone klas?

De meeste ouders willen een gewone klas, maar de eigen school is een mooie aandachtstrekker. En dan gebeurt er wat.

Arme Hans! Zijn moeder komt achter de houten standaard met Europese vlaggetjes vandaan en verzoekt Mister Mulvey nogmaals aan de zaal te vertellen hoe goed haar zoon Hans het doet op zijn Schotse school voor hoogbegaafde kinderen. 'Niet omdat het mijn zoon is, maar als case', voegt mevrouw van Schaik er aan toe. Maar dan komt de aap komt uit de mouw: 'De mensen geloven me niet.'

Hans is buitengewoon intelligent en taalgevoelig, vertelt de enigszins in verlegenheid gebrachte Mister Mulvey de aanwezigen, maar hij is ook een harde werker en dat kan niet van alle hoogbegaafden gezegd worden. Volgend jaar kan de zestienjarige Hans naar de universiteit van Edinburgh voorspelt de directeur van de Schotse Cademuir International School.

Gelukkig is het na dit afgedwongen intermezzo pauze. Hans slentert met zijn diplomatenkoffertje naar de eetzaal. Een zo op het oog wat eenzame en kwetsbare jongen tussen een twintigtal volwassenen bijeen in Motel Van der Valk in het Limburgse Stein.

Onder de suggestieve slagzin 'Mogen wij ook naar school' organiseert het met veel hoofdletters geschreven Nederlands Instituut voor Meer- en Hoogbegaafden Problematieken hier een Nationaal Congres met veel Nationaal Verantwoordelijken uit Europese landen. Het thema: 'De weg open binnen Europa voor een betere toekomst voor meer- en hoogbegaafden'. Voorzitter-oprichtster van het N.I.M.H.P., Edith van Schaik, wil graag vertellen hoe de miskenning van haar hoogbegaafde zoon Hans haar tot de oprichting van dit instituut heeft gebracht en per fax stuurt ze ongevraagd zijn recente rapportcijfers de wereld in. Hans zelf wordt in een artikel in de Belgische krant Het Volk als 'niet meteen 's werelds vlotste communicator' omschreven, waarna heel het psychisch lijden van deze 'superbegaafde' jongen breed wordt uitgemeten.

Mevrouw Van Schaik schrikt er niet voor terug om van een 'complot' te spreken als de voormalige VWO-school van Hans, het testinstituut en de Raad voor de Kinderbescherming ter sprake komen. Als zij haar zoon niet op het Schotse instituut voor hoogbegaafde kinderen had weten te plaatsen en zich daarvoor grote financiële offers had getroost, was hij misschien zelfs in een inrichting terecht gekomen.

Het Nationale Congres in Stein blijkt minder nationaal dan de wijdse aanduiding zou doen vermoeden. In het zaaltje boven in het Van der Valk Motel zitten iets meer dan twintig deelnemers, onder wie Hans en twee andere kinderen. Zeker de helft van de aanwezigen blijkt bij nader inzien zelf spreker te zijn.

Privéschooltje

Het is een merkwaardig gezelschap. Zo verdedigt de heer W. Cremers, niet alleen als General Manager, maar ook als Drs, Accountant en Socioloog de belangen van Icusted. Een volkomen onbekend instituut dat zich volgens zijn zeggen met wetenschappelijk onderzoek naar hoogbegaafdheid bezighoudt. Daarnaast beheert Icusted een zes leerlingen tellend privéschooltje in Amsterdam, waar ook zijn eigen - hoogbegaafde - kinderen onderwijs volgen. 'Mijn vrouw is pedagoge', benadrukt W. Cremers. Geheel zonder problemen blijkt hij zijn kinderen niet aan de leerplicht te kunnen onttrekken, maar daarover is hij minder spraakzaam. De overige geleerden van wie sommigen afkomstig uit België, Duitsland en Frankrijk roepen associaties op met doctorandussen en professoren die hun naam verbinden aan cosmeticaproducten en gezondheidsslippers.

Het congres in Stein is een eenmansaktie van Edith van Schaik en de miskenning van haar getalenteerde zoon blijkt haar belangrijkste drijfveer. Zij heeft haar zinnen gezet op een aparte school voor hoogbegaafde leerlingen in de grensstreek, waar tien- tot achttienjarigen uit Nederland, België en Duitsland terecht kunnen. Ze denkt volgend schooljaar te kunnen starten met minstens 120 leerlingen. Ouders van hoogbegaafde leerlingen zitten zo met de handen in het haar dat 40 tot 60 kilometer reizen per dag voor de kinderen nauwelijks als bezwaar wordt gezien. Komt de overheid niet met subsidie over de brug dan zal mevrouw van Schaik een gerechtelijke procedure in gang te zetten, zo liet zij dreigend horen aan het eind van het congres in Stein.

Gesnoven

In het gevestigde wereldje van de hoogbegaafden wordt geïrriteerd gesnoven als de naam Van Schaik valt. Iedereen kent de vasthoudende pleitbezorgster van de hoogbegaafden uit Sittard die dwars tegen alle gevestigde opvattingen ingaat. Groot is de paniek als deze krant een slim opgesteld persbericht van Van Schaik vrijwel integraal overneemt. 'Ouders eisen school voor hoogbegaafden' luidt de tweekoloms kop en voor het middaguur van de volgende dag heeft iedereen die maar iets te betekenen heeft in de kring van hoogbegaafden met elkaar gebeld. Ook het ministerie is op de hoogte gebracht van de verhoogde staat van paraatheid. Nog dezelfde avond mag de Nijmeegse godfather van de hoogbegaafden, ontwikkelingspsycholoog professor Frans Mönks in het televisieprogramma van Ischa Meijer verklaren dat mevrouw van Schaik een 'tamelijk monomane figuur' is.

Hoe obscuur het instituut van mevrouw Van Schaik ook moge zijn, met haar plannen voor een aparte school voor hoogbegaafde kinderen weet ze de achilleshiel van het Nederlandse beleid te raken. In dit vlakke land, waar men een categoriaal gymnasium al het toppunt van elitairisme vindt, moeten hoogintelligente kinderen vooral naar gewone scholen. Een standpunt dat ruimhartig gedeeld wordt door de gevestigde belangenbehartigers van de hoogbegaafden en fel bestreden wordt door mevrouw Van Schaik. Echter over één ding is vriend en vijand het roerend eens: de overheid heeft te weinig oog voor de noden van hoogbegaafde leerlingen en trekt veel te weinig geld uit voor deze groep.

Met deze mening staat men trouwens niet alleen. Uit het rapport 'Opinies over onderwijs' van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat onlangs werd gepubliceerd, blijkt dat 37% van de bevolking en 50% van de hoger opgeleiden vinden dat er te weinig aandacht is voor onderwijs aan hoogbegaafden.

Vele miljoenen

Patricia Kraaijenbrink van Pharos, de vereniging van ouders met hoogintelligente kinderen brengt het vaker gebruikte argument naar voren dat er vele miljoenen worden uitgetrokken voor de hulp aan zwakke leerlingen - 'dat is fantastisch, dat moet ook gebeuren' - maar de beperkingen waar hoogintelligente kinderen in het onderwijs tegen aanlopen worden naar haar mening nog te vaak afgedaan als luxeproblemen. Dat scholen af en toe 'een fooi' krijgen voor een project met hoogbegaafde leerlingen is natuurlijk meegenomen, meent Kraaijenbrink, maar het zijn geen structurele maatregelen. Vooral de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs levert de nodige strubbelingen op. 'Er lopen kinderen vast in het VWO, maar er komt ook een groep hoogbegaafde kinderen in het VBO terecht, en dat is erg triest, want daar worden ze nooit meer uitgehaald.'

Toen Peter Broerse in '82 rector werd van het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen werd hij geconfronteerd met nogal wat leerlingen die uit de les werden gestuurd. 'Ik raakte met deze kinderen aan de praat en kwam er al snel achter dat ze zich gewoon verveelden. Dus gingen ze zitten geinen en uitdagen.'

Niet lang daarna raakte Broerse betrokken bij twee jongens die niets terecht brachten van hun schoolwerk en zich als draken gedroegen. 'Ik was er van overtuigd dat die jongens het konden, ik zag iets in ze.'

Zijn docenten vonden dat beide leerlingen van school moesten, maar rector Broerse wilde de jongens een kans geven om zich te bewijzen. 'Als ze ergens thuishoorden dan was het hier. Het waren typische voorbeelden van onderpresteerders.' Het bleek het begin te zijn van een 'verbredingsproject' dat de jaren erna in samenwerking met de Nijmeegse professor Frans Mönks gestalte kreeg en bedoeld is voor kinderen die te slim en te veelzijdig zijn voor het geboden gymnasiumprogramma. Ruim de helft van de leerlingen doet in meer dan de verplichte zeven vakken eindexamen en vijfde- en zesdeklassers mogen alvast gaan snuffelen op de universiteit. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om tijdens bepaalde lessen aan een zelfgekozen onderwerp te werken.

Leerlingen die hiervoor in aanmerking komen kiezen zelf een docent als begeleider en moeten voorafgaande aan de les aan de leerkracht toestemming vragen om met hun project bezig te zijn. Zo heeft een meisje onder schooltijd een hele LOI-cursus binnenhuisarchitectuur gedaan. Andere leerlingen maken tijdens de les werkstukken, ontwerpen een spel of maken een complete maquette van de school.

Voor docenten kan het bedreigend zijn als kinderen meer kunnen en sneller denken dan zij, erkent rector Broerse. Biologiedocente Miriam Groensmit valt hem bij: 'Een jongen vroeg keer op keer of hij tijdens mijn les aan z'n eigen project mocht werken. Ik had daar de pest over in en voelde me voor schut staan. Toen ik hem zei dat mijn biologielessen misschien ook de moeite waard waren, antwoordde hij dat hij alles volgde. En inderdaad, hij kon twee dingen tegelijk, hij miste geen zin van mijn lessen.'

IQ-test

Tegenwoordig worden alle eersteklassers van het Nijmeegse gymnasium getest op zaken als schoolvaardigheid, IQ, welbevinden en creativeit. In elke klas van dertig leerlingen scoren er gemiddeld zes hoog tot zeer hoog. 'Uit die testen halen we veel informatie voor onze leerlingbegeleiding', verdedigt docente Carry Hoenselaars, evenals Groensmit belast met de uitvoering van het verbredingsproject, deze toch niet alledaagse testpraktijk. 'Niet alleen weet je wie de leerlingen zijn die extra hulp nodig hebben, ook kom je op deze manier de hoogbegaafde onderpresteerders op het spoor.'

Op het Stedelijk gymnasium in Nijmegen denkt men niet snel leerlingen kwijt te zullen raken aan de school van mevrouw Van Schaik. Toch zou rector Broerse de gedachte aan een speciale school voor hoogbegaafde kinderen niet meteen terzijde willen schuiven. Regelmatig krijgt hij telefoontjes van wanhopige ouders die vaak al jaren tobben met een vastgelopen hoogbegaafd kind. Een internaat voor 'de echte crepeergevallen' zou zeker in een behoefte kunnen voorzien vermoedt de rector: 'Lang niet iedere school is in staat om vastgelopen hoogbegaafde kinderen op te vangen, dat vereist een specialistische aanpak.'

In deze mening wordt hij gesteund door hoogbegaafden-specialist emeritus hoogleraar Pieter Span, sinds zijn pensionering werkzaam in een psychologische adviespraktijk voor begaafden te Utrecht. 'Er zijn hoogintelligente kinderen met grote gedragsproblemen en om die te helpen zou een vorm van gespecialiseerd onderwijs op zijn plaats zijn.'

Omdat er in Nederland misschien een paar honderd van deze kinderen rondlopen zou je aan een internaat kunnen denken, meent Span. Hij verwijst naar een dergelijke school in het Engelse York, waar hoopgevende resultaten worden geboekt met deze jongeren. Overigens, zo benadrukt Span, komen veel problemen van hoogintelligente kinderen voort uit een wisselwerking tussen hun hoogbegaafdheid en een moeizame gezinssituatie.

Adviseur

Een regionaal netwerk van gewone scholen die zich toeleggen op de begeleiding van de allerslimste kinderen zou volgens Pieter Span vooralsnog de beste oplossing zijn. Zelf is Span als adviseur betrokken bij het opzetten van een verrijkingsproject op de Wolfert van Borselen scholengemeenschap in Rotterdam. Leerlingen die snel door de stof heen zijn mogen geen andere dingen gaan doen, zoals op het Nijmeegse gymnasium, maar krijgen door de docent in kwestie meer en moeilijker leerstof aangeboden. 'Curriculum-nabij' is de term die Span voor deze Rotterdamse aanpak heeft gekozen.

Het ministerie van onderwijs stelt zich op het standpunt dat de extra zorg voor hoogintelligente kinderen binnen het bestaande schoolsysteem gerealiseerd moet worden. Met initiatieven als die van mevrouw Van Schaik wil het niets te maken hebben. De minister lijkt daarmee het gelijk aan zijn kant te krijgen. Zelfs in de Verenigde Staten is het de nieuwste trend om getalenteerde kinderen niet meer in aparte klassen af te zonderen, maar in 'mixed-ability' groepen les te geven. Ook de Raad van Europa steunt dat standpunt.

Maar, zo stelde het Committee on Culture en Education dit voorjaar in een conceptrapport over hoogbegaafde kinderen vast: 'There are some children and adolescents, who despite - or because of - their above-average abilities, are unable to adept to mixed-ability educational systems. When taught in such systems, they very often lose all motivation en interest in schoolwork.'

Voor deze groep van hoogbegaafde onderpresteerders, zeker als ze ook nog afkomstig zijn uit de lagere of allochtone milieus, doet de minister te weinig. De minister kan als verweer aanvoeren dat het verrijkingsmateriaal voorhanden is, scholen kunnen daar naar believen gebruik van maken. Maar precies daar loopt het spaak, roepen specialisten als Mönks en Span, eensgezind met de belangenverenigingen Pharos en de Dr. Binetstichting.

Ze zitten bij de minister op schoot, verwijt mevrouw Van Schaik de gevestigde belangenbehartigers. Een school voor hoogbegaafde kinderen is in Nederland taboe, heeft ze ontdekt. Daar praat je niet over en als je het wel doet, veroorzaak je opschudding. En dat doet ze. 'Je kunt veel van mevrouw Van Schaik vinden', laat Pieter Span zich ontvallen, 'maar ze werkt wel als een katalysator.'