Het mannenmodel: een lekker lijf alleen is niet voldoende

Het mannenmodel is in opkomst, maar nog steeds minder glamourous dan zijn vrouwelijke pendant. In geld, cultstatus, publieke belangstelling en opdrachten legt hij het tegen haar af. Over haarcrème en bretels, de harde weg naar de top en - natuurlijk - de trends in mannelijk vlees.

Vrouwelijke supermodellen verwierven het afgelopen decennium filmsterrenstatus. Met een stroom fotografen en perslieden in hun kielzog trokken ze de wereld over; de prijzen op hun hoofden bereikten begin jaren negentig recordhoogten. Maar het tij lijkt te keren. Of een fantastische fysiek alléén voldoende blijft om de couture-wereld en glossy bladen tevreden te houden is de vraag. Sceptici beweren dat de hype rond modellen als Naomi Campbell, Linda Evangelista, Claudia Schiffer, Kate Moss en Karin Mulder door over-exposure kan ploffen. “Het is niet langer alleen maar huid en botten,” stelt modekoning Karl Lagerfeld. Je moet niet alleen persoonlijkheid tonen maar die ook werkelijk bezitten, en meer te bieden hebben dan 'body-conscious sexiness and showroom presentations'. De Herald Tribune van begin deze maand onderstreepte de kentering met de kop: 'Out with supermodels and in with Real People'.

Wie het over modellen heeft denkt in de eerste plaats aan vrouwen. Maar na de laatste Parijse shows verschenen plotseling opmerkelijk veel interviews met mannelijke modellen. Craig Askworthy van het Londense agentschap Boss voorziet voor het mannelijke topmodel gouden tijden: “Dit is het jaar van de grote verandering. Nu gaan mannen zichzelf als modellen opwerpen en zichzelf ècht lanceren zoals de vrouwen dat hebben gedaan,” stelde hij onlangs in de Times. Waar hij zijn toekomstvisioen op baseert is even onduidelijk als het modebeeld van 1995, maar feit blijft dat het mannenmodel wordt afgestoft. Eindelijk.

In de jaren dertig worden mannen in het invloedrijke Amerikaanse modeblad Esquire nauwelijks gefotografeerd maar getekend. Terwijl vrouwelijke modellen al kunnen leven van hun werk, is het mannenmodel voor de oorlog een freak, een bijklusser. Hij doet niet veel spannenders dan haarcrème en bretels aanprijzen. Deze situatie blijft zo tot ver na de oorlog. In de jaren vijftig en zestig is het mannenmodel nog altijd niet veel meer dan een vleesgeworden kleerhanger. Het is lange tijd dan ook niet de advertentiecampagne maar de filmindustrie die kledingtrends voor de man bepaalt. Zo doet Clark Gable in 'It Happened One Night' z'n onderhemd uit om het niet meer aan te trekken. De gevolgen ervan worden in de New York Times bondig samengevat: 'Verkoop mannen-onderhemden zakt in elkaar'. Marlon Brando verricht in de film 'The Wild One' groots werk voor het zwartleren jack en Robert Redford brengt in 1974 met zijn onberispelijke pakken in 'The Great Gatsby' mannenmode uit de jaren dertig.

Begin jaren tachtig gaan advertenties effect sorteren. Calvin Klein lanceert zijn underwear, met groot succes. Het reclamebudget van 25 miljoen dollar verdient hij peilsnel terug dank zij de samenwerking met Bruce Weber - een van de duurste modefotografen ter wereld - en het Duitse topmodel Marcus Schenkenberg. In Amerika valt de op gigantische billboards afgebeelde, in knevelslip gehulde Adonis zo in de smaak dat er miljoenen broekjes en hemdenvan het merk worden verkocht.

Niet alleen in ondergoedreclame maar ook in geuradvertenties krijgt het mannelijke model maximale exposure. De modellen van Van Gils, Cool Water, Relax, Joop!, Montana, Antaeus belanden textielloos in de bladen. De zinderende mannenfoto's die Calvin Kleins geuren Obsession en Eternity visualiseren, worden weer door Bruce Weber geschoten. Als geen ander weet Weber de illusie van een gespierde natte stranddroom op te roepen, die zowel herenminnaars als onvervalste hetero's aanspreekt.

Maar Kleins sleutelwoorden voor de fotografie van het mannenmodel - 'clean cut, well built and healthy' - lijken niet langer actueel. Zelf typeert hij de beelden met 'glossy perfection of beautiful bodies'. Een image dat de Nederlandse visagist John Kattenberg niet kan bekoren. Kattenberg, die over de hele wereld reist en met modellen van alle nationaliteiten werkt, vraagt zich af of het type man dat Klein inzet nog wel aanslaat. Bij toonaangevende bladen als L'Uomo, Vogue, GQ, Arena en The Face zie je nu modellen zonder opgepompte fysiek. De kortgeknipte gezonde surf-jongen met hoekige kaak maakt plaats voor een zachtere, bleke, dromerige jongen of een wat bestudeerd slordige man die zich bewust heeft vergeten te scheren.

Kattenberg vindt veel mannelijke modellen tuttig en lastig. “Je hoeft maar een potje vet tevoorschijn te halen of ze beginnen over hun haar of over een allergie. Soms zie je het zakenmannetje in ze naar boven komen: dan loopt het tegen het einde van de dag en verschijnen de calculators om de overuurtjes alvast te berekenen. Als er een truitje moet worden opgetild en een streepje buik wordt ontbloot staan er opeens twee nullen achter de dagprijs.”

Niettemin is de mannenrol in de modebusiness nog steeds minder glamourous dan zijn vrouwelijke pendant: in geld, cultstatus, publieke belangstelling en aantal opdrachten legt hij het bijna altijd tegen haar af. Het Amerikaanse topmodel David Bowles - lang blond haar is zijn handelsmerk - schampert dan ook: “De vraag naar mannenlichamen mag groter zijn dan ooit tevoren, het geld volgt alleen nog niet.” Een mannenmodel zal nooit de miljoenengage ontvangen die een vrouwelijk model weet binnen te slepen met een parfum of make up-contract. Van de dagprijzen van Linda Evangelista of Claudia Schiffer (ƒ 30.000), kan een mannelijk topmodel alleen maar dromen. Als troost is zijn levenscyclus langer. Sommige vrouwelijke modellen beginnen al rond hun zestiende, maar op hun vijfentwintigste is hun rol vaak al uitgespeeld. Mannelijke modellen beginnen weliswaar wat later maar ze kunnen doorwerken tot halverwege hun dertigste.

De strijd om opdrachten is - net als bij de vrouwen - keihard. Legers geknakte mannenmodellen doen vergeefs casting na casting om maar één showtje te kunnen lopen. Binnen enkele seconden is het model zonder opgaaf van reden weg gewuifd en hoort hij alleen: volgende. Sterrenstatus verwerven enkelingen, zoals het Afrikaanse model Zane of Marcus Schenkenberg (dagprijs tot maximaal ƒ 12.000), die tijdens de shows een vaste schare groupies buiten hun hotel hebben rondhangen. Het Britse topmodel Cameron bracht dit najaar tot ieders verbazing een eigen cosmeticalijn voor mannen (van lipgloss tot mascara). “Vrouwen weten inmiddels hoe ze het volle potentieel van hun carrière kunnen uitmelken en mannen zouden hetzelfde moeten doen,” zegt hij in The Sunday Times. Sommige vrouwelijke modellen menen dat zij hun grotere roem en hogere gages danken aan hard(er) werken. Mannen zouden minder fel zijn. Maar dat klinkt onaannemelijk. Vermoedelijk draagt het feit dat mannen-modellen tot voor kort geen internationale shows liepen, meer bij tot hun relatieve onbekendheid. Juist de mediahype rond de shows heeft de laatste jaren van modellen superstars gemaakt.

De lucratieve klussen zijn te vinden in de drie wereldsteden (New York, Parijs en Londen) en in Duitsland, waar de dagprijzen voor een topmodel variëren van 2500 tot 5000 mark per dag. In Nederland schommelt de prijs tussen de 900 en 1200 gulden en betaalt een model 20 procent van zijn honorarium aan zijn agentschap. In Engeland betaalt hij ook koeriers- en telefoonkosten, en in Italië wordt er tot 80 procent ingehouden op het inkomen. Maar juist daar - in Milaan - zit voor mannen het aanlokkelijke werk. Het is de thuishaven van de belangrijkste modebladen en je kunt je in de kijker spelen door een show van Giorgio Armani of Gianni Versace te lopen. In de laatste show van Armani liepen maar liefst vijf Nederlandse modellen mee. Een opmerkelijk aantal als je beseft dat 80 procent van alle in Europa werkende modellen uit Amerika komt.

Nederlandse topmodellen als Mark van der Loo, Michiel van Dijk, Marcus Koelman, Donaes Platteel en Bert van Emden hebben internationaal een streepje voor. Ze zijn, in de woorden van John Kattenberg, minder 'truserig'. “Vooral de Amerikanen zijn 'ego-bang'. Die moeten altijd hun mannelijkheid tonen, laten zien hoeveel borst ze hebben opgepompt in de sportschool.” De uitspraak van een Amerikaans topmodel - “Ik denk dat tachtig procent van ons een egomaniak is. Herstel. Negentig procent.” - lijkt deze stelling te bevestigen.

Volgens Kattenberg móet je als topmodel overigens wel een sterk ego bezitten. Iedere dag geeft het model zich weer over aan de idealen van een lastig groepje: fotograaf, stylist en visagist. “Wat zullen ze vandaag weer met me uitspoken, deugt de fotograaf, word ik weer dichtgeplamuurd met pancake? Met dit soort vragen wordt hij voortdurend geconfronteerd. Door één foute fotosessie kan het model z'n carrière op het spel zetten. Ook het op het oog simpelere werk heeft z'n moeilijkheden. Trek maar eens de juiste bek bij de shooting van een schaal dampende kippebouten en zorg maar eens dat je het juiste kapseltje hebt voor zo'n foto. Waar je ook voor staat op een foto, er moet iets gaan tintelen, of je nu in een Armanipak of met een pak bokkepootjes wordt gekiekt.”

In het lastige Italië heeft het Nederlandse model Donaes Platteel een bliksemcarrière gemaakt. Camera-angst overwinnen was er voor hem niet bij. Hij is het vaste model van Nino Cerrutti, werkte voor Armani en Trussardi en kwam voor de lens van de belangrijke fotograaf Paolo Roversi. Platteel werd na zijn eindexamen VWO ontdekt. Hang naar reizen en het vooruitzicht van aantrekkelijke inkomsten deden hem besluiten het modellenleven een jaar te proberen. Hij bouwde met enkele succesvol verlopen shows een reputatie op en al snel vloog hij naar alle kanten van de wereld. Zijn werkkring ervaart hij in tegenstelling tot veel andere jonge modellen als plezierig. “In het vrouwenmodellenwereldje moet je je als nieuwkomer invechten, daar zit veel meer haat en nijd. Bij de jongens heerst een sfeer van 'join the club'. Na de shows gaan we vaak samen uit en er is veel gein. Dat zie je bij die vrouwen bijna niet.” Vragen over omzet zijn zowel voor model als bureau taboe. De dagprijs van een model is bekend maar de hoeveelheid dagen dat hij geboekt is, blijft een goed bewaard geheim. De dagprijs kan fluctueren, naaktfotografie levert een toeslag van 100 procent op en als bijvoorbeeld Philips niet wil dat een model een volgend jaar reclame maakt voor een scheerapparaat van Braun moet er een pittige buy out worden betaald.

Volgens Platteel is het werk 'geen domme blondjes-beroep'. “Je moet je in deze wereld goed kunnen wapenen tegen machtspelletjes en valse streken. Je moet weten hoeveel je waard bent, hoe bekender je gezicht hoe meer geld je kunt vragen.” Tegenover de eenzaamheid en onrust van het modellen-bestaan staat het comfort van eerste klas-hotels en een stoel in de business-class. Voorwaarde voor een grote carrière is volgens Platteel meerzijdigheid. “Je moet een elegant-klassieke, een sexy of een commerciële uitstraling kunnen hebben. Ook is het een vereiste dat je je met een produkt kunt identificeren.” Hij vindt zichzelf niet ijdeler dan andere jongemannen. “Aan het einde van een vakantie kijk ik eens in de spiegel om te zien hoe het met de kringen en de puistjes is gesteld.”

John de Greef heeft als fashion editor van het tijdschrift Man veel met mannenmodellen gewerkt. Enkele nationale helden weet hij meteen te typeren: Bert van Emden 'favoriete schoonzoon, vertederend gezicht', Marcus Koelman 'tientallen buitenlandse advertenties', Michiel van Dijk 'voortreffelijke fysiek', Donaes Platteel 'schitterende neus'. De Greef schrijft, evenals John Kattenberg, de internationale populariteit van het Nederlandse mannenmodel toe aan de kapsones-vrije persoonlijkheid. “De meeste Nederlandse modellen zijn opgewekt, voelen goed aan wat ze moeten doen en brengen humor mee. Als Nederlanders op reportage gaan doen zij dat, mede door de beperkte budgetten, in een groep. In Frankrijk of Italië is het werk opgesplitst in kliekjes, daar zit het model vaak aan een andere tafel te eten en wordt hij nog wel eens afgebekt. Over Lagerfelds statement dat er meer nodig is dan 'huid en botten' zegt De Greef: “Een perfecte kop is tegenwoordig geen vereiste meer, dat is waar. Nu moet je juist opvallen door een aangename afwijking.” Of, zoals de vermaarde mode-fotograaf Skrebneski het uitdrukt: 'It is not important to be good-looking; what is important is to have a good look.'