Een Griekse gymnasiast leest eerst en stampt pas later

Hoe leren de Grieken oud-Grieks? Vooral in vertaling, merkten Nederlandse klassici op studiereis. Pas in de bovenbouw beginnen de lessen oud-Grieks. En wat kun je leren in één jaar Latijn?

Met wapperende handjes vragen ze om aandacht. Iedereen wil de beurt. Glimmende gezichtjes als de juffrouw een goedkeurend knikje geeft. Het is duidelijk: voor de tweedeklassers van het 'gymnasio' in Nafplion bestaat de groep Nederlandse klassici achterin de klas niet meer. Enthousiast leggen ze uit hoe het komt dat de pest in het Griekse legerkamp is uitgebroken. Of waarom Kalchas, de waarzegger, nu aarzelt de schuldige aan te wijzen: 'Hij is natuurlijk bang dat Agamemnon boos wordt.''

Na afloop van de les motiveren de leerlingen hun belangstelling: 'Door Homerus te lezen komen we meer te weten over de geschiedenis en manier van leven in die tijd.''

Dat argument klinkt bekend. Is het niet de laatste strohalm, wanneer leerlingen vertwijfeld vragen 'waar al dat vertalen nou goed voor is?''. Hun zakelijke blik ontneemt je de lust uit te weiden over bloedstollende tragedies en ontroerende liefdespoëzie. Ze willen Nut? Dan krijgen ze Nut. 'Je leert er zoveel van over de maatschappij van toen'', hoor je jezelf oreren.

Toch bestaat er een groot verschil tussen het Griekse en het Nederlandse systeem. In Nederland ligt in het beginonderwijs de nadruk op de grammatica. De gedachte is: vooral vroeg beginnen met stampen van rijtjes, want later willen ze niet meer. Dus ploetert de leerling zich in de onderbouw door een rijstebrijberg van stamtijden en oefenzinnetjes, om pas in de bovenbouw te proeven van de grote literaire werken.

De Grieken daarentegen beginnen met het lezen van klassieke teksten in vertaling. Het verhaal en de interpretatie staan centraal. Het tempo ligt hoog: men hoeft immers geen tijd te besteden aan grammaticale verschijnselen en onregelmatige werkwoorden. Na drie jaar heeft de Griekse leerling een aardige bloemlezing van de klassieke literatuur onder ogen gehad: van Plato tot Homerus, van Plutarchus tot Euripides.

Oud-Grieks

Na het gymnasio (onderbouw, ongeveer 430.000 leerlingen) stroomt tachtig procent van de Griekse scholieren door naar het lykeio (bovenbouw, 360.000 leerlingen). Het (verplichte) gymnasio kent geen verschil in niveau, het lykeio wèl, in die zin dat naast een algemene ook een min of meer technische richting bestaat. Alleen in de algemene variant (ongeveer 250.000 leerlingen) krijgen de leerlingen - voor het eerst - oud-Grieks. Je moet de grammatica van het modern Grieks goed beheersen voordat je kan beginnen met oud-Grieks, zo luidde de opvatting. Anders zou de leerling de twee talen maar door elkaar halen.

De afgelopen jaren echter kwam er steeds meer kritiek op dit idee. Leerlingen moeten op jonge leftijd al in aanraking komen met de wortels van hun moedertaal. Daardoor zouden zij beter verbanden leren zien en hun eigen taalgebruik verrijken. Gevolg is dat men dit jaar bij wijze van experiment in de eerste klas van het gymnasio begonnen is met twee uur oud-Grieks naast twee uur literatuur in vertaling. Ook voor de tweede en derde klas staat dit in de toekomst op het programma. Zo hoopt men op het lykeio op een hoger niveau te kunnen starten.

Nu valt het niveau erg tegen, ervaren we tijdens een grammatica-les op het lykeio in Ligourio. De eerste verbuiging, een simpele invuloefening. Meer kan je van de leerling in dit stadium niet verwachten. Maar de kennis mag klein zijn, de aandacht is des te groter. Daar zitten onze vierdeklassers: geconcentreerd en vooral geruisloos nemen zij de schema's van het bord over. Uitzondering op uitzondering komt aan bod, maar ze geven geen krimp. Ook niet als de oefeningen die qua inhoud mijlenver afstaan van de wereld van een zestienjarige, besproken worden.

Die afstand tussen belevingswereld en onderwijsniveau wordt nog groter als we een les Latijn volgen. Voor het eerst Latijn. In de eindexamenklas! Alleen degenen die op de universiteit een taal, geschiedenis, theologie of rechten gaan studeren houden in de derde klas van het lykeio oud-Grieks en krijgen er bovendien Latijn bij. 'Wat kan je doen in één jaar Latijn?'', vragen we lichtelijk verbijsterd aan onze Griekse collega's. 'Ach, de problemen ontstaan pas op de universiteit'', wuiven ze onze bezorgdheid weg.

Eén methode

Een discussie over boeken en vrijheid om je eigen lesprogramma vast te stellen volgt. Nu vallen zij van hun stoel van verbazing: Kunnen wij kiezen tussen een aantal methodes? En mogen wij zèlf vaststellen welke auteurs wij lezen?

Het Griekse onderwijs kent maar één, door de staatsdrukkerij gedrukte lesmethode. Alle leerlingen gebruiken dezelfde boeken. Bovendien wordt er van hogerhand bepaald welke schrijver wanneer gelezen wordt. Lysias in oktober, Plato in november, Sophocles in december. Jaar in, jaar uit dezelfde passages. 'Als je naar een andere school gaat, is dat wel handig'', probeert men een lichtpuntje te ontdekken. 'Je weet tot op de regel nauwkeurig waar je moet verdergaan.''

Vooral in het begin van hun carrière blijken docenten nogal eens van school te veranderen. Dat heeft te maken met de manier waarop leerkrachten benoemd worden. 'Het ministerie heeft een lijst waarvoor mensen die van de universiteit komen een nummertje trekken'', legt onderwijsinspecteur Demopoulos uit. 'Als wij een vacature op een school hebben, melden we dat bij het ministerie. Zij wijzen ons dan degene toe die aan de beurt is. Zo wordt voorkomen dat we geen leraren kunnen krijgen voor een gehucht op een afgelegen eiland. Na een jaar kan een docent proberen op een andere school terecht te komen.''

Moussaka

Terwijl we praten, schuiven leerlingen tafels en stoelen aan de kant. De school en inwoners van Ligourio hebben hun beste beentje voorgezet en bieden ons een 'lichte lunch' aan. Om 11 uur 's ochtends zitten we aan de ouzo en laten ons de moussaka en salade goed smaken. De leerlingenraad straalt; over en weer worden adressen uitgewisseld. Drie vrolijke meiden willen van alles weten. Hoe ziet mijn school eruit? Hoeveel vreemde talen leren ze bij jullie?

Zelf spreken ze vlot Engels en dat is bijzonder. Met hun leraren heb je vaak handen en voeten nodig, zij kunnen zelfs grapjes in het Engels maken. Ze blijken elke middag vanuit hun dorpje Ligourio naar een frontistèrion in Nafplion te gaan. De oorsprong van het woord is oud. In de vijfde eeuw leerde je bij Socrates in het frontistèrion de trucjes van het argumenteren. Tegenwoordig kunnen de Griekse leerlingen er terecht voor het onderwijs in de moderne talen en wiskunde.

Ongemerkt verschuift het gespreksonderwerp van het Nederlandse onderwijs naar de Nederlandse jongens. 'Zijn ze allemaal zo lang en zo blond?'', giechelen ze. Gelukkig, het blijken toch gewoon pubers te zijn met dezelfde interesses als hun Nederlandse lotgenoten. Geen spoortje meer van de braafheid in de klas. Hoewel. 'Of dat speciaal voor het bezoek uit Nederland was?''. Beledigd roepen ze dat ze altijd goed opletten en hun mond houden. 'Als we zouden praten, lopen we toch het risico dat we de uitleg van de leraar missen.''