Duitse automobilist moet privatisering spoor betalen

BONN, 2 DEC. De noodlijdende Duitse spoorwegen, sinds de eenwording in 1990 van de Oostduitse Reichsbahn en de Westduitse Bundesbahn, hebben dankzij grote en jarenlange verliezen een geaccumuleerde schuld van 70 miljard mark. Hoewel de nieuwsberichten voor de radio 's ochtends en 's middags tegen vijf uur vaak niet of nauwelijks langer zijn dan het filenieuws, blijven heel veel Duitsers hun liefste kind - de auto - ook in het woon-werkverkeer hardnekkig trouw.

Jaren geleden al viel zodoende in de regeringscoalitie het beginselbesluit dat de spoorwegen geprivatiseerd zouden moeten worden, al is een overheidsbedrijf dat zulke grote verliezen maakt dan niet makkelijk te verkopen. Niettemin: er kwam een plan. Namelijk: uiteindelijke opsplitsing van het bedrijf in drie geprivatiseerde NV's (voor personen- en goederenvervoer en voor de exploitatie van het spoornet), en een over langere tijd “geconsolideerde” schuld door de minister van financiën in Bonn (de belastingbetaler dus). Dat plan heeft nu, sinds topoverleg gisteren in Helmut Kohls kanselarij, praktisch de eindstreep gehaald.

Het ging om Duitse politiek, Duitse federale politiek tot in haar uiterste finesses. Deel van de opzet is dat de Duitse deelstaten straks een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het lokale en regionale openbare vervoer krijgen (houden), en dus ook behoorlijke kosten. Zo kon het dus gebeuren dat, nadat een grote meerderheid van de Bondsdag al voor de privatiseringsplannen gebleken was, de parlementaire afwikkeling toch nog stokte in de Bondsraad. En dat niet omdat in deze Duitse Eerste Kamer, die volgens de krachtsverhoudingen in de zestien deelstaten wordt samengesteld, de (in de Bondsdag oppositionele) SPD een meerderheid heeft. Nee, de afwikkeling stokte vorige maand, omdat de regionale premiers - die van de SPD én van de CDU/CSU - niet tevreden waren met de afgesproken “afkooppremie” voor de kosten van “hun” lokale en regionale vervoer.

Meer nog: die premiers waren 12 november eigenlijk al akkoord gegaan met in totaal 8,6 en 8,2 miljard mark compensatie uit diverse kassa's in Bonn. Maar zij kregen in hun hoofdsteden de kous op de kop van hun eigen ministers van verkeer en moesten méér gaan vragen. Dat hebben zij nu gisteren - van SPD-voorzitter Rudolf Scharping (premier Rijnland-Palts) tot de Beierse minister-president Edmund Stoiber (CSU) - ook gekregen. Zij het met mate, want veel verder wilde de veelgeplaagde minister van financiën, Theo Waigel (óók CSU), absoluut niet gaan. Het regionale vervoers-smartegeld zal daarmee in het jaar 2.000 - wanneer de nieuwe NV's van start moeten - nu oplopen tot 17,3 miljard.

Wie dat zal betalen? De automobilist, zeker. Namelijk via de (juist daarvoor verhoogde) benzine-accijns. Via een doelheffing dus, waarvan het beginsel - zo is gisteren afgesproken - zelfs in de grondwet zal worden opgenomen. De kiezer en zijn liefste kind zullen het nog merken.