DSM: Radicaal industriebeleid nodig

ROTTERDAM, 2 DEC. De overheid moet niet verbaasd staan als de industrie het onderzoek naar nieuwe, hoogwaardige chemicaliën naar andere landen verplaatst. De huidige Wet milieugevaarlijke stoffen ontmoedigt dit onderzoek in Nederland. Op deze manier krijgt de fijnchemie weinig kansen.

Dit zei ir. S.D. de Bree, voorzitter van de raad van bestuur van DSM, gisteravond in een lezing over een nieuwe industriebeleid in Den Haag. Volgens De Bree moet de overheid het roer radicaal omgooien en een “allsomvattend beleid” gaan voeren “om de BV Nederland weer internationaal concurrerend te maken”.

Technische innovatie moet gestimuleerd worden in plaats van afgeremd, de kosten voor milieuzorg en energie moeten omlaag en de arbeidsmarkt moet veel flexibeler worden, wil de Nederlandse industrie weer een betere kans maken op de wereldmarkt.

Als voorbeeld voor zo'n beleidsverandering noemde DSM-topman De Bree Nieuw Zeeland, dat tot voor kort een van de meest 'gereguleerde' landen van de OECD was, en nu “een van de efficiëntste verzorgingsstaten” is geworden. De inkomstenbelasting is er verlaagd tot 33 procent, de arbeidsmarkt gedereguleerd, met veel soepeler werktijden en lonen. CAO's schrijven niet langer voor wat er in een hele bedrijfstak gebeurt. De boeren krijgen geen cent subsidie meer, de sociale zekerheid is beperkt tot vangnetten om armoede te voorkomen en het overheidsapparaat is uitgedund.

In Nederland, waar de energie- en grondstofkosten een relatief groot deel van de kostprijs van de chemie uitmaken, moet deze exportsector opboksen tegen landen waar de produktie veel goedkoper is. “Onze energiekosten zijn anderhalf maal zo hoog als in de Verenigde Staten en veel hoger dan in het Midden-Oosten”, aldus de DSM-topman.

In de afgelopen tien jaar is de chemische industrie er dankzij procesvernieuwing in geslaagd bij een produktiestijging van 70 procent het energieverbruik gelijk te houden. In autotermen komt dat overeen met een verbetering van 1 op 10 tot 1 op 17 (1 liter benzine op 17 kilometer), aldus De Bree, “en die ontwikkeling gaat door”. Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, heeft nu voorgesteld de belasting op lonen gedeeltelijk over te hevelen naar belasting op energie. Arbeid wordt daardoor minder duur en energiebesparing wordt gestimuleerd, zo is de redenering. “Voor politici in Den Haag en Brussel mag dit het ei van Columbus zijn, de Europese concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie ten opzichte van andere werelddelen zal er zeker niet door verbeteren, integendeel. Een beheersing van de energietarieven in Europa dient prioriteit te hebben.”

Volgens De Bree zullen ook de arbeidskosten beperkt moeten worden en moet het grote aantal vrije dagen ter discussie worden gesteld. “Vrije tijd is een aantrekkelijke verworvenheid, maar zolang de rest van de wereld tijdens onze vakantie doorwerkt hebben we een probleem.” Versteviging van de concurrentiepositie moet volgens De Bree vooral worden gezocht in verhoging van de produktiviteit. “Binnen de bedrijven moet een werkklimaat komen waarbij mensen zich verantwoordelijk voelen, meedenken en initiatieven nemen. Iedere werknemer moet de mentaliteit van een ondernemer hebben.”

De Bree hekelde de geringe waarde die in Nederland wordt toegekend aan technologische vernieuwing. Verontrustend noemde hij de daling van het overheidsbudget voor technologie, terwijl die met uitzondering van België in andere industrielanden juist sterk is toegenomen. “Nederland zit wat dit betreft op een verkeerd spoor. Technologische vernieuwing vergt continu inspanningen. We kunnen daarbij niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Ik pleit voor eerherstel van de technische ontwikkelingskredieten.”

Behalve met een gebrek aan steun heeft de industrie ook te maken met afremming van onderzoek, zei De Bree. De Wet milieugevaarlijke stoffen eist aanmelding van nieuwe stoffen zodra die in een bepaalde hoeveelheid worden geproduceerd. Dan moeten dossiers worden overlegd, die per stuk enkele tonnen kosten, een maatregel die berust op een ongegronde angst voor nieuwe chemicaliën. In andere EG-landen wordt slechts een kennisgeving verlangd.