De stilte van de Nederlandse casino's; Geen kwestie van geluk

Het begint met de avontuurlijke fase, waarin men er nog vrolijk op los gokt, en het kan eindigen met gevangenis of zelfmoord. Maar zo dramatisch hoeft het niet te lopen. 16 tegen 10? Kopen! Vieren splitsen tegen een twee? Nooit doen!

In het Speelgoed- en Blikmuseum in Deventer is va 17 dec t/m 8 mei de tentoonstelling 'Laat je niet op de kast jagen' - over geschiedenis en gevolgen van het gokken, te zien. Brink 47. Di t/m za 10-17u, zo 14-17u.

Vorige week deed ik iets, dat ik niemand kan aanraden: in twee dagen bezocht ik alle negen officiële casino's van Nederland. De oplossing van het handelsreizigersprobleem leverde deze route op: Amsterdam- Zandvoort-ScheveningenRotterdam-Breda-Eindhoven-Valkenburg-Nijmegen-Gron ingen. Toen ik de tweede avond in Amsterdam terugkeerde, had ik bijna duizend kilometer afgelegd. Onmiddellijk viel ik in een diepe slaap. Ik droomde dat ik langs de snelweg stond te liften. In plaats van een broek, droeg ik een regenton die door twee bretels over mijn naakte schouders werd opgehouden.

In elk casino speelde ik ongeveer een uur. Ik speelde hoofdzakelijk blackjack, zowel aan de tafels als aan de electronische machines. Daarna speelde ik roulette - niet langer dan een minuut of tien, in ieder geval zo kort mogelijk. Stond ik tegen die tijd nog in de plus, dan wierp ik de gemaakte winst in de fruitmachines. Ook deed ik mee aan de Holland Derby Horse Race, een simpel gokspelletjes waarbij paardenpoppetjes een rondje hollen. In Rotterdam wordt dit spel niet gespeeld met paarden, maar met bootjes.

In Nederland worden de casino's indirect beheerd door de staat. Dat heeft voordelen en nadelen. Een voordeel is de controle. Men moet aannemen dat de overheid niet opzettelijk knoeit met kaarten, de tafels en de machines. Een ander voordeel is dat de winst van het casino terugvloeit in de staatskas, en daarmee weer ons alle ten goede komt.

Er zitten aan dat staatsmonopolie ook nadelen. Zo bestaat er tussen de vestigingen van Holland Casino's geen onderlinge concurrentie. Er is hier nauwelijks de behoefte om de speler (door de casino's ook wel 'consument' en zelfs 'recreant' genoemd) met gunstige voorwaarden naar binnen te lokken. De Holland Casino's hebben ook allemaal dezelfde huisstijl. Overal staan dezelfde machines. Heb je er één bezocht, dan weet je ongeveer wat je in die andere acht Hollandse casino's te wachten staat.

Tegen een staatsmonopolie op casino's zijn ook bezwaren in te brengen van meer filosofische aard. In feite is het nogal raar dat een overheid zijn burgers geld afhandig maakt met een bezigheid, waarvan de kansen alleen in haar voordeel zijn. Het wordt nog raarder, wanneer dezelfde overheid een (klein) deel van de winst uittrekt om een aantal van die burgers weer van hun gokverslaving af te helpen.

Bij de ingang van alle Nederlandse casino's ligt een op chique glanspapier gedrukte folder, die getiteld is: 'De risico's van het spel'. Hierin wordt precies uitgelegd hoe gokverslaving tot stand komt. Het begint met de avontuurlijke fase, waarin men er nog vrolijk op los gokt. Dan komt de verliezende fase, waarin men via leningen de verloren inzet hoopt terug te winnen. Ten slotte bereiken wij de wanhopige fase. Het salaris wordt niet meer uitbetaald, het huwelijk valt uiteen en er verschijnen deurwaarders. “In het eindstadium,” zegt de folder opgewekt, “zien de spelers vaak nog maar vier oplossingen: professionele hulp zoeken, weglopen, alle fraudes bekennen met het risico in de gevangenis te belanden, of als uiterste middel zelfmoord.”

Wij stoppen de folder weer terug in het rek en lopen door.

Aangezien een overheid zich min of meer verplicht voelt enige regels van de goede smaak in het oog te houden, zijn de Nederlandse casino's tamelijk sober ingericht. Dat is jammer. Zelfs een snufje van de exuberante onzin die Las Vegas zo fascinerend maakt, zal men in de Nederlandse casino's tevergeefs zoeken. In Scheveningen zingt een verdwaalde dame met haar combootje voor een enkele gast aan de bar. In Amsterdam werkt een pianist even lusteloos als onopgemerkt het standaardrepertoir af. Een drankje aan tafel wordt in de meeste Nederlandse casino's niet geserveerd. Drank moet je halen aan de bar, en dan ben je meestal je plaats aan de tafel kwijt. Overigens moet je in Nederland voor je drankje betalen, wat in Amerika niet het geval is.

In de Nederlandse casino's verloopt alles keurig volgens de normen van de middenklasse. Hoeren en call-girls heb ik nauwelijks aangetroffen. Wel veel huisvrouwen van middelbare leeftijd, die hun boodschappentas bij de garderobe afgeven. Precieze cijfers bestaan bij mijn weten niet, maar zeker 's middags lijkt het aantal bejaarden oververtegenwoordigd.

Wat ik daarentegen niet in de Nederlandse casino's heb gezien, is de zogenaamde chill. De chill is een aantrekkelijke vrouw en in een enkel geval een aantrekkelijke man. Zij, laten wij het op een zij houden, is in dienst van het casino en speelt met het geld van het casino. Het is haar taak om aan een lege tafel te spelen. Heeft zij eenmaal plaats genomen, dan duurt het meestal niet lang of mannelijke spelers schuiven aan.

Vergeleken bij de Amerikaanse casino's is het in Nederland bijzonder stil. In de Amerikaanse casino's heerst doorgaans een lawaai van jewelste, wat sterk bijdraagt aan een sfeer van vreugde en opwinding. Er zijn Amerikaanse casino's waar de fruitmachines aan de onderkant geen stalen bak hebben, zodat de munten rechtstreeks op de grond kletteren. Met een stoffer en blik veegt een medewerker van het casino de munten voor u in een plastic zak, een prachtig gezicht dat omstaanders aanzet om met nog meer enthousiasme de hendel van hun slotmachine over te halen.

Veel lawaai veroorzaakt ook craps, een gokspel dat iedereen wel kent van Amerikaanse B-films. Het wordt gespeeld in een lange bak met twee grote dobbelstenen. Het spel bereikt zijn hoogtepunt, wanneer mannen met Texaanse hoeden 'Yooleven!' of 'Seven comes out!' roepen. In Nederland wordt craps niet gespeeld, vermoedelijk omdat men het te ordinair vindt. Maar het is een opwindend spel, dat voor goede rekenaars niet eens zo ongunstig is.

Zoals gezegd, speelde ik in de Nederlandse casino's hoofdzakelijk blackjack, een kaartspel dat ook wel bekend staat als éénentwintigen. Blackjack is de achilleshiel van het casino.

Blackjack is geen kwestie van geluk. Wie blackjack beheerst, dat wil zeggen wie een bepaalde strategie volgt en de kaarten telt, heeft een klein voordeel op de bank. Als je maar lang genoeg speelt, kan dat kleine voordeel omgezet worden in aanzienlijke bedragen.

Ten aanzien van blackjack staat het casino voor een dilemma. Enerzijds wordt er op blackjack veel verdiend, omdat het door de meeste bezoekers erbarmelijk slecht wordt gespeeld. Er is de casino's alles aan gelegen om dat zo te laten. Waren de casino's maar net zo informatief over gevaren van de gokverslaving als over de strategie van het blackjack.

Maar helaas, over blackjack wordt door de Holland Casino's opzettelijk verkeerde informatie gegeven. Zo wordt in de folder 'De regels van het spel' aan beginnende blackjack-spelers de aanbeveling gedaan om eerst een tijdje mee te spelen op de box van een ander. Doe dat nooit! Het gros blackjackspelers heeft zelfs van de meest elementaire regels geen flauwe notie, dus als u de beslissing aan een ander over laat, is de kans groot dat u uw kansen dramatisch verkleint. Ga eerst naar de kiosk, koop voor ƒ 6,20 een boekje over blackjack en leer in een half uur de basic strategy uit uw hoofd. Echt, meer tijd hoeft het niet te kosten om in ieder geval al gelijk op met de bank te spelen.

In Amerika is het gewoon om bij moeilijke beslissingen de dealer om advies te vragen. Het is doorgaans correct, zo is mijn ervaring. Vraag daarentegen de Nederlanders nooit om advies. Misschien ligt het aan een gebrekkige opleiding, misschien gebeurt het in opdracht van de casino's zelf, maar over het algemeen begrijpt de Nederlandse dealer even weinig van blackjack als de gemiddelde speler.

De Nederlandse dealer vindt het gewoon als er met 16 tegen 10 gepast wordt. Ik zeg het nog een keer: 16 tegen 10. Kopen! Vieren splitsen tegen een twee? Nooit doen! Verzekering tegen een aas? In principe niet, ook al staat de dealer reeds met zijn fiche klaar. In Eindhoven maakte ik de situatie mee, waarin ik blackjack had tegen een aas van de bank. “Even money?” zei de dealer, terwijl hij zijn fiche al bij mij neer had gelegd. “Natuurlijk niet,” gromde ik. Hij nam zijn fiche terug, en zei onder instemmend gemompel van de tafel: “Nooit van gehoord.” In Breda werd mijn beslissing om twee achten te splitsen tegen een 10 met onbegrip begroet.

Aan al die slechte blackjackspelers wordt door het casino dik verdiend. Het heeft mij altijd verbaasd waarom mensen niet de moeite nemen om even een paar eenvoudige regels te leren. Kennelijk willen mensen niet leren, zelfs niet als zij vele guldens kunnen besparen; zelfs niet als zij vele guldens kunnen winnen! Het zal wel te maken hebben met de moedwillige houding - 'oh, dat is veel te ingewikkeld voor mij!' - die John Allen Paulos ongecijferdheid heeft genoemd.

De laatste tijd komt het casino steeds vaker voor het dilemma te staan of men professionele blackjack-tellers de toegang tot het casino moet ontzeggen. Het ligt natuurlijk wat moeilijk alleen de krukken toe te laten en de goede spelers te weigeren. Stel je voor dat Kasparov en Karpov van deelname aan een schaaktoernooi worden uitgesloten, omdat zij te goed zijn. Niettemin heeft de overheid, via de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland, getracht de deuren voor tellers gesloten te houden. Vorige maand stelde de rechter de casino's in het ongelijk.

Blackjack maakt het mogelijk als professional je brood te verdienen. Toch moet ik iedereen afraden een poging in die richting te doen, want blackjack is een automatisch, stomvervelend spel. Je kunt nog beter je dagen slijten op de zevende verdieping van een kantoor, dan aan de blackjack-tafel. Op kantoor kun je nog eens een gesprek beginnen. In een casino wordt, behalve 'kaart' of '22 buren' nooit met elkaar gesproken.

Voor de consument of de recreant, die toch zijn geld wil vergokken, heb ik een lijst gemaakt van de casino's, gerangschikt naar aantrekkelijkheid: 1. Amsterdam 2. Scheveningen 3. Nijmegen 4. Eindhoven 5. Valkenburg 6. Rotterdam 7. Groningen 8. Zandvoort 9. Breda.

Amsterdam heeft het meest gevarieerde assortiment. Scheveningen ruikt het meest naar het klassieke casino. Nijmegen ligt fraai aan het water, maar daar heeft men binnen weinig aan, omdat in het casino nu eenmaal de psychologische wet geldt: gordijnen dicht, geen inmenging van buiten. Eindhoven en Valkenburg zijn behoorlijk. Rotterdam valt erg tegen, en lijkt meer op een casino in een kleine provincieplaats als Ulm of Malmö. In Groningen is het toegestaan aan de tafel te drinken. In Zandvoort is voor de blackjackspeler zelden plaats. Het casino in Breda is een soort vliegende schotel, die aan de snelweg ligt. Hier heeft men de gordijnen vergeten. Niet aan te bevelen voor mensen met zelfmoordneigingen.