De rolkruk; Tachtig meter de lucht in

Winkels staan vol 'handige' en 'onmisbare' artikelen. Soms volmaakt vormgegeven, maar volstrekt onbruikbaar. Soms zeer praktisch maar wanstaltig van uiterlijk. Soms ook geen van beide of alles tegelijk. Het ding op zijn waarde getest.

Iedere handicap is relatief, zoals Audrey Hepburn liet zien in de bloedstollende thriller 'Wait until dark' (1967). Ze speelde daarin de rol van een blinde vrouw die in het donker een ziende inbreker te slim af was.

Volgens een goede vriend van mij die zich in een rolstoel verplaatst, luidt de definitie van een handicap: het onvermogen om zonder hulp of hulpmiddelen dingen te doen die voor het grootste deel van de bevolking vanzelfsprekend zijn. Met deze begripsbepaling in het achterhoofd weet ik dat ik niet overdrijf als ik beweer een handicap te hebben: ik ben te klein. Steeds ben ik daarom op zoek naar middelen die het mij mogelijk maken met dit gebrek net zo te functioneren als de mensen uit mijn directe omgeving. Toen ik nog beneden de Moerdijk woonde viel het niet zo op dat ik maar nauwelijks 1.60 meter groot ben. In mijn familie is de bovenste plank niet hoger dan 1.80 meter en op de stoelen bij mijn ouders kunnen wij zitten zonder dat onze voeten boven de grond zweven.

Mijn huis in de randstad is een gemiddeld huis met een gemiddelde keuken en ik kan dus nergens bij. Toen mijn kinderen klein waren klommen ze voor mij in de servieskast en op het aanrecht, maar tegenwoordig maken ze daar bezwaar tegen: ze stoten dan namelijk hun hoofd tegen het plafond.

Ik behielp mij dus met lelijke trapjes en wiebelige stoelen en op rommelmarkten kocht ik stoven. Niet om er iets decoratiefs mee te doen, maar om er op te klimmen zodat ik ook de boeken van de auteurs die met een A beginnen uit de kast kon halen.

Het was behelpen tot ik een catalogus zag van de firma Overtoom. Gewone kantoormeubelen zijn weliswaar sinds het verscheiden van de heer Gispen minder hebzucht-opwekkend, maar in de plaatjesboeken zijn nog altijd artikelen te vinden die de fantasie prikkelen van de ware liefhebber.

In die catalogus ontdekte ik mijn persoonlijke prothese. Klein, rond en grijs en nog geen honderd gulden. Exclusief BTW natuurlijk, want Overtoom rekent erop dat zijn klanten dat bedrag weer terugkrijgen van de fiscus. Een verrijdbaar, hol tabouretje dat als aan de grond genageld staat als men erop gaat staan of zitten. De wieltjes zijn namelijk bevestigd aan stevige veren, waardoor het rolmechanisme in het krukje verdwijnt als op de veren druk wordt uitgeoefend. Mijn wereld heeft zich zo'n tachtig centimeter in de hoogte uitgebreid. Zonder halsbrekende toeren kan ik overal bij en als het ding in de weg staat geef ik het een liefkozend schopje.

Welk genie heeft deze uitvinding gedaan? De firma Overtoom heeft geen idee: ze hebben het rolkrukje zo'n vijftien jaar geleden aangetroffen in een fabriekje in Frankrijk en laten het ding sinds die tijd in Spanje maken.

Intellectuele vrienden - de meeste van Randstad-lengte - begroeten mijn aanwinst als een oude kennis: ze maken in universiteitsbibliotheken en deftige boekhandels regelmatig gebruik van 'mijn' rolkrukje en beluisteren met enig dédain mijn enthousiasme. Heel gewoon toch..

Mijn prothese is grijs met zwart en zo hoort dat. Ze schijnen ook verkrijgbaar te zijn in vrolijke kleuren, maar daar zie ik niets in. Je hoeft nu ook weer geen geintje te maken van je handicap. Mijn spastische vriend zou ook nooit in een rode rolstoel gezien willen worden.

Dit krukje op wieltjes is geen onding. Het ding is een ding.