De Geitenkamp

Ik liep met een misplaatst gevoel over de Geitenkamp. Hier was ik kind geweest, van mijn zesde tot mijn vijftiende, en nog één keer wou ik een gooi doen naar de eigenheid van deze buurt, dit wonderlijke bergdorp op de Veluwe. Maar het stond me tegen - ik vond het dom om uitgerekend daar zo hebberig en zo gezocht om mij heen te kijken.

Ik voelde me gegrepen door de sleur van mijn werk, de dreun van elke dag een stukje op de fax, dat altijd bij de pinken zijn, dat alles testen op zijn bruikbaarheid. Ik mag niet zeggen dat ik diep ongelukkig was, maar een beetje diep toch wel.

Duidelijk? Dan laten we mij nu een minuut of tien alleen. Als we ons daarna weer van mijzelf bewust worden, bemerken wij een bijna roekeloze opgewektheid. Ik voel me kalm en mijn gezicht straalt blijdschap uit.

Hoe kwam dat nou? Nou, dat kwam zo: Geelgorslaan, Sperwerstraat, Fokke Noordhoffstraat, Schuttersbergweg, Fazantenweg, Hertenlaan, Korhoenplein, Konijnenweg, Dennenweg.

Begrijp me goed, het ging niet om de route, het ging hier om de namen zelf, die blauwe bordjes aan de huizen op de hoek, een symfonie van vroeger, een feest van herkenning; die bordjes klopten kennelijk met bordjes ergens in mijn hoofd.

En de Fazantenweg, en de Konijnenweg, de Dennenweg, alles weg - dat was nog een gedichtje ook.