Cultuur kweken op school

De voorkant van het affiche toont drie wat verwilderd kijkende mannen, slechts gekleed in een hardroze onderbroek. Ze bespelen een banjo, een zaag en een soort xylofoon. Op de achterkant van het chique uitgevoerde drukwerk staat het volledige culturele programma voor dit schooljaar afgedrukt. Achttien filmvoorstellingen (tien titels), zeven theatervoorstellingen, een popconcert en een disco-avond. 'Dat is toch een aardige compensatie voor het vele huiswerk en de vele repetities die je dit jaar weer kunt verwachten'', zo worden de leerlingen van het Christelijk Lyceum Veenendaal aangemoedigd om een abonnement te nemen op het culturele programma. De harige heren aan de voorzijde blijken 'drie muzikale idioten'' uit België te zijn die onder de naam De Nieuwe Snaar 'muzikale slapstick en kolder van de bovenste plank'' brengen.

Al meer dan twintig jaar organiseert het Christelijk Lyceum Veenendaal (MAVO, HAVO, VWO) een buitenschools cultureel programma voor haar ruim tweeduizend leerlingen. Het begon ooit klein met af en toe een voorstelling in de aula. De laatste twaalf jaar heeft aardrijkskunde-docent Harry Rogge de Commissie Begeleiding Buitenschoolse Activiteiten (CBBA ) met niet te stuiten enthousiasme uitgebouwd tot een cultureel bedrijf met een jaarlijkse omzet van 40.000 tot 50.000 gulden en rond de 10.000 bezoeken aan film en theater. Drie taakuren stonden hem daarvoor ter beschikking, een eigen telefoon en een aparte werkruimte moest hij helaas ontberen. Soms zat hij met een elektrisch kacheltje in de kleedkamer achter het toneel. Wel kreeg hij regelmatig vrij om op theaterfestivals te kijken of daar voorstellingen van zijn gading tussen zaten. Hij wordt gesecondeerd door vijf docenten die elk twee taakuren voor dit werk vrij mogen maken en een vijftiental assistenten, leerlingen uit de hogere klassen die hand- en spandiensten verrichten. Het programma dat dit schooljaar draait is het laatste dat Rogge heeft samengesteld; het voorzitterschap van de CBBA heeft hij doorgegeven aan een collega.

Het cultureel programma bedruipt zichzelf: leerlingen van de laagste klassen betalen dertig gulden voor een jaarabonnement, bovenbouwers moeten vijf gulden meer neertellen. Voor dat bedrag kunnen ze naar de twaalf film- en theatervoorstellingen in het Veenendaalse theater 'De Lampegiet', dat gemiddeld twee keer per maand op vrijdagavond door het Christelijk Lyceum wordt afgehuurd. Tegen de duizend leerlingen nemen zo'n abonnement. Daarnaast is er nog een groep die af en toe naar een voorstelling komt. Dan kost het vijf gulden per keer. Alleen het beruchte jaarlijks terugkerende popconcert - morgenavond is het weer zover, dan komt rockband The Scene spelen - wordt nog in de school zelf gehouden.

Heel wat beroemdheden hebben in de loop der jaren opgetreden in het programma van het Veenendaalse lyceum. Jos Brink was er in zijn jonge jaren, evenals Paul de Leeuw, Brigitte Kaandorp, en Herman Finkers. Bij jongeren populaire bands als De Dijk, Loïs Lane, Tröckener Kecks en Time Bandits gaven concerten. Maar er waren ook succesvolle toneel- en dansvoorstellingen van het serieuzere soort. En worden er films gedraaid, dan zit de zaal altijd vol.

Aleid en Gersten (beiden 5 VWO) beschouwden het als een eer toen ze gevraagd werden om CBBS -assistent te worden. Ze dragen op de avond van de voorstelling speciaal ontworpen T-shirts, zodat ze door de overige leerlingen herkend worden als ordehouders, kaartjesknippers, kauwgumspeurders en drankjesverkopers. Ze zitten even in de artiestenfoyer van theater De Lampegiet als het Engels mime- en maskergezelschap, de Trestle Theatre Company, pauze houdt. 'Keurig publiek'', zo keuren Aleid en Gersten de ongeveer tweehonderd mede-leerlingen die op deze voorstelling zijn afgekomen. Veel hebben ze niet te doen. Dat is wel anders als er films op het programma staan. Of als er veel eersteklassers zijn. 'Die komen gewoon met familiezakken chips die theaterzaal binnen'', zegt Aleid. 'Je moet dan echt orde houden. Ze willen onder de voorstelling naar de wc, kruipen de eerste keer allemaal bovenin de zaal en ze springen over de stoelen heen.'' Maar, zo stellen de twee assistenten vast: aan het eind van het jaar zijn de brugklassertjes keurig opgevoed.

Het is een moeilijk karwei om een afgewogen programma samen te stellen voor een onberekenbaar publiek dat variëert van de twaalfjarige brugklasser tot de achttienjarige eindexamenkandidaat. Als Harry Rogge zes theatervoorstellingen heeft geprogrammeerd heeft hij een veelvoud daarvan van te voren gezien. 'De voorstellingen moeten direct, snel, humorvol en toegankelijk zijn'', legt Harry Rogge uit. Grensverleggend theater zal hij niet snel opnemen. 'We spelen enigszins op safe. Aan een verloren voorstelling hebben we niets.'' Er wordt onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw, ook in het filmaanbod. Jurassic Park is voor alle leerlingen geschikt, The Crying Game alleen voor de bovenbouwers.

De christelijke identiteit van de school speelt eveneens een rol bij de keuze van de theaterproducties. Het komt voor dat een overigens goede en geschikte uitvoering niet in het programma wordt opgenomen omdat het blasfemisch gehalte te hoog is. 'Een enkele vloek, daar vallen we hier niet over'', aldus Harry Rogge, 'maar verder gaan we niet.'' Zonder al te veel moeite wist hij in het verleden Peter Faber en Herman Finkers te bewegen om wat al te crue parodieën op het geloof weg te laten uit hun programma. Voorop staat dat leerlingen, van wie een deel anders nooit in het theater zou komen, tijdens hun schooltijd op het Christelijk Lyceum dertig voorstellingen kunnen bezoeken en evenveel kwalitatief goede films kunnen gaan zien. Terugkijkend op zijn inspanningen van de afgelopen twaalf jaar is Harry Rogge niet ontevreden: 'Wij kweken hier theaterpubliek.''