BULGARIJE

De mededeling van correspondent Frits Schaling (NRC Handelsblad, 25 november) dat in Bulgarije pas drie maanden na een kabinetscrisis verkiezingen kunnen worden gehouden behoeft een correctie.

Ariktel 64 van de Grondwet schrijft voor dat verkiezingen voor een nieuw parlement moeten worden gehouden binnen twee maanden na het verstrijken van de zittingstermijn van het vorige. In artikel 99 is geregeld dat een dergelijke situatie zich ook voordoet als de regering het vertrouwen is opgezegd. In lid 7 van datzelfde artikel is gesteld dat alsdan het mandaat van het oude parlement nog drie maanden doorloopt. Kortom: er mogen wel (heel) snel nieuwe verkiezingen plaatsvinden maar de gekozenen treden pas later aan.

In het artikel wordt ook gesproken over mogelijke samenwerking tussen (nieuwe) groeperingen op het politieke middenveld. Naar mijn mening schiet deze tekst echter tekort. Ten eerste wordt niet vermeld dat de Alternatieve Sociaal-liberale Partij (ASP) voortkomt uit een factie binnen de BSP, die in 1991 toetrad tot de NSD en zo in het parlement kwam, maar daar nu weer is uitgetreden en met andere dissidenten de Nieuwe Unie voor Demokratie (NSD) is gaan vormen. Ten tweede wordt voorbij gegaan aan het politiek belangrijke feit dat enkele smaakmakers van de Alliantie voor Sociale Demokratie (NSD) zich met de oprichting van een nieuwe partij - de Burgerbeweging voor de Republiek (GOR) - al van de BSP hebben losgemaakt. Het zou mijns inziens een weldaad zijn als de thans in het parlement zittende 19 NSD-ers en 33 OSD-ers elkaar inderdaad gingen vinden.